Wandelen, Fietsen, Selfies
WANDELEN: Gendtse Waard
Na de Crobsche Waard vorige week, nog een waard te gaan langs de Waal bij het dorp Gendt, tussen Bemmel en Doornenburg. Ook hier is een bedrijf nog actief in de zand- en grindwinning (K3Delta), evenals een steenfabriek (Rodruza).
Gendt heeft een lange historie. Het kreeg stadsrechten in 1233 van Graaf Otto II van Gelre, maar heeft dat niet echt weten om te zetten in groei. Gendt bleef een dorp, deels door de nabijheid van Nijmegen.
Opvallendste gebouw langs de dijk is de Hervormde Kerk, bestaande uit toren en koor, maar ertussen mist het schip. Bij de Reformatie kwam de kerk in handen van de protestanten, maar die gemeenschap was te klein om de kerk te onderhouden. Het ‘schip’ ging ten onder en nu zit er een gapend gat, maar wel netjes omringd door lage muurtjes om aan te geven dat het ooit één geheel was.
Op de dijk staat bij de afrit naar het centrum een groot beeld van een gans. ‘Gent’ is namelijk een ander woord voor ‘gans’. Maar ‘gendt’ met ‘dt’ lijkt eerder een Keltische oorsprong te hebben (monding, samenvloeiing). Wat ik dan weer niet snap is dat Gendt met zijn grote gans ‘Sprauwennest’ als carnavalsnaam heeft geadopteerd. ‘Rotganzendurp’ zou toepasselijker zijn.
Ik start op woensdag, 12 augustus 2026, op de parkeerplaats Gendtse Waard langs de Waalbandijk. De Gendtse Waard is grotendeels een struingebied tussen de voormalige kleiputten en zandgaten, waar de waterlijnen zich door de droogte aardig hebben teruggetrokken. Je mag niet overal komen vanwege gevaarlijk drijfzand. Ik volg koeien- en paardenpaadjes, want die kennen hier de weg het beste.
Grote klit, akkerdistel, wilde peen, kattenstaart en guldenroede bevolken de open vlaktes tussen het dorre gras. Op de oever van de eerste grote plas groeien en bloeien reuzenbalsemien, moerasvergeet-mij-nietje, heksenmelk en heel veel watermunt. In het vieze stilstaande water een grote populatie watergentiaan, die de bloemen wijselijk gesloten houdt bij deze hitte. Enkele paarden staan met de benen in het ondiepe water en kunnen eindelijk eens van de watergentiaan proeven.
Ik bereik het noord-zuid fietspad en loop terug naar de dijk. De verspreid staande meidoornstruiken hebben het moeilijk. Ze zitten boordevol bessen die veel vocht opeisen en daardoor is nu het blad aan het verdorren. De voortplanting middels vruchten en zaden krijgt nu eenmaal voorrang. Langs het pad groeien echte kruisdistel, wilde reseda en ijzerhard. Wilde cichorei zorgt nog voor een beetje kleur.
Ik volg de Waalbandijk naar de meest oostelijke punt van de Gendtse Waard en ga daar weer struinen. Ik kom door een mooi verschraald veld, dat vol staat met gele pastinaak, met ertussen rode ogentroost, grote tijm, kroonkruid en grote centaurie. Vlinders in overvloed – vooral zandoogjes en blauwtjes – maar ze blijven niet stil zitten voor een nadere beschouwing. Een kleiput, die helemaal is drooggevallen, is nu een zee van watermunt, die de laatste restjes vocht opsoupeert.
Ik loop over fietspad en dijk terug naar de parkeerplaats aan de westkant van de waard, maar ben nog lang niet klaar met wandelen. Af en toe een stukje dubbelen is hier niet te voorkomen. Binnendijks gedenkt een smalspoortreintje met twee kiepwagonnetjes de kleiwinning voor de steenfabrieken. In 2014 waren enkele heren nog druk bezig het treintje op te knappen en zijn definitieve plek te geven (‘Bronnen van de Waal’. In: Tjiftjaffen, 2014). In de middeleeuwen stonden er enkele kastelen in de stad Gendt. Alleen van Kasteel Poeldijk staat nog een toren overeind in het bijbehorende landgoed.
