WANDELEN: Ermelose Heide

Tweemaal ben ik op fietstochten in de buurt van de Ermelose Heide geweest (‘Bokking, blauwbessen en bullen’. In: It giet oan!, 2016; ‘West-Veluwe’. In: Paradijs, 2022). Hoog tijd om te voet eens nader kennis te maken.


Start op dinsdag, 10 juni 2026, aan de oostrand van Ermelo op de Floraweg en Faunaweg bij een groot hertenkamp. Kan ik achteraf in elk geval zeggen dat ik enig Veluws ‘wild’ heb gezien. 


In het bos Ermelose Zand ligt de Schietberg. De schietvereniging in dit bos beperkt zich gelukkig tot kleiduiven. Er hangt geen rode waarschuwingsvlag, dus geen losse flodders vandaag. Gezien de weinige wroetsporen en slechts een enkele zoelplek lijken wilde zwijnen de schietvereniging te mijden.


Dit loofbos heeft inmiddels her en der een gesloten bodemdek van klein springzaad, dat op het punt staat te gaan bloeien. Op de meer open plekken groeien fraai haarmos en laddermos.


Een rotonde is versierd met een opengesneden neppe grafheuvel ter herinnering aan het feit dat de gemeente Ermelo de meeste archeologische monumenten heeft van Nederland. Daar gaan we op letten.


Bij Camping Het Vossenhol een enorm beeld van een vos buiten zijn hol. Alweer een stukje ‘wild’. Een zanglijster laat een bijzonder knap repertoire horen, dat qua variatie steeds meer op dat van de nachtegaal begint te lijken. Kinderen vermaken zich in Speelbos Ruige Veld.


Ik raak dan weer even aan de buitenwijken van Ermelo, waar de ontsnapte tuinplant puntwederik prachtig staat te bloeien. Look-zonder-look is uitgebloeid en zit inmiddels vol hauwen, terwijl de composiet akkerkool nog moet beginnen. 


Even later struikel ik inderdaad op de Groevenbeekse Heide over grafheuvels, omheind ter bescherming. Achttien heuvels uit de Trechterbekercultuur (3000 v. Chr) en een urnenveld uit de late Bronstijd (1000 v. Chr.).


De heide heeft trouwens weinig heide, maar is sterk verruigd met van alles: brem, bramen, wilde rozen, gele morgenster, muurpeper, oranje havikskruid, rozetten van toortsen, teunisbloem, de laatste zowel met oude planten vol zaaddozen van vorig jaar, als nieuwe planten in bloei. De bijna jarige Sint-Jan (24 juni) zal niet blij zijn dat ‘zijn’ Sint-Janskruid nu al in bloei staat, met dank aan de opwarming van de aarde. Ook kom ik langs enkele struiken sporkehout, die ik herken dankzij de vruchtkleur, die varieert afhankelijk van de rijpingsgraad van lichtgroen tot rood en uiteindelijk zwart.


Deze heide is vernoemd naar landgoed Oud Groevenbeek met een prachtige villa in Jugendstil uit begin twintigste eeuw. Op honderd meter van het landhuis staat op een heuveltje een ‘folly’ in de vorm van een kasteeltje met ronde toren. De ‘folly’ deed voorheen wel dienst als eigen watertoren voor landhuis en landgoed.


Ik maak weer een flinke doorsteek door de bossen van Nieuw Groevenbeek, een kleine beschermde nederzetting met deels houten (vakantie)huizen. Op weg naar de Ermelose Heide word ik rond het middaguur overvallen door een (verwachte) onweersbui. Schuilend in het bos onder een enorme beuk, gebruik ik het oponthoud voor mijn lunchpauze. Als de ergste regen voorbij is, wandel ik verder onder moeders paraplu (er zit geen bliksemaantrekker op).


