FIETSEN: Langs de Linge

Dinsdag, 21 april 2020. Dochter Meike vergezelt me op een wandeling van negentien kilometer langs de Linge tussen Asperen en Beesd. Mooi gebied, maar je bent toch meer met elkaar bezig dan met de omgeving. ‘Quality time’ met je kinderen is een schaars, dus kostbaar goed. Op het eind heb ik te weinig bruikbare aantekeningen. Vandaar dat ik de tocht op vrijdag, 24 april 2020, in iets uitgebreidere versie, nog een keer op de fiets overdoe.

Asperen was een belangrijk inundatiepunt van de Hollandse Waterlinie. De inundatiesluizen werden verdedigd door Fort Asperen, een indrukwekkend geheel. Vanaf de sluizen volgen we een eindje de rechteroever van de Linge tot het aansluitpunt van de Diefdijk, de belangrijke dijk tussen de Linge en de Lek. De Diefdijk werd oorspronkelijk aangelegd (dertiende eeuw) door de Vijf Heeren van de Vijfheerenlanden om water uit de hoger gelegen Betuwe te weren. De dwarsdijk was tevens de grens tussen Holland en Gelderland. In de Nieuwe Hollandse Waterlinie zorgden de Linge-dijken en de verhoogde Diefdijk samen voor de inundatiezone tussen de Waal (bij Gorinchem) en de Lek (bij Everdingen). De Linge en de Culemborgse Vliet (aan de oostkant van de Diefdijk) waren de ‘waterdragers’.

We komen langs het Gemaal De Nieuwe Horn, maar vlak erbij ligt het oorspronkelijke scheprad-stoomgemaal en sluis De Horn. Als onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie werd sluis De Horn overbodig na de aanleg van de inundatiesluizen van Asperen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. We lopen even om het mooie witte gebouw met het externe scheprad heen, en zien door een raampje glasblazer Bernard Heesen aan het werk in zijn atelier.  

In de Culemborgse Vliet zwemt een eend met een achttal jongen, maar vervolgens een koppel grauwe gans met meer dan twintig kuikens. Meike vermoedt dat het een samengesteld gezin is. Er volgt een lange lus door de lage polders (inundatiezone!) van de dorpen Acquoy en Rhenoy. Bijzondere namen, maar ook de dorpen zelf weten niet precies waar ze die namen aan te danken hebben.

Ik wijs Meike op het onkruid heermoes waar je zo makkelijk de ledematen van uittrekt. Maar dan zie ik dat er een jonge bloeiwijze zit op de top van de groene stengel. Geen heermoes dus – dat vormt vrijstaande bleek-witte sporenaren voordat de groene plantjes verschijnen – maar de verwante lidrus!

Bij Rhenoy bereiken we weer de Linge en volgen die helemaal tot Beesd, en vervolgens ook weer op de linkeroever door de dorpen Rumpt en Gellicum terug naar Asperen. Veel horeca met mooie, maar lege terrassen langs de Linge. Zonde!

Vlak voor Beesd lopen we aan tegen een enorme volière. Er lopen en vliegen kraanvogels en andere exoten. Bovenop de volière een bezet ooievaarsnest, maar er staan ook drie bijzondere reigerachtige vogels buiten de kooi amechtig naar de voederbak te loeren. Verdomd, drie kwaks (of moet ik zeggen: kwakken?). En er zitten ook kwaks ín de volière te broeden voor een nieuwe generatie kwakjes. Bij één van de buitenkwaks zien we een pootring, dus het vermoeden rijst dat ze een keer ontsnapt zijn uit deze volière en daar nu spijt van hebben, en graag weer naar binnen willen voor het goede leven (paren en eten). Om de hoek zien we nog meer dieren (wallaby’s, kamelen), maar vooral vogels (uilen, raven), in nogal krakkemikkige kooien (geen wonder dat de kwaks ontsnapt zijn). Een uit de hand gelopen hobby: Uil- en Dierpark De Paay. Het park is gewoon open voor bezoek. Overigens kwam ik hier ook weer langs tijdens mijn fietstocht, maar geen enkele buitenkwak te bespeuren.

In Beesd staat bij een woonhuis een luxe ‘bibliotheek’. In plaats van een houten kastje met boeken die de eigenaar kwijt wil, een ouderwetse telefooncel waar je het tweedehands boek staande, maar droog kunt doorbladeren net als een telefoonboek. Ook de telefoon is nog aanwezig. Kun je met een kwartje (op euromuntjes is-ie niet berekend) hulp inroepen als de thriller te spannend wordt.

