WANDELEN: Gelders Eiland

Zondag, 7 april 2019. Een wandeling in wat men wel ’t Gelders Eiland noemt: het gebied tussen Spijk en Kandia, aan de noordkant begrensd door de loop van de Oude Rijn en zijriviertje De Wild, en aan de zuidkant door de Boven-Rijn en het Pannerdensch Kanaal. Een beetje vergezocht is die naam wel voor deze zuidelijke uitstulping van De Liemers.

Ik start lekker op tijd in Spijk. Wanneer ik sta te kijken bij een beeld dat het ‘baksteen’ verleden verbeeldt van deze omgeving, slaat de zondagse kerkklok half tien. Enkele krentenboompjes in volle bloei met koperkleurig jong blad sieren het dorpsplein. Enkele dichtregels van ene Ad Mertens vatten het verleden van het steenovenvolk van Spijk goed samen.

                Als stenen konden spreken

                Hun verhaal zou smartelijk zijn

                Hoe zij uit klei geboren werden

                Ten kosten [sic] van onmeetbare pijn.

Afgezien van het belangrijke feit dat de Rijn bij Spijk ons land binnenkomt, pronkt Spijk ook met de moord op Godfried de Noorman, nadat hij in het jaar 885 onder valse voorwendsels naar Spijk was gelokt. Deze Deense Vikinghoofdman was een tijd de baas over Frisia, in feite de hele Hollandse kuststrook.        

Ik zit meteen op de Rijndijk richting Tolkamer en geniet van de bloeiende plantjes die ik al ken, zoals ereprijs, speenkruid, witte en paarse dovenetel, grote vossenstaart, hondsdraf, pinksterbloem en veldkers. Ruige weegbree begint te bloeien. En ik herken sinds kort kroontjeskruid, waarvan de bloeiwijze zich naar de zon keert. Nieuw voor mij is de wede, een oude cultuurplant waar een blauwe kleurstof (indigo) uit werd gewonnen, tot hij werd weggeconcurreerd door de rendabeler Indigofera soorten.

Merels zingen uit alle hoeken en gaten, maar geen heeft dat bijzondere tussenriedeltje waarmee een mannetjesmerel onze buurt in Wageningen onveilig maakt.

Heermoes is bekend in vegetatieve staat als een vervelend onkruid. Hier staan langs een slootkant de bloeiwijzen (sporenaren), die bleekjes op afzonderlijke stengels zonder bladgroen uit de bodem omhoog steken. 

Ik verlaat de Rijndijk richting Lobith. Een boerderij heeft een zitje langs de weg gemaakt met een groot bord: ‘Got er mar zitte, kos niks’. Maar ik ben nog maar net onderweg.

K3Delta, dat doet aan zand & kleiwinning, meldt trots dat ze het gebied mooier achterlaten dan dat ze het aantreffen. Ik krijg zicht op een brede gegraven geul, die op mijn kaartje redelijk aansluit op de oude bedding van de Rijn. Het zou me niet verbazen als dit onderdeel is van het plan om tussen Spijk en Tolkamer de verbinding tussen de Boven-Rijn en de Oude Rijn te herstellen om zo meer dynamiek in de Rijnstrangen te brengen.

Vlakbij Lobith mooi zicht op de Geuzenwaard, de droge bedding van de Oude Rijn, uit de tijd dat de Rijn wél bij Lobith het land binnenkwam (Middeleeuwen) en Lobith tol van de schepen kon incasseren. Ik loop Lobith binnen via het Schipperspoortje, maar het Tolhuys kan naar mijn tol fluiten.

Bij de zandwinningsplassen, waar kilometerslange transportbanden langs het water lopen, wordt het Natuur & Speelpark ‘Carvium Novum’ aangelegd. ‘Carvium’ verwijst naar het Romeinse Castellum Carvium (Herwen) en deze versterking lag bij de Drusus-dam, het eerste grote waterwerk om de splitsing van Rijn en Waal in goede banen te leiden. ‘Carvium Novum’ krijgt een namaak Romeins Castellum en heeft al een namaak Redoute uit de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648). Maurits van Oranje was duidelijk geïnspireerd door de verdedigingstechnieken van de Romeinen en richtte vele wachttorens op langs de belangrijke rivieren, met name hier in de buurt van Schenkenschans, het fort op de toenmalige splitsing van Rijn en Waal, de hoofdkraan van de Hollandse Delta. Het is een waar slagveld aan de voet van de Redoute. Een vos heeft een zwaan te pakken gehad.

De oevers van de waterplassen staan vol klein hoefblad, dat al volop aan het pluizen is (zoals een paardenbloem). Kamille begint te bloeien, evenals klein kruiskruid en knoopkruid.    

Twee fietsende dames vragen of ik weet waar De Hut is. Geen idee! Even later wel! Het is een horeca gelegenheid bij de brug over de Oude Rijn, waar zijriviertje De Wild begint.

Ik volg een mooi pad langs dit grensriviertje. Op een bankje onder een es die begint te bloeien, geniet ik van een weldadige rust, terwijl vóór mij enkele tientallen meerkoeten bij Grenspaal 663 elkaar het leven zuur maken. Een grensconflict? Het gaat er in elk geval woest aan toe in De Wild.

Langs deze grensroute heb ik prachtig zicht op de Eltense stuwwal, met de bijna identieke torens van de kerken van Laag-Elten en Hoog-Elten.

Na het Duitse Natuurgebied ‘De Moiedtjes’ met enkele poelen, ontstaan door het afgraven van klei, bereik ik opnieuw de Rijndijk. Nog enkele nieuwe plantjes op de dijkhelling: gewone duivenkervel en een pimpernel.

Op de dijk is een oude elektrische wagendraaikraan, toebehorend aan een verdwenen steenfabriek, in oude glorie hersteld. Met zijn giek van twaalf meter kon de kraan op rails schepen laden en lossen, en ladingen binnendijks oppikken of deponeren.

 

Gepost: 13 Mei 2019

 

Klompenpad Rijnweidepad (12 km)