Ik passeer een mozaïek bank, geïnspireerd op Gaudí, met een afbeelding van edelherten en even later bij Schapedrift zo’n bank met een afbeelding van schapen. Schapedrift is de grootste schaapskooi van Nederland. De kooi is echter leeg, afgezien van enkele dieren met huisarrest. De kooi is zeer goed beschermd tegen gewelddadige wolven uit de buurt. Boerenzwaluwen uit de schaapskooi rusten even uit op de omheining.


Twee keer eerder kwam ik op bovengenoemde fietstochten langs deze kooi en verbaasde me over de combinatie van schaapskudde en commercie. Vooral wanneer de kudde heeft gelammerd in het voorjaar blijven de schapen bij de kooi om de talloze bezoekers te gerieven en tot consumptief gedrag over te halen.


Ik heb genoeg aan een regenbuitje om tot consumptief gedrag over te gaan tijdens het opdrogen. De vrijwilligers van het bezoekerscentrum annex horeca serveren mij warme chocolademelk en een appelkruimeltaartje met een berg slagroom.


Vervolgens een lange lus over de heide, waar ik in de verte de schaapskudde zie grazen. Er wordt hard gewerkt om te voorkomen dat de Ermelose Heide verruigt zoals de Groevenbeekse Heide. Af en toe een struik (zoals bloeiende liguster), her en der een bosje, maar struikheide en dopheide voeren de boventoon.


Ook hier vele grafheuvels, maar routebordjes met de tekst ‘Romeins Marskamp-route’ leiden me naar een unieker archeologisch monument, bestaande uit restanten van een Romeins kampement. Rond 170 A.D. heeft hier op de heide een Romeins legioen (tot 6000 soldaten) enkele dagen gebivakkeerd. Rondom het kampement werd een ‘fossa’ (gracht) gegraven en de aarde gebruikt voor een ‘vallum’ (aarden wal) van ongeveer 1300 meter lengte, deels opnieuw zichtbaar gemaakt. Een knielende stenen legionair in volle uitrusting houdt de wacht. Wat het legioen hier kwam doen, zo ver verwijderd van de ‘limes’, is onduidelijk. Het lijkt mij dat ze op weg waren naar Harderwijk aan het Lac Flevo voor een dagje strand en een bezoekje aan het Dolfinarium.


In plaats van een tijdelijk Romeins kampement ligt er nu bij Ermelo de grote Jan van Schaffelaerkazerne, die de Koninklijke Militaire School huisvest. De omliggende Ermelose Heide en het bos Sparrendaal worden gebruikt als militair oefenterrein.


Een liggende boomstam is niet geleidelijk en geweldloos vermolmd door insecten, maar slachtoffer van wilde zwijnen, met geweld wroetend naar die insecten.


Ik denk even dat ik in Kamp Koningsbrugge terecht ben gekomen. Groepjes militairen met zware bepakking beginnen in bos Sparrendaal aan een lange dagmars. Een ander groepje staat zwaarbewapend op appèl. Ik heb het meest te doen met een groepje in legeroverall, dat bukkend op handen en voeten een rotonde in het bos moeten ronden, terwijl ze ondertussen tussen de ledematen een bal mee moeten slepen. Dat laatste zal wel met het WK Voetbal te maken hebben. De ‘scheidsrechters’ lopen flink op te jutten en te schelden. Ik maak stiekem een paar foto’s in de hoop dat ik bij publicatie niet door de BVD als potentiële spion zal worden aangemerkt.


Het laatste stuk door het Leuvenumse Bos leg ik af langs het fietspad. Hoge planten vingerhoedskruid kleuren de bosrand. In de berm leuke planten zoals knopig helmkruid met zijn bijzondere bloemen en koninginnenkruid (nog niet in bloei). Jacobskruiskruid schiet omhoog uit zijn wortelrozet en de eerste bloemen zijn zichtbaar. Ik sta even stil om te luisteren naar de lange schrille piep van een zwarte specht.        

    

 

[Beeldverhaal]


Gepost: 21 Juni 2026

 

Mooisteroutes.nl: Romeins Marskamp (21 km)