WANDELEN: Oude Diep

Het Oude Diep, ten noorden van Hoogeveen, meanderde voor de vervening vanuit de Mantinger heidevelden naar Meppel. In de zeventiende eeuw werd de benedenloop van de beek onderschept door de Hoogeveense Vaart en in de twintigste eeuw de bovenloop onderbroken door het Linthorst Homankanaal. De beek werd vervolgens ook nog eens gekanaliseerd om water efficiënt af te voeren, en momenteel weer gedekanaliseerd om water effectief vast te houden.

Op dinsdag, 17 november 2020, start ik vanaf Station Hoogeveen mijn wandeling in het beekdal op basis van een weinig gedetailleerd plattegrondje van Recreatieschap Drenthe. Maar al snel zie ik tot mijn genoegen dat de Wandelroute Oude Diep door de ANWB met duidelijke bordjes is gemarkeerd.

In het parkje naast het station staat een majestueuze bladverliezende mammoetboom – ik denk de moerascipres – vol lange hangende katjes met de mannelijke bloemen die volgend voorjaar zullen bloeien.

Sinds wandelmaat Roel me gewezen heeft op de Spaanse aak, de inheemse esdoorn, zie ik overal het karakteristieke blad van deze struik. Hij wordt vaak als heg aangeplant.

Net buiten de stad passeer ik voor de eerste keer het Oude Diep, zo’n zeven meter breed, recht als een liniaal. De ANWB laat míj wel meanderen door het Spaarbankbos, een mooi gevarieerd bos dat de Hoogeveners te danken hebben aan hun eigen spaarcenten. De Spaarbank Hoogeveen investeerde in de bebossing van deze heidevelden voor de houtopbrengst.

De trimbaan in het bos sla ik over, maar ik sta wel even stil bij het monument op de plaats waar vijf Hoogeveners door de Duitse bezetter in 1943 zijn gefusilleerd. De grote beuk die de plek siert is aan vervanging toe. Hij is al gekortwiekt en het is een veeg teken dat de hoofdstam is bedekt met een prachtige mat van de grijze buisjeszwam, een saprofyt op dood hout.

De route gaat verder richting Pesse door boerenland en kleine bosjes, langs Dierenbegraafplaats ’t Hunebed, een groepje alpaca’s en een bordje met een hurkende ‘Sapiens’ boven dampende fecaliën, dat duidelijk maakt dat ‘dit bos geen openbare toilet is’. En een grafheuvel met vermelding ROB. Niet dat Rob hier begraven ligt, maar de locatie is ooit gevisiteerd geweest door de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek.

Er is veel verse bladval en het is leuk om te proberen aan het afgevallen blad op de paden de boom te herkennen: grauwe abeel, Canadese populier, gewone esdoorn, Spaanse aak. Een bijzondere vangst is de Amerikaanse amberboom (in het parkje bij het station).

Ik volg een vogeltje tussen de bramen met belangstelling. Zou het de braamsluiper zijn? Nee, natuurlijk weer het brutale roodborstje.

De Boerenveensche Plassen is een nat heidegebied met vennen, doorsneden door de Kerkweg alias de Dooddijk (ook dood moet je nog één keer naar de kerk). De oever van het eerste ven wordt bevolkt door een grote groep kieviten. Als ze ergens van schrikken kiezen ze met z’n allen het luchtruim. Misschien is het een proefvlucht om even uit te vinden wie straks de uittocht naar het zuiden gaat leiden. In een tweede ven dobberen grote groepen eenden, vooral krakeenden.

Ik kruis voor de tweede keer het Oude Diep, in een gebiedje dat Pesserma heet. Hier is het Oude Diep gedekanaliseerd en kan de omgeving dienen als waterberging. De Secteweg loopt een eind parallel aan de beek. De naam Secteweg schijnt te stammen uit de tijd dat de gaten in het modderige pad werden opgevuld met sectepollen. De enige hit die je krijgt als je googelt op sectepollen vertelt dat sectepollen werden gebruikt om gaten in de modderige Secteweg op te vullen. Het blijft een mysterie welk gras sectepollen levert.

Op Secteweg 31 staat het herbouwde zogenaamde Kleinste Huisje van Drenthe. Nou, ik heb in Drenthe wel in kleinere vakantiebungalowtjes vertoefd. Afstammelingen van Olde Greetie, de laatste bewoonster van het originele vervenershuisje tot 1984, herkennen met moeite de buitenkant, terwijl binnen niets herinnert aan het primitieve interieur. Bovendien is de nieuwbouw enkele honderden meters verwijderd van de oorspronkelijke locatie. Het huisje is te huur als vakantiewoning, voorzien van alle gemakken.

Ik passeer de beek voor de derde keer en loop op de rechteroever door een bosschage met ongerechtigheden zoals Japanse duizendknoop en tuinbamboe. Nog een passage van de beek en dan is het Oude Diep voor mij verleden tijd. De terugweg is vrij saai langs doorgaande wegen, maar wel door dorpen met mooie namen als Zwartschaap, Siberië en Stuifzand.

De hele route sta ik al verbaasd over het grote aantal dooie pieren op het asfalt. Nou was het afgelopen nacht vrij nat. Een regenworm heet nou eenmaal regenworm omdat hij het leuk vindt in de regen te wandelen. Bij regen verschijnt-ie vaak bovengronds. De trillingen van de regendruppels worden verward met trillingen veroorzaakt door het graven van aartsvijand de mol. Maar bovengronds is-ie ook niet echt veilig voor het verkeer, hengelaars en andere predatoren.

Het is duidelijk dat de Drenten zeer gehecht zijn aan de alom aanwezige zwerfkeien. Toevallig zag ik gisteravond een herhaling van de documentaire over een anonieme zwerfkei, afkomstig van een rotonde bij Borger. Vanwege heimwee na tweehonderdduizend jaar is de zware zwerfkei door kunstenaar Bart Eysink Smeets teruggebracht naar zijn ‘familieleden’ op het eiland Åland (spreek uit: Oland), een Finse regio met verregaande autonomie. Hoewel de steen officieel uitgeleide werd gedaan door de burgemeester van Borger en feestelijk ingehaald in Åland, vormde zich al snel een actiegroep in Borger om de kei weer terug te halen naar Drenthe.

Een van de laatste ANWB bordjes op de route wijst de weg ‘Naar Siberië’. Ter geruststelling heeft de ANWB er tussen haakjes aan toegevoegd: ‘(en weer terug)’.

 

[Beeldverhaal: https://www.jansiemonsma.nl/440698929]

 

Gepost: 1 December 2020  

 

ANWB Wandelroute Oude Diep (17 km)