WANDELEN: Boswachterij Dorst

Boswachterij Dorst is een groot bosgebied van zo’n twaalf vierkante kilometer tussen Dorst, Oosterhout, Dongen en Rijen. Het is een belangrijk waterwingebied voor de omgeving van Breda. Grote hoeveelheden water, die ondergronds een lange weg hebben afgelegd vanuit Limburg en de Kempen naar Dorst(!), worden hier opgepompt.


In de Boswachterij ligt een omheind gebied met een aantal leemkuilen, een relict van de verdwenen Rijense steenfabriek ‘De Vijf Eiken’. In één van de leemkuilen ontstond in de twintiger jaren van de vorige eeuw op initiatief van ene sportleraar Kuyt het ‘Natuurbad Surae’. ‘Sura’ betekent ‘kuit’ in het Latijn, dus je kreeg in het openluchtbad zwemles van meneer Kuyt. Inmiddels is het gebied al decennia lang teruggeven aan de natuur. Het is vrij toegankelijk, maar het aantal toegangspoortjes in de omheining is zeer beperkt.


Ik fietste al eens vluchtig door de Boswachterij met vriend Jan uit Breda (‘West van Tilburg’. In: Volgend jaar Pasen…, 2025), vast van plan om terug te komen voor het wandelgebied rond de leemkuilen.


Start op dinsdag, 16 juni 2026, langs de Dongenseweg bij horeca Spijs & IJs. Dat belooft een beloning voor dappere wandelaars.


Het eerste deel loopt over kleine veldweggetjes door akkerbouwgebied en landgoed Klein Oosterhout. Een opvallende akker met luzerne (alfalfa) in volle bloei tussen uitgestrekte wit- en paars-bloeiende aardappelvelden. Vanuit de weilanden stijgt de heerlijke geur op van vers gemaaid gras.


Leuke plantjes in de bermen zoals groot kaasjeskruid, zandblauwtje, hazenpootje, driekleurig viooltje, geel akkerviooltje, boskruiskruid, avondkoekoeksbloem, grijskruid en een grote populatie van het vlinderbloemige kroonkruid.


In de Boswachterij is een kunstroute uitgezet, die uit een aantal ‘follies’ zou bestaan, maar het eerste kunstwerk dat ik tegenkom in bosgebied De Vijf Eiken is meer een ‘ecokathedraal’, een kromme muur gestapeld van afgedankte straattegels volgens de principes van Louis Le Roy (1924–2012), die voor het eerst de term ‘ecokathedraal’ muntte. Deze man begon in de zeventiger jaren van de vorige eeuw in het dorp Mildam bij Oranjewoud (Heerenveen) in het bos steenhopen te stapelen als een plek waar plant, dier en mens samenwerken. Geen onderhoud, maar slechts natuurlijke processen. Deze permanente Le Roy-tuin – als einddatum wordt het jaar 3000 aangehouden – was in 2022 onderdeel van de kunstroute Paradys (‘Paradijs Oranjewoud’. In: Paradijs, 2022).


Ook deze ‘ecokathedraal’ is inmiddels begroeid met allerlei planten. Muurleeuwenbek en kruipklokje (primeur!) zijn het vermelden waard. Vogeltjes vliegen af en aan.


In het bos een mooi grove dennenlaantje, maar geleidelijk nemen de Amerikanen alles over. Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers tieren welig. Hier en daar op de bosbodem valse salie en de schijnaardbei met zijn gele bloemen.


Verderop betreed ik het omheinde gebied rond de leemkuilen. Op een eilandje in zo’n kuil moeten zich drie ‘follies’, alias vleermuiskelders bevinden, maar ze zijn door de begroeiing aan het oog onttrokken. Ik hoop dat de vleermuizen ze wel kunnen vinden. Ook hier zou ik zeggen dat een vleermuiskelder een doel dient en dus geen ‘folly’ is. Een ‘folly’ dient uitsluitend voor decoratie.       


Sommige leemkuilen liggen half verscholen achter begroeiing, andere – het voormalige natuurbad? – hebben kale oevers, weer andere zijn praktisch helemaal verdroogd.


Hier groeien bijzondere planten. Meteen in het oog springend zijn enkele exemplaren van echt duizendguldenkruid uit de gentiaanfamilie. Deze soort heb ik slechts éénmaal eerder gezien, maar dat was in België (‘Kempense Meren’. In: Volgend jaar Pasen…, 2025). Wel op Terschelling het verwante strandduizendguldenkruid (‘Skylge te voet’. In: Eigen land laatst!, 2021).


Een andere opvallende plant is de grijs-witte viltige bleekgele droogbloem (primeur!). De verwante moerasdroogbloem wel eerder tegengekomen in de ‘Millingerwaard’ (Eigen land laatst!, 2021) en in ‘De Bruuk’ (Volgend jaar Pasen…, 2025).


