WANDELEN: Middelburg

Het is alweer jaren geleden dat ik op Walcheren ben geweest, heb gewandeld in Natuurgebied Oranjezon (‘Oranjezon’. In: Eigen land laatst!, 2021) en een rondje langs de randen van het (schier)eiland heb gefietst (‘Walcheren’. In: Eigen land laatst!, 2021).


Dit keer strijken Marita en ik neer voor een paar dagen Middelburg in het prachtige Rijksmonument Hotel De Sprenck (1904), net gelegen buiten de vesting. Een mooie gelegenheid om me iets meer te verdiepen in het roemruchte maar ook beruchte verleden van de stad binnen de vesting.


We rijden op zondag, 26 juli 2026, rechtstreeks van Wageningen naar Fort Rammekens bij het havengebied van Vlissingen. In de zestiende eeuw was Middelburg onder Spaans bewind een belangrijke handelspartner van het nog belangrijkere Antwerpen. Aanvankelijk was Middelburg via het riviertje de Arne bij Arnemuiden verbonden met het Sloe, de waterweg tussen Walcheren en Zuid-Beveland, en zo met de Westerschelde. In 1535 kreeg Middelburg middels het Kanaal van Welzinge een betere verbinding met de Westerschelde en dus met Antwerpen. Om deze waterweg te beschermen werd Fort Zeeburg, alias Fort Rammekens, door de Spanjaarden in 1552 aangelegd bij de monding van het kanaal in de Westerschelde. Niet veel later, in 1574, kwam Middelburg na een beleg door de Geuzen in handen van de Republiek.


Tijdens de Gouden (zeventiende) Eeuw werd het fort een opstapplaats en bevoorradingspost voor de schepen die op de Rede van Rammekens voor anker lagen. Schepen van de VOC en WIC…. en van de MCC! De Middelburgse Commercie Compagnie (MCC) was voor mij tot op heden een compleet onbekende. De Kamer van Zeeland (Middelburg) was na Amsterdam de machtigste aandeelhouder van VOC en WIC. MCC was daarnaast compleet in handen van de stad en naast de WIC een belangrijke uitvoerder in de achttiende eeuw van de zogenaamde Driehoekshandel (wat staat tegenover Retourhandel). Schepen vertrokken met wapens, buskruit en textiel naar de slavenforten in West-Afrika (‘Fort Elmina’. In: Tureluren, 2015), ruilden de goederen voor mensen, voeren naar de Caraïben en verruilden de slaven voor suiker, cacao, koffie en tabak.


De VOC (1602–1795) en WIC (1621–1792) gingen failliet eind achttiende eeuw, maar de MCC (1720–1889) overleefde de Franse periode. Ongeveer 600.000 Afrikanen zijn tijdens de zeventiende en achttiende eeuw door Nederlanders naar de plantages in Amerika getransporteerd, waarvan ongeveer de helft door de Zeeuwse WIC en MCC. 


Het is aardig even rond te wandelen op de geconsolideerde restanten van Fort Rammekens. De nare bijsmaak wordt even vergeten bij interessante plantjes op en rond de oude verweerde muren van het fort. De muren herbergen de grootste populatie in Nederland van de gele muurbloem. Deze kruisbloemige is de bloei al lang voorbij en zit vol hauwen. Rond de muren staat het vol met een opvallende stekelige composiet: dubbelkelk (primeur!), die vooral op Walcheren schijnt te zijn ingeburgerd. De lipbloemige stinkende ballote is ook een plant die ik niet eerder (bewust) ben tegengekomen.


We vereren einde middag het Zeeuws Museum in Middelburg met een bezoekje. Kunstwerken, die me bij blijven, zijn de ‘wandtapijten’ van mosselschelpen, sint-jacobsschelpen en scheermessen, en de enorme echte wandtapijten, die zeeslagen uitbeelden in de wateren rond Walcheren. Weinig aandacht voor het slavernijverleden, maar dat is waarschijnlijk een bewuste taakverdeling met het Zeeuws Archief, waar de hele administratie van de MCC wordt bewaard. Ik zie in de gauwigheid in het museum slechts één schilderij met een slavernij tintje: ene Lucas Schorer, commandeur van Sint-Eustatius en Saba (1686–1689), krijgt een kop thee aangeboden door een jonge Afrikaanse slaafgemaakte.


Op dinsdag, 28 juli 2026, maken we een stadswandeling in Middelburg. Hoewel de stad vol staat met oude zeventiende- en achttiende-eeuwse gevels en gebouwen met kelderluiken, is er veel verloren gegaan door de bombardementen op Fort Walcheren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor dit verhaaltje concentreer ik me vooral op de gebouwen en monumenten, die een directe relatie hebben met VOC, WIC en MCC, maar ik kan ondertussen de markantste gebouwen van de stad niet negeren. Leuk om onderweg nog een paar mooie en minder mooie renaissance stoepstenen tegen te komen (S658: ‘Stoepstenen’). Op het ‘vrouwelijke’ ruitje van één van die stoepstenen lijkt het logo van de VOC te zijn aangebracht, maar in een heel andere dan de gebruikelijke typografie.


