FIETSEN: Overijssels Kanaal 1

Binnen een tijdsbestek van enkele jaren (1855–1858) werden medio negentiende eeuw drie onderling verbonden Overijsselse Kanalen aangelegd om de veengebieden rond de Sallandse Heuvelrug te ontsluiten. Eerst het traject Zwolle–Lemelerveld–Vroomshoop–Almelo. Vervolgens de aftakking naar het noorden van Vroomshoop naar De Haandrik (bij Coevorden), en tenslotte de aftakking naar het zuiden van Lemelerveld via Raalte naar Deventer. In het kader van de werkverschaffing in de jaren dertig van de vorige eeuw werd het Twentekanaal gegraven en dit kanaal nam een groot deel van de binnenvaart in Twente over. Afgezien van het traject Almelo–Vroomshoop–De Haandrik (met een aansluiting op het Twentekanaal bij Delden), zijn in de tweede helft van de vorige eeuw de andere trajecten voor de binnenvaart gesloten. Nieuwe kansen voor natuur en recreatie!

Op woensdag, 15 april 2020, een stralende dag, fiets ik een ronde langs deze afgesloten kanalen. Ik start in Heino op het Marktplein rond de dertiende-eeuwse Nicolaaskerk. Hier staat ook de ‘Leugenpompe’, een waterpomp die alleen water geeft aan mensen met een zuiver geweten. Tijdens het dorpsfeest (Pompdagen) wordt een replica ingezet die wél aan iedereen ‘water’ geeft; de echte Leugenpompe mag het feest niet bederven.

Wat valt me in het algemeen op aan de vegetatie? Het Drents krentenboompje met zijn bruinige jonge blad bloeit volop. Ik heb nog nooit op één tocht zoveel krenteboompjes gezien. Het Drents krenteboompje had ook Overijssels krenteboompje kunnen heten, want blijkbaar waren het Drentse Dwingeloo en het nabije Overijsselse Eerde belangrijke plaatsen van introductie en verwildering.

Verder begint de brem al te bloeien, en vallen de bloemen op van Judaspenning (meestal paars, soms wit) en van look-zonder-look. Ergens langs de weg bij een weiland boezemen enorme dikke nieuwe scheuten van de Japanse duizendknoop ontzag in. Die wil je niet in de buurt van je huis hebben.

Hazen rammelen in de weilanden, en ik zie een eekhoorn over een erf rennen.

De ‘normale’ gele bermbloeier – vooral raapzaad, in mindere mate koolzaad – is hier vervangen door een andere kruisbloemige, meestal geelbloeiend, maar soms wit, met heel ruw niet-stengelomvattend blad. Het is wachten op de hauwen voor een nadere bepaling.

Een paar kilometer ten noorden van Heino bereik ik bij Siennebroek het kanaaltraject Zwolle–Vroomshoop, dat ik een tiental kilometers ga volgen vlak langs het water. De lage vaste brug maakt meteen duidelijk dat binnenvaart hier niet meer welkom is.       

Naast de normale voorjaarsbloeiers vertonen de oevers van het kanaal talloze uitgebreide matten van een klein witbloeiend plantje: akkerhoornbloem.

Enkele stuwen zijn voorzien van vispassages. In het dorp Lemelerveld bereik ik het Punt van Samenkomst, de aansluiting van het kanaaltraject uit Deventer. Daar pik ik straks nog een stukje van mee.

Ik word langs het dorp Lemele geleid met de Lemelerberg. De Lemelerberg is een verhoging die hoort bij de Sallandse Heuvelrug, maar nogal geïsoleerd in het landschap ligt. Een huis langs de Bergweg heet ‘Genista’. Even opzoeken. Het is de wetenschappelijk naam van het geslacht Heidebrem. De Lemelerberg bestaat uit bos en heidevelden met heel veel jeneverbes. Mooie heuvel voor een volgende wandeling. Een holenduif vindt het prima.

Langs een slootkant een grote populatie van het driekleurig viooltje; geen uniformiteit, maar allerlei combinaties van blauw, wit en geel. Oranjetipje – een vlindertje met mooie oranje vleugeltoppen, althans het mannetje – is ontwaakt en fladdert bij voorkeur van kruisbloemige naar kruisbloemige. Look-zonder-look is momenteel overvloedig voorradig.

Ik bereik de Stuw Hankate. Hier sluit de Boksloot aan op het kanaal. De Boksloot werd gegraven om met platbodems (bok) mest aan te voeren, in eerste instantie voor het landgoed van de familie Vening Meinesz op de Eelerberg, het noordelijke puntje van de Sallandse Heuvelrug.

Ik volg een eindje de Boksloot en fiets vervolgens door prachtig landelijk gebied. Twee patrijzen in een akker laten zich door mij verrassen (foto!). Ze lopen rustig weg, geen paniek. Een kievit probeert te broeden in een glyfosaatveld. Niet doen, dat levert geen gezond nageslacht op. Dat geldt ook voor de onbevruchte Omega-3 vrije-uitloopeieren van de plaatselijke kippenboer.

Hier liggen nog meer van die geïsoleerde verhogingen in het landschap, zoals de Luttenberg. Ik mag even ruiken aan dorp Mariënheem, een rijk dorp met bijna uitsluitend vrijstaande woningen. In een sloot een flinke populatie van een mij onbekende waterplant met witte bloemen en twee typen bladeren: drijvende ‘normale’ bladeren en kluwens lijnvormige blaadjes onder water. Het is de grote waterranonkel.

Ik geniet van de vrije-uitloopkoeien op een bolle es, die op hun beurt genieten van gras met paardenbloemen. Het valt me sowieso op dat de boeren hier minder ‘turbo’ lijken dan elders. Nauwelijks groene biljartlakens waar geen kleurdissonant in voorkomt. Een meerderheid van de weilanden kleurt roze van de pinksterbloem, geel van de paardenbloem en wit van de madelief.

Bij een hobby boerderij staan enkele edelherten achter een twee-meter hoge omheining. Deze hoogte is geen overbodige luxe, want anders zijn ze zo met een ‘Fosbury flop’ en de noorderzon vertrokken.      

De bosanemoon doet zijn naam geen eer aan, want hier staan gewoon een aantal bloeiende matten langs een onbeschaduwde slootkant.

Ik bereik het Kanaal Deventer–Lemelerveld over de Crismansbrug en volg het een eindje. Links van het kanaal moet Natuurgebied Hoge Broek liggen. Het is me niet opgevallen, maar het is dan ook niet toegankelijk.

Ik ben weer terug in Heino met een paar onbekende plantjes in mijn broodtrommel, die ik misschien niet had mogen plukken. Ik waag mijn geweten niet aan de ‘Leugenpompe’.

 

Gepost: 1 Mei 2020

 

Fietsknooppunten: 17, 04, 77, 88, 80, 95, 98, 99, 77, 07, 01, 19, 06, 10, 02, 30, 37, 53, 73, 27, 19, 70, 02, 03, 18, 17 (50 km)