WANDELEN: Grote Veenpolder

De Grote Veenpolder is gelegen in zuidoost Friesland tussen de riviertjes Linde en Tjonger, en het verbindingskanaal Helomavaart. Het westelijke deel van de veenpolder is drooggemalen en ontgonnen, het oostelijke deel is nog een veenmoeras, de Rottige Meente, vergelijkbaar met de Weerribben.

Anderhalf jaar geleden maakte ik hier al eens een wandeling in de herfst (‘Rottige Meente.’ In: 1000110, 2019), maar nu wordt het lente en ik heb collega Roel bij me, voor wie het gebied ‘terra incognita’ is.

Start op dinsdag, 3 maart 2020, in Nijetrijne, langs de doorgaande Pieter Stuyvesantweg van Wolvega naar Kuinre. We wandelen tussen de Helomavaart en de petgaten van de Rottige Meente door in de richting van de Linde. Grote pollen pluimzegge vallen op langs de oevers van de petgaten. We bereiken de Lintman Homansluis, die de Helomavaart verbindt met de Beneden-Linde. Het kanaal heeft tegenwoordig hetzelfde waterniveau als de Boven-Linde, maar voorheen had men hier te maken met drie waterniveaus: Boven-Linde, Beneden-Linde en Helomavaart, onderling verbonden door een bijzondere en zeldzame Driewegsluis. Soms is de moderne Lintman Homansluis in onderhoud en moet de kleine Driewegsluis ‘invallen’. Houd dan wel rekening met enige vertraging!  

We wandelen kilometers langs de Linde met het riviertje links van ons en zeer natte veenweiden aan de rechterhand. De Linde vormt hier de grens tussen Friesland en de Kop van Overijssel. De natte veenweiden zijn een paradijs voor ganzen en ze zijn er bijna allemaal in grote getale: grauwe gans, brandgans, Canadese gans, kolgans, domme gans, Nijlgans. Enkele paarden staan verzameld langs de verhoogde weg te midden van een grote bult hooi omdat hun graasweiden zijn ondergelopen. In de petgaten zien we ook nog groepen smienten, slobeenden en bergeenden. Ik denk een krulhazelaar te zien, maar ook andere boomsoorten blijken te kunnen krullen: het is een krulwilg. Roel heeft het niet zo op deze abnormaliteiten, maar ik zie alweer voor me de vaas met paastakken, vol gekleurde paaseitjes. Inderdaad, een abnormaliteit!

We komen langs de nieuwe locatie van Opera Spanga langs de Lindedijk. Niet dat er iets is te zien, want het hele evenement speelt zich af in de open lucht. Maar wat wel bijzonder is dat een klein gehucht als Spanga ieder jaar in de nazomer een opera opvoert. En dan hebben we Opera Nijetrijne nog niet eens genoemd, met een jaarlijkse opvoering midden in de Rottige Meente.

We lopen een klein eindje langs de Scheene, de belangrijkste afwateringssloot van de veenpolder, vóór we de dorpskern van Spanga bereiken. We zijn getuige van de eerste ooievaarsparing op een paalnest, en het zal niet de laatste zijn. Terwijl we picknicken langs een zijarm van de Scheene, verbazen we ons over het grote aantal klepperende ooievaars, terwijl ook nog eens hoog in de lucht een zevental buizerds rondcirkelen. In de dorpskern blijkt één van de twaalf Ooievaars Buitenstations te zijn gevestigd sinds 1984. Het bord boven de ingang dat gewag maakt van het 25-jarig bestaan is dus inmiddels aan vervanging toe. Het getuigt niet van recente activiteit. Het project Stork (Stichting Ooievaars Research & Knowhow), met hoofdkwartier in Groot-Ammers in de Alblasserwaard, is dan ook inmiddels beëindigd, maar de buitenstations blijven voor de ooievaars aantrekkelijke ‘hangplekken’. In en rond Spanga bevinden zich nog steeds een vijftigtal bewoonde nesten.

We begeven ons nu ter noorden van de doorgaande Pieter Stuyvesantweg (Pieter groeide op in het Friese Scherpenzeel). Roel wijst me op de kleine watereppe en de gewone wederik in het water. Krabbescheer ligt nog veilig op de bodem en zal, als de tijd rijp is, boven komen drijven. We beluisteren de vinkeslag en het gezang van de roodborst en de winterkoning.

Bij de houten draaibrug – met contragewicht – over de Scheene staat een bijzondere acht-stammige eik, waarvan één arm inmiddels is geamputeerd.

Geen veen zonder veenmos. Geen Munnekeburen zonder zwarte zwaan. Wanneer we langs lopen, viert de zwanenman zijn agressie bot op het gaas en de houten paaltjes van de omheining. Ik was hier half oktober 2018 en toen was er een reden voor zijn agressie: het koppel zwarte zwanen had net jongen gekregen, notabene in oktober, alsof ze op het zuidelijk halfrond vertoefden in de Zwarte Zwanen Rivier bij Perth. Nu geen spoor van de jongen en ook niet van mevrouw.

Op het mooie schelpenpad langs de rand van de Rottige Meente zien we een zwerm puttertjes in de elzen. Ze peuteren de zaden uit de elzenpropjes. In de berm groeit plaatselijk heel veel niet-bloeiende daslook, ontsnapt uit enkele tuinen. De verfijnde uiengeur van gekneusd blad doet me watertanden. Ruik je de uiengeur niet, dan moet je oppassen, want enkele verwanten zijn giftig (herfsttijloos, lelietje-van-dalen). Onderweg zien we heel wat rode kornoelje.     

We stuiten weer op de Helomavaart. De opdrachtgever voor het graven van dit kanaal was Nicolaas II van Heloma (1709–1774), geen Russische Tsaar, maar een telg uit een Fries adellijk geslacht. Daar waar de Scheene en de Helomavaart elkaar kruisen ligt de Scheenesluis, met café De Laatste Stuiver (nu B&B), en windmolen De Rietvink (nu vakantiewoning). Het moet hier zijn geweest dat Nicolaas bij de officiële opening van zijn kanaal te water raakte en verdronk. We volgen de Helomavaart langs nog een windmolen – De Reiger – tot we weer terug zijn in Nijetrijne.

Afgezien van de bloei van een vroeg exemplaar van raapzaad, een enkel speenkruid, paarse dovenetel en kleine veldkers, is de voorjaarsbloei nog terughoudend. Wel zagen we de bloeiwijzen van groot hoefblad en klein hoefblad uit de bodem opduiken. Maar de mooiste aankondiging van de lente is het geluid van de jodelende wulpen.        

 

Gepost: 17 Maart 2020  

 

Wandelknooppunten: 14, 11, A25, 61, 65, 39, 31, 35, 34, 32, 52, 85, 93, 98, 14 (20 km)