Wandelen, Fietsen, Selfies
WANDELEN: Vlijmens Ven
Een bezoekje aan het derde onderdeel van de Overlaat, het waterbergingsgebied ten zuiden van ’s-Hertogenbosch, had ik al aangekondigd (zie: ‘Moerputten’).
Het onderdeel Vlijmens Ven is grotendeels open terrein. Niet zo uitgestrekt en dat is maar goed ook, want temperaturen zijn nog steeds tropisch. Ik besluit dan ook om op dinsdag, 15 juli 2026, vroeg op te staan (zes uur!) om de wandeling af te werken vóór het heetst van de dag.
Start om half acht bij de Emmamolen aan de Sint Jorisstraat in Nieuwkuijk, een mooie horeca gelegenheid, die straks hopelijk open is voor een kop koffie.
De aanlooproute naar het Vlijmens Ven is ongeveer twee kilometer over de Heidijk en leidt me al snel langs de schietmasten en het clubhuis van het Sint Joris Gilde van Onsenoort en Nieuwkuijk. De plek komt me ineens bekend voor. Tijdens een fietstocht twaalf jaar geleden heb ik me hier staan afvragen, waar die zes metalen masten met elk drie bakken in top in hemelsnaam voor dienden. Na nog een paar van die gildeterreinen begon het bij deze Fries langzaam te dagen, destijds nog niet bekend met dit fenomeen (‘Heusden zonder Altena’. In: Tureluren, 2015).
De middeleeuwse Heidijk is onderdeel van een omringdijk rond het Land van Heusden, en zelfs voorheen – vóór de aanleg van de Bergsche Maas rond 1900 – van een omringdijk rond het Land van Heusden en Altena.
De Heidijk loopt hier ten zuiden van Nieuwkuijk en Vlijmen om het grote Nieuwkuijkse Wiel heen, een gevolg van een dijkdoorbraak in 1880, waardoor praktisch het hele Land van Heusden en Altena onderwater kwam te staan. Oorzaak? Extreem hoogwater in de Maas! Huh? Maar de Maas loopt een heel stuk noordelijker van deze dorpen en toch vindt de dijkdoorbraak plaats aan de zuidkant van deze dorpen, ver verwijderd van de Maas, die toen nog richting de Waal bij Slot Loevestein stroomde.
Het duurt even voor ik de oplossing heb gevonden. Het antwoord ligt in de Beerse Maas (zie: ‘Kraaijenbergse Plassen’). Ten noorden van Beers (tussen Grave en Cuijk) lag al in de middeleeuwen de Beerse Overlaat, een bewuste verlaging van de zuidelijke Maasdijk om ruimte aan de rivier te verschaffen. Bij hoogwater stroomde Maaswater in de Traverse Beerse Maas, parallel aan de ‘echte’ Maas. In extreme gevallen was de Beerse Maas enkele kilometers breed en zo’n veertig kilometer lang tot aan de noordkant van ’s-Hertogenbosch. In 1880 was de situatie blijkbaar nog extremer, want de Beerse Maas zocht een weg om ’s-Hertogenbosch heen en vond zo tijdens een winterstorm een zwakke plek in de omringdijk bij Nieuwkuijk. Een dijkdoorbraakmonument van ene Legs Boelens, bestaande uit enkele blokken graniet, siert het talud van de dijk.
Ik blijf de Heidijk volgen langs het Nieuwkuijks Bos tot aan een uitkijkpunt over het Vlijmens Ven, dat geen ven meer is, maar een moerassig, verschraald waterbergingsgebied. Het uitkijkpunt heeft de vorm van de boeg van een turfschip, ter herinnering aan de Loonse Turfvaart, die rond 1400 werd aangelegd om het veengebied gecontroleerd te ontwateren en om eeuwenlang (tot ongeveer 1650) turf naar ’s-Hertogenbosch te kunnen vervoeren. Begin twintigste eeuw werd de Turfvaart vervangen door het Drongelens Kanaal.
Ik wandel rechttoe rechtaan langs de sloten door het gebied. De vegetatie is vergelijkbaar met het poldergebied Gement bij de Moerputten: ratelaar, vlasbekje, kattenstaart, hazenpootje, grote wederik, blauwe knoop, stijve ogentroost, grote pimpernel, moerasspirea, veldrus, moerasrolklaver, echte koekoeksbloem, vogelwikke. Er groeit wel flink wat opslag van breedbladige moeraswilgen (grauwe wilg?). Op een paar plekken kom ik orchideetjes tegen van het geslacht Handekenskruid.
Na de wandeling in de Moerputten dacht ik dat ik misschien de Spaanse ruiter voor knoopkruid had uitgescholden. Dus ik kijk speciaal uit naar deze vederdistel. Maar ik zie alleen maar knoopkruid langs de randen van de blauwgraslanden waar ik uiteraard niet doorheen mag struinen. De distels die er wel staan bestaan vooral uit kale jonker.
In de Vlijmensch Vensche Hoofdloop groeit en bloeit kikkerbeet. In de rietkragen zingt de kleine karekiet en boven de weilanden klimt, zingt en zinkt de veldleeuwerik. Ik krijg het icarusblauwtje, het oranje zandoogje en het bruin zandoogje voor de lens.
Langs de rand van het Nieuwkuijks Bos vestigt zich robinia. Dit buitendijkse bos is oorspronkelijk op rabatten aangeplant, toen het hier nog een stuk natter was.
Ik kan van deze korte wandeling niet meer maken dan dit. Bij de Emmamolen drink ik om half elf koffie met een ‘molensteen’. Dat is een kersengebakje waarbij je mes en vork nodig hebt om bij de kersen te komen.
Gepost: 25 Juli 2026
Natuurmonumenten: Schilderachtige wandelroute door Vlijmens Ven (9 km)