De Kloveniersdoelen uit 1611 was 175 jaar lang het hoofdkwartier van de stadswacht en geweerschutterij. Eind achttiende eeuw is het gebouw even in bezit geweest van de VOC, die er een rekrutendepot in vestigde. Heden ten dage horeca.


Het Chocolade Museum (niet binnen geweest) heeft ongetwijfeld te maken met de invoer van cacao uit Suriname tijdens de Driehoekshandel, waardoor Middelburg in de achttiende eeuw een grote producent was van de beroemde ‘Zeeuwsche chocolaad’.


Het Stadhuis op de Markt is een pareltje en doet Vlaams aan. Er is rond 1500 zo’n zeventig jaar aan gewerkt. Het gebouw heeft een toren met carillon en klok ‘Malle Betje’, die permanent even achter zou lopen bij de klok van de abdijtoren ‘Lange Jan’. Toch horen wij beide klokken om elf uur slaan, en nog wel om en om. ‘Malle Betje’ heeft ‘Lange Jan’ ingehaald!


Op de Markt bij de Drvkkerij koop ik een interessant boekje ‘Cacao, suiker & mensen’, met nuttige achtergrondinformatie. Via enkele lussen bereiken we het Binnen- en Buitenhaven gebied van de stadsgracht binnen de vesting. Deze staan nu in verbinding met het Kanaal door Walcheren (Vlissingen–Middelburg–Veere) uit 1873, een vervanging van het Kanaal van Welzinge, dat grotendeels is gedempt.


Opvallend de enorme aantallen kwallen in dit binnenwater. Op de kade een rijtje van vijf VOC-pakhuizen, genaamd ’t Witte Paart (steigerend in de steigers), De Muyl, De Kemel, De Oliphant en De Kameel. Gevelstenen illustreren de namen van de laatste twee.


In het binnenbassin, verbonden met de Buitenhaven, lagen ooit de scheepswerven van VOC, WIC en MCC. Aan de kop van de werven staat nog steeds de woning en kantoor van de opper-equipagemeester, die verantwoordelijk was voor de bouw, uitrusting en bemanning van de schepen. Meer dan driehonderd schepen zijn hier van stapel gelopen. In de gevel van het gebouw het monogram Z/VOC/M, dat staat voor de Kamer Zeeland van de VOC in Middelburg.


De Oostkerk is een barokke koepelkerk, daterend uit 1667, en de eerste die speciaal gebouwd werd voor de protestantse eredienst. Tegenover de kerk een huis met de naam ‘Bogt van Guinee’, een verwijzing naar de West-Afrikaanse kust. Het huis ernaast speelt met zijn naam ‘Dokkum’ de vermoorde onschuld.              


Via de Koepoort (c. 1735), een sierpoort die herinnert aan de oude stadspoorten van de vesting, bereiken we net ten noorden van het Abdij complex het pleintje Balans (waar ooit de Waag stond) met het Slavernij Monument, onthuld op 2 juli 2005. Net als in Amsterdam vindt hier jaarlijks op 1 juli een Keti Koti herdenking plaats. Vanaf 1814 was de slavenhandel verboden, maar pas op 1 juli 1873 werd de slavernij officieel afgeschaft. De plek is in die zin goed gekozen, omdat rond de Balans de belangrijkste gebouwen van de MCC lagen geconcentreerd. Het Commerciehuis, waar de aandeelhouders van de MCC vergaderden, is afgebroken, maar het hoofdpakhuis staat er nog (nu Centrum Beeldende Kunst Zeeland). Ook de gerestaureerde St. Jorisdoelen (toen schutterij, nu hotel) was in de beginjaren van de MCC de vergaderplaats van de directie.     


De Abdij van Middelburg dateert uit de twaalfde eeuw. In 1574 werd het complex, na de inname van Middelburg door de Staatsen, ‘gereformeerd’ en overgenomen door het  gewestelijk bestuur Zeeland. Tegenwoordig huisvest het onder andere de Provinciale Staten en het Zeeuws Museum. Onderdelen zijn de abdijtoren Lange Jan – het boegbeeld van Middelburg – en twee kerken (Koorkerk & Nieuwe Kerk). Prachtig om doorheen te wandelen.                       


Het binnenplein van de Abdij verlatend komen we door het meest gefotografeerde straatje van Middelburg, de Reigerstraat, met kleurige paraplu’s als decoratie en met uitzicht op de Lange Jan. 


Tot slot wandelen we langs het Van de Perrehuis, een stadspaleis uit 1765. Sinds het jaar 2000 is hier het Zeeuws Archief in gehuisvest. De complete administratie van de MCC is door het Archief digitaal beschikbaar gemaakt. Verschillende tijdelijke tentoonstellingen werden daar al op gebaseerd.


Ongetwijfeld hebben we nog vele ‘overblijfselen’ uit de bloeiperiode van Middelburg gemist. De stad is niet alleen mooi, ze is inmiddels terecht ook van veel besproken gedrag. Ik ben in elk geval heel wat wijzer geworden. 

 

 

[Beeldverhaal]


Gepost: 7 Augustus 2026

 

Stadswandeling Middelburg (11 km)