WANDELEN: Munnikenland

Mijn allereerste gedocumenteerde wandeltocht, gedateerd 4 februari 2014, was getiteld ‘Loevestein’ (In: Tjiftjaffen, 2014). Her en der kwam ik toen informatieborden tegen over Project Munnikenland, het meest westelijke deel van de Bommelerwaard, waar Slot Loevestein zo strategisch is gelegen in de hoek tussen Waal en Afgedamde Maas. De bedoeling van het project was om van de buitenpolder Munnikenland (gelegen in de driehoek Brakel – Loevestein – Poederoijen) een soort Biesbosch te maken, een waterbergingsgebied, veilig afgescheiden van de rest van de Bommelerwaard. Dit leek een zinnig idee, gezien het feit dat het zelfs de monniken van de Abdij van Villers in de dertiende en veertiende eeuw niet is gelukt om dit gebied blijvend aan het water te ontrukken. Feitelijk wordt zo een stukje Hollandse Waterlinie in ere hersteld.

Ik kwam destijds dan ook menig wegversperring, grondverzet en nieuwe geprojecteerde wegen en paden tegen, maar het project zou in 2016 worden opgeleverd.

Het is vrijdag, 3 april 2020. Ik neem aan dat ik hiermee een veilige marge voor eventuele vertraging in de oplevering heb aangehouden. Ik ga het gebied in zijn nieuwe gedaante aanschouwen.

Vlakbij de dam in de Afgedamde Maas en naast de graansilo’s van diervoederfabrikant Covaco in Poederoijen, is een parkeerplaats aangelegd. Een torenvalk houdt in de jonge aangeplante bomen goed in de gaten of de spaarzame bezoekers minstens anderhalve meter afstand in acht nemen. De brede zandweg van weleer is inmiddels geasfalteerd en loopt langs de Afgedamde Maas naar Slot Loevestein. Deze weg is wat hoger gelegen om zo isolatie van Loevestein te voorkomen, maar de rest van Munnikenland heeft recentelijk bij de hoge waterstanden in de rivieren een halve meter onder water gestaan. Echt struinen is er dus niet bij vanwege vele waterplassen en glibberige modder.

De bermvegetatie is nog beperkt. Volop smalle weegbree die in bloei schiet, kleine veldkers met zich ontwikkelende hauwen, pinksterbloem, drie dovenetels (paarse, witte en gevlekte), hondsdraf en fluitenkruid. Ertussen staan jonge planten van een walstro, waarschijnlijk glad walstro. De droge bloeistengels van kaardebol, grote klis en teunisbloem zijn van vorig jaar. Ik zie de eerste smeerwortel in bloei, zowel de paars- als de geelbloeiende.    

In de waterplassen vooral krakeenden, kuifeenden en enkele slobeenden. De grootste lawaaischoppers zijn de Canadese ganzen.

De Maasdijk voert langs de plek waar in de dertiende eeuw de Munnikenhof was gelegen, de kloosterboerderij van de Cisterciënzers van Villers die zeventig jaar lang hebben geprobeerd deze speelbal van Maas en Waal te ontginnen, maar uiteindelijk moesten opgeven.

Vlakbij Slot Loevestein – dicht vanwege de Corona – lopen enorme groepen grote grazers, zowel koniks als rode geuzen. De Rode Geus is een nieuw kruisingsproduct, afgeleid van het zeldzame Nederlandse Brandrode Rund en een Frans runderras. Het is een mooie aanvulling op de geïmporteerde Schotse hooglanders, Galloway’s en Heckrunderen. In de wateren rond Slot Loevestein grote plukken van een mij onbekende plant. Het blijkt de moeraswolfsmelk te zijn.

Vanaf Loevestein volg ik het nieuwe fietspad dat door de ontpolderde delen loopt. Een stofwolk met een veegwagen komt me tegemoet. Deze moet de ingedroogde modder die resteert na de inundatie van het fietspad verwijderen.

Groepen bergeenden vertoeven in de plassen, watersnippen vliegen op het laatste moment zigzaggend weg vanuit de begroeiing langs het pad, en veldleeuweriken klimmen al zingend naar grote hoogte. “O, o, o, wat kan ik hoog.” Een leeggeslurpt ganzenei ligt in de berm.

Ik stuur nog een foto van een toefje blad, dat net boven de grond is opgedoken, naar collega Roel voor determinatie. Hij ziet er een harig wilgenroosje in.

Ik bereik de Wakkere Dijk, de nieuwe dwarsdijk die Munnikenland afsluit van de rest van de Bommelerwaard. Omdat ik weinig plantengroei verwacht op deze nieuwe dijk, loop ik iets verder door naar de parallelle Nieuwendijk, de afgedankte vijftiende-eeuwse dijk met enkele wielen van dijkdoorbraken die niet meer aan de nieuwe eisen van waterkering voldoet. Langs deze oude dijk ligt de Batterij onder Brakel, een versterking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, en een moerassig gebied waar vele ganzen broeden in de rietkragen.

Via het fietspad dat ligt tussen de Nieuwendijk en de Wakkere Dijk loop ik weer terug naar de Batterij onder Brakel en noteer nog enkele plantjes. Langs de slootkant toont de oeverzegge zijn zwartbruine aren en er bloeien al enkele pollen dotterbloem. Het gras grote vossenstaart staat ook op springen.      

Via de oerdegelijke Wakkere Dijk wandel ik terug naar de graansilo’s van Poederoijen. Onder tegen de dijk liggen massa’s rietstengels die tijdens het hoog water zijn aangespoeld. Munnikenland wordt af en toe Munnikenwater.  

 

Gepost: 21 April 2020  

 

Wandelen in Munnikenland (15 km)