Dan volgt de toegangsweg naar de Waaloever, waar zandwinning en steenfabricage nog in volle gang zijn. In een nieuwe grote zandput ligt de zandzuiger. Via een buizenstelsel gaat het opgeslurpte zand naar de indrukwekkende zandklasseerinstallatie van K3Delta. Het zand wordt hier gewassen en gezeefd voor verschillende korrelgroottes. Een lange transportband brengt het zand naar de oever van de Waal, waar het rechtstreeks in schepen kan worden gedumpt (althans wanneer de Waal weer een beetje ‘body’ heeft!).
Bij enkele arbeidershuisjes staat een beeld van een fabrieksarbeider, die zit te schaften. De naam ‘Hinkelman’ slaat niet op deze meneer, maar op zijn eetgerei. De ‘hinkelman’ bestond uit twee aan elkaar gelaste blikken of emaille keteltjes met een handvat. Hierin kon het middageten opgewarmd worden. Ik had nog nooit van de term gehoord.
De rivier voerde de klei oan vur de bakstene.
De ovens wiere gestok met stinkool.
De werklui ate stamppot en pap uut de hinkelman.
…. nor d’n oven gebrach dur vrouwe en kiender uut ’t durp.
(Rieneke Verhoeven)
Grote voorraden bakstenen staan opgesteld bij Rodruza steenfabriek De Zandberg. De Waal staat inderdaad heel laag. Aan de overkant in de Millingerwaard zijn groepen koniks en Galloway’s aan het pootjebaden.
De oever van de Waal is nog eens verfraaid met een bijzonder kunstwerk van beton (drie meter hoog, tien meter in omtrek) bovenop een flinke zandheuvel. Bij het toegangshekje staat een bordje met een ruwe schets van het beeld en de waarschuwing ‘Betreden op eigen risico’. ‘Een DIJK van een WIJf’ is dan ook een goede omschrijving van deze zeer voluptueuze dame, die ‘weer en wind trotseert’, ‘de schipper verwarmt met haar liefde’, ‘rondingen heeft als de rivier’ en nog veel meer bijzondere eigenschappen volgens bedenkers Lizet Burgersdijk en Marcelle Hilgers.
Langs de doorgaande weg zet een tekstbordje op een zitbank me even op het verkeerde been. ‘Verboden te parkeren i.v.m. beschadiging door de grote grazers’. Maar dan zie ik dat de bank tussen twee wildroosters in het asfalt staat en dit is blijkbaar een oversteekplaats voor deze ‘wilde’ beesten, die het op je auto hebben gemunt. Je mag deze ‘wilde’ oversteek blijkbaar wel vanaf het bankje gadeslaan.
Ik volg via fietspad en dijk de kortste weg terug naar de parkeerplaats. Onderweg nog wat zeepkruid en struiken sleedoorn. Hengelen in de waterplassen van het gebied is voorbehouden aan HSV De Snoek. Ik vrees dat ze na de hete zomer veel geduld moeten hebben tijdens het vissen of opnieuw snoek zullen moeten uitzetten.
‘Ik ben een jutbak’, lees ik nu op de zijkant van een soort blikvanger bij de parkeerplaats. En op de andere zijde: ‘Pak een zakje en jut mee’. De film terugdraaiend, moet ik zeggen dat ik onderweg niet veel ongerechtigheden ben tegengekomen.
Gepost: 25 Augustus 2026
Wandelknooppunten: Polder Gendt, L26, L78, L77, L30, L49, L81, L77, L30, L48, L26, L78, L44, K3Delta, richting L81, Kaaksedam, L77, L30, L48, L26 (13 km)