WANDELEN: Hoenderloo

Hoenderloo is ontstaan dankzij O.G. Heldring (1804–1876), predikant te Hemmen in de Betuwe. Zijn filantropisch werk kreeg vorm in de Heldringgestichten in Zetten. Maar rond 1839 kwam hij op de Veluwe een buurtschap tegen van enkele armoedzaaiers in plaggenhutten. Hij liet er voorzieningen aanleggen: een waterput, een school en een kerkje. Hoenderloo was geboren. Ook kwam er een gesticht voor kansarme jongens, de voorloper van de huidige Hoenderloo Groep.

Vrijdag, 21 februari 2020. Mijn Trage Tocht begint in buurtje De Krim in Hoenderloo. Er zijn in Nederland wel een stuk of twintig gehuchten en buurtschappen naar dit Russisch/ Oekraïens schiereiland vernoemd ten tijde van de Krimoorlog (1853–1856), hoewel Nederland geen partij was. Dergelijke Krim’s waren meestal buurtjes van armeluitjes.

Tijden zijn veranderd. Het eerste deel van de wandeling loopt voornamelijk langs hekwerken van private stukken bos met riante Hoenderlose villa’s, die je de toegang tot het bos ontzeggen. Eén van deze territoria heet ‘Bijsterlandt’, misschien wel eigendom van iemand die verbijsterd is dat hij De Krim is ontstegen. De bermen zijn overigens daardoor wel ‘gecultiveerd’, met krokus, sneeuwklok, en maagdenpalm in bloei.

Het is een prachtige zonnige dag, tussen de stormen Dennis en Ellen door, hoewel het nog niet zeker is of de geboorte van Ellen wel doorgaat. In de verte klinken permanent geweersalvo’s van militairen die het mooie weer aangrijpen om te oefenen op de Veluwe.

Vanaf Scouting Kampeerterrein Spelderholt wordt het bos echt bos. Ik maak een paar mooie foto’s van jonge bomen met sokken van mos. Volgens mijn orakel Roel waarschijnlijk gesnaveld klauwtjesmos, of eventueel gewoon dikkopmos. De blauwe bosbes is hier één van de belangrijkste bodembedekkers, maar vele struikjes zijn verdroogd, al vormen ze soms weer nieuwe uitlopers.

Bij het Wildscherm Ringakker is niets te zien om tien uur in de ochtend. Te horen is er wel het doffe geluid van een holenduif en een naargeestig gepiep van een groene specht in nood.

In Bruggelen loopt mijn wandelpad over een kilometerslange heuvelrug, het mooiste deel van de tocht. Door de bank genomen is het bos rommelig en zonder verrassingen, een beetje saai dus.

Ik lunch tussen de wroetsporen van de wilde zwijnen, die in geen velden of wegen zijn te bekennen. Misschien komen ze af op de geur van mijn boterhammen met Old Amsterdam, besmeurd met truffelmayonaise. 

Verder richting Ugchelen liggen enkele heidevelden, maar de heide is al even levenloos als de blauwe bosbes.

Vlakbij Ugchelen is een flink stuk bos omheind, zodat ook honden los mogen lopen. Natuurlijk loopt mijn route door het hondenlosloopgebied. Ik ben nog niet door het klaphekje of twee grote honden springen tegen me op. “Wilt u de honden bij u houden?”, verzoek ik de eigenaar. “In een hondenlosloopgebied weet je dat dit kan gebeuren”, is zijn antwoord. “En als ze me bijten is dat zeker ook mijn eigen schuld?”, repliceer ik. “Honden mogen honden bespringen, maar geen argeloze wandelaars.” Zo, nu weten alle hondenbezitters waar ik sta in dit dossier.

Op het verste punt wijk ik even van de route af en wandel naar het imposante Caesarea aan de Hoenderloseweg, voorheen een kindertehuis van de Franciscanessen, later sanatorium, en recentelijk hoofdkwartier en zorgcentrum van het Leger des Heils Gelderland. Tot 1959 ging Caesarea vergezeld van een villa (Geerlingshofstede/Don Rua) met bijgebouwen, waar het kleinseminarie van de Paters van Don Bosco (Salesianen) was gevestigd. Huize Don Rua moest wijken voor de snelweg A1; de Salesianen verhuisden naar ’s-Heerenberg (Mons Domini). In 1955/ 1956 deed mijn oudere broer Dominicus in Ugchelen een jaar lang een manmoedige poging religieus te worden. In het boekje ‘Don Bosco op de Veluwe’ lees ik dat alle toneelvoorstellingen van de Salesianen werden gespeeld in het ruimer bemeten Caesarea. Het is dan ook Caesarea geweest, waar ik als zesjarige (1955) met mijn ouders een jubileum uitvoering van de Salesianen heb bijgewoond. Geïmponeerd door het enorme gebouw en door mijn broer die in de musical klarinet speelde, verkleed als piccolo, kreeg ik ter plekke ‘roeping’. 

Toen ik zelf als zestienjarige priesterstudent van het kleinseminarie van het Bisdom Groningen meedeed aan de Bonifatiusbedevaart in Dokkum en tijdens de terugreis mijn fiets, als door de bliksem getroffen, in tweeën brak, verdween mijn ‘roeping’ even snel als-ie tien jaar eerder was gekomen.

Op de terugweg liggen langs de Hoenderloseweg enkele uitgestrekte, glooiende heidevelden; een lust voor het oog van de wandelaar, maar ook voor de automobilist op de Hoenderloseweg.  

Ik loop een tijdje achter een andere wandelaar met een blindenstok, die deels dezelfde wandeling lijkt te maken. Hij moet toch wel iéts zien, anders raak je het spoor zeker bijster in de buurt van ‘Bijsterlandt’. Bij de oversteek van een verkeersweg zie ik hem even aarzelen en uiteindelijk bezwerend zijn blindenstok de lucht insteken. Ik ben nog te ver weg om hem te assisteren.

Aan de rand van Hoenderloo liggen een serie gebouwen en terreinen die toebehoren aan ‘…dhg’. Snel wordt duidelijk dat dit staat voor De Hoenderloo Groep, het eerder genoemde centrum voor jeugdzorg, waarvoor dominee Heldring de basis legde. De gebouwen, terreinen en wandelpaden ademen creativiteit. Ook dit jeugdcentrum wordt met sluiting bedreigd. Iets verder ligt het prachtige witte Heldringkerkje ‘op de Bult’. Heldring draait zich om in zijn graf als hij ziet hoe zijn erfenis wordt verkwanseld.        

Bij het kerkje wappert de rood-geel-groene Carnavalsvlag.    

 

Gepost: 28 Februari 2020  

 

Trage Tocht Hoenderloo (20 km)