Langs de Linge-dijk vallen nog een aantal bloeiende planten op: verwilderde ‘wilde’ hyacinth, gewone vogelmelk en de tuinkorenbloem. En langs een tuinhek liggen oude stengels van de lampionplant. Mét lampionnetjes! Verdroogde vruchtjes met daaromheen een ‘netje’ bestaande uit de nervatuur van de vergroeide kelkbladeren.

Het bijzondere taalgebruik in de beschrijving van de wandelroute valt me ineens op. ‘Koers linksaf en stuur scherp over de brug.’ ‘Stuur rechtsaf en rol over de brug.’ Eerst denk ik dat de samenstellers lollig willen zijn. Maar dan zie ik op de website dat er bij deze route een rolstoel is getekend! We hebben inderdaad alleen maar op verharde paden gelopen, maar toch zou ik mijn schoonvader in zijn rolstoel geen negentien kilometer over deze dijken met autoverkeer durven rollen (en mijn schoonmoeder ook niet).   

Mijn fietstocht drie dagen later voegt drie elementen toe aan deze wandeling. Allereerst een mooie onverharde weg langs de Linge van Asperen naar Acquoy. Een boer ventileert zijn frustraties met een bordje op de deur van zijn agrarisch pomphuisje: ‘Inbreken is zinloos. Tank is leeg, Accu’s zijn eruit. Er is al genoeg vernield’. De pomp draait echter op volle toeren, ik neem aan op diesel en de accu zal wel gezorgd hebben voor de ontsteking. Inbreken hoeft ook niet, want de deur met het bordje staat wagenwijd open. Waarschijnlijk ligt de boer in een hinderlaag.

Acquoy ligt aan de Dode Linge, een oude meander, en is een beschermd dorpsgezicht met een stompe, scheve toren. Qua scheefheid doet hij nauwelijks onder voor die van Pisa. Alleen is hij minder hoog omdat een derde geleding is afgebroken wegens instortingsgevaar. Op het kleine kerkhof bij de toren ligt trouwens ene mevrouw Cornelia Pisa begraven. Toeval bestaat dus!

Het tweede element is de prachtige dijk van Beesd naar Geldermalsen, met geoogste grienden in de uiterwaarden, Landgoed Mariënwaerdt met de monumentale duiventil, de kudde Lakenvelders, en de Appeldijk met een zee van appelbloesem en geel raapzaad eronder. Bij Tricht (niet Maastricht, maar Lingetricht) steek ik de Linge over naar Geldermalsen. Een bordje langs de weg herinnert aan 1967 toen Tricht catastrofaal werd getroffen door een zeldzame windhoos. Aan de zuidkant, van Geldermalsen naar Deil (waar de kippen op de dijk scharrelen) en Enspijk (waar je met het voetveer over kunt varen naar Heerlijkheid Mariënwaerdt), is de Lingedijk trouwens even prachtig. Mensen ontvluchten dan ook massaal de quarantaine voor een fietstochtje in dit mooie gebied. Alle bankjes zijn bezet op één na, waar ik even kan pauzeren, met uitzicht op een pontonterras in de Linge met de vertrouwenwekkende naam Drijfhout. In de uiterwaarden een ANWB wegwijzer die de weg wijst naar Hanoi (8905 km), maar ook naar de theetuin (798 m).

De derde toegift is een paar kilometer over de Diefdijk van Asperen tot aan het Wiel van Bassa, de grootste kolk van Nederland (uit 1573). Ik kom langs het Fort ‘Werk aan het Spoor bij den Diefdijk’ uit 1880 met een bijzondere kraanbrug in de spoorlijn Dordrecht–Elst. De niet meer gebruikte, maar in ere herstelde kraanbrug gaat niet omhoog – klapbrug, een makkelijk doelwit voor de vijand –, maar kan horizontaal wegdraaien. De spoorlijn was een zwakke plek in de Waterlinie en moest dus extra verdedigd worden. Op de Diefdijkhelling zie ik enkele verdwaalde, opvallende venkelplanten met het zeer fijnverdeelde, donkergroene loof. Bij het Wiel van Bassa duik ik de ‘inundatiezone’ in voor de terugweg naar Asperen, vlak langs de Culemborgse Vliet met bloemrijke oevers en blauwgraslanden.

Asperen en omgeving is een unieke plek om de Waterlinie te beleven.   

 

Gepost: 18 Mei 2020

 

Mooiste routes.nl: Langs de Linge (19 km)

Fietsknooppunten: 82, 81, 22, 80, 14, 54, 55, 31, 30, 53, 52, 47, 51, 16, 97, 98, 99, 82, 48, 46, 45, 83, Acquoyseweg, 48, 82 (50 km)