Ik fotografeer ook nog een klein vetplantje dat in grote hoeveelheden op de vochtige kale oevers voorkomt. Tot mijn verbazing blijkt het de invasieve watercrassula te zijn (primeur!). Er lijken hier geen pogingen te worden gedaan om er vanaf te komen. Onbegonnen werk waarschijnlijk. Ik weet wel dat Terschelling hele duinpannen afgraaft om dit plantje buiten de deur te houden (‘Skylge rond’. In: Eigen land laatst!, 2021).


Een andere primeur voor mij is de liggende vleugeltjesbloem, een leuke aanvulling op de gewone vleugeltjesbloem (‘Hollandse duinen’. In: Eigen land laatst!, 2021; ‘Duinwandeling’. In: Volgend jaar Pasen…, 2025).


Verder groeit er gewone waternavel tussen de watercrassula en op de drogere delen brunel en heel veel gewone rolklaver. Ik word langs een oorlogsmonumentje geleid in het bosvak, waar piloot Attwooll in 1944 crashte met zijn Spitfire.  


Een ‘folly’ aan het noordelijke uiteinde van de leemkuilen heet De Stal, een groot leeg gebouw, helemaal open aan de voorkant, met muren schuin naar achteren naar elkaar toelopend en een deuropening in de achterwand. Het is gebaseerd op het ‘omgekeerd perspectief’, waarbij het verdwijnpunt buiten het object ligt. De lol van deze constructie moet iemand mij nog maar eens in detail uitleggen.


Vervolgens maak ik een vreemde lus door het omheinde gebied, alleen maar om bij één van de schaarse uitgangen te geraken. Even later loop ik dus weer achter De Stal langs, vermoedelijk door het ‘verdwijnpunt’ aan de andere kant van de omheining. 


Opnieuw door een stuk landbouwgebied tot aan de rand van Oosterhout. In de berm valt me stijve klaverzuring op met zijn gele bloemen. Gele honingklaver en akkerkool staan nu volop in bloei. Eindelijk enig overstekend wild: enkele wufte dames steken met hun golfkarretje het wandelpad over van de ene naar de andere hole van de Oosterhoutse Golf Club.


Ik steek de N631 over bij een soort schoorsteen, die een ‘Oosterhoutse kaneelstok’ moet voorstellen. De torenhoge kaneelstok staat bij Holland Foodz, de Kermis Snoep Fabriek, die ons sinds 1894 bij de botsauto’s en de zweefmolen ongezonde zuurstokken, kaneelstokken en gomballen probeert aan te smeren.


Langs de N631 ligt ook de Natuurpoort Seterse Hoeve met horeca Bos & Co., waar eerdergenoemde fietstocht met vriend Jan uit Breda van start ging (‘West van Tilburg’. In: Volgend jaar Pasen…, 2025). Gezien mijn start- en eindpunt bij Spijs & IJs kan ik Bos & Co. zonder probleem links laten liggen.


In bosgebied Duiventoren zie ik veel blauwe bosbes met verse bessen. Het zou verstandig zijn de solitaire pluk Sachalinse duizendknoop zo snel mogelijk uit het bos te verwijderen. Te laat! Even later is het bospad aan beide zijden tientallen meters lang omzoomd door een hoge haag van deze invasieve exoot. Onbegonnen werk om dat nog weg te werken.


In bosgebied de Duiventoren staat nog een ‘folly’ van een stel Belgische architecten, een ovalen torentje van gestapelde stenen met een aantal gaten. De ‘folly’ heet ‘Colombier’ en dat is Frans voor ‘duiventoren’. Om de duiven een extra chique onderkomen te geven zijn de natuurstenen blokken (Pietra Grigia) uit Vicenze in Italië geïmporteerd. Dit is wel echt een ‘folly’, want geen duif verwaardigt zich om in dit holle torentje te gaan nestelen.


Een laatste stukje terug langs de Dongenseweg naar Spijs & IJs, notabene langs nog een golfbaan, Golfcentrum Dongen. Het ondersteunt maar weer eens mijn berekening uit de losse pols dat minstens 0,3% van het oppervlak van ons kleine landje in gebruik is als golfbaan (‘Achterhoek’. In: Tjiftjaffen, 2014). En dat vind ik knap veel om een beperkt aantal wufte dames en heren te gerieven.


In de berm is de grote centaurie bijna uitgebloeid, maar bossalie (primeur!) bloeit in vol ornaat. Na deze boeiende tocht op een warme dag ben ik niet toe aan ‘Spijs’, maar wel aan ‘IJs’. ‘Sorbet Rijen’ gaat erin als zoete koek, terwijl ik me trots realiseer dat ik vandaag een heel stel plantjes voor de eerste keer heb ontmoet.            

 

 

[Beeldverhaal]


Gepost: 28 Juni 2026

 

WandelZoekpagina: Op pad rondom Natuurgebied Surae (17 km)