Wandelen, Fietsen, Selfies
WANDELEN: Kleine Beerze
Wandelde ik vorige week langs de Groote Beerze tussen Casteren en Westelbeers, vandaag – maandag, 1 juni 2026 – ga ik de Kleine Beerze met een bezoek vereren, althans het traject tussen Hapert en Vessem, al is de start in Casteren.
De Kleine Beerze ontspringt bij Duizel (één van de Acht Zaligheden) en voegt zich in Landgoed Baest bij de Groote Beerze, om vervolgens als Beerze door natuurgebied Kampina te stromen en bij Boxtel uit te monden in de Dommel.
Ik start wederom op het centrale plein van Casteren bij het beeld van de ‘Caastere Kermis’ en zie nu dat niet alleen vader en moeder met baby op de bok zitten op weg naar de kermis, maar dat ook nog een zoontje aan de achterkant van de huifkar naar buiten koekeloert.
Een oude langgevelboerderij in het dorp uit 1868 heeft een gevelsteen met de tekst ‘De vier beerzen’. Groote Beerze en Kleine Beerze, dat zijn er maar twee! Dorpen Westelbeers, Middelbeers, Oostelbeers, dat zijn er slechts drie! Geen vier beerzen, maar het slaat dan ook gewoon op de vier vissen (baarzen) die bij de tekst zijn afgebeeld.
De wandeling loopt eerst door akkerbouwgebied met vooral gerst, mais, aardappel en suikerbiet, maar ook een veld jonge erwten.
In de berm een mengsel van korenbloem en bolderik. Even schakelen. Dit is de ‘gewone’ bolderik zoals ik hem ken, waarbij de puntige kelkslippen voorbij de kroon uitsteken. Maar op mijn regelmatige fietsrondje door de Binnenveldse Hooilanden kom ik ‘ongewone’ atypische bolderik tegen, waarbij de kelkslippen niet uitsteken. Nu blijkt dat de ‘oosterse’ bolderik te zijn. Het is in ons land alleen een sierplant en die flinke populatie moet uit de kweek zijn ontsnapt of in een bloemenmengsel zijn uitgezaaid. Verwildering is zeldzaam in Nederland. De ‘gewone’ bolderik is waarschijnlijk uit de oosterse bolderik ontstaan.
Wilde liguster bloeit volop in een houtwal en een aardappelveld is volledig omgeven door een witte akkerrand vol margrieten. Sint-Janskruid staat op het punt van bloeien, maar moet nog even wachten tot de naamdag van Sint-Jan op 24 juni.
De Zwarte Berg is een grote grafheuvel, die wordt omgeven door een droge gracht met palenkring en een ringdijk eromheen. De heuvel is dan ook van een bijzonder type, een ringwalheuvel. Het Mariabeeldje in een omgebouwd vogelhuisje aan een boom heeft niet kunnen verhinderen dat de grafheuvel flink te lijden heeft van erosie door de vele bergbeklimmers.
Een bietenveld wordt door een boer met de tractor bespoten. Hij is zo aardig om even te wachten tot ik gepasseerd ben. Vervolgens door een bosgebiedje met een flink ven, bedekt met witte waterlelies, en dan bereik ik een bruggetje over de Kleine Beerze.
En? Beekjuffers, net als bij de Groote Beerze? Maar neen, geen juffers! Wel nemen enkele dazen me te grazen. Maar daarvoor heb ik Deet bij me.
Een bever vindt blijkbaar het waterpeil bij zijn burcht iets te laag en heeft een begin gemaakt met een beverdam om het water iets op te stuwen. Waterviolier bloeit al in het water, echte koekoeksbloem op de oever.
Een informatiebord geeft aan dat ik op de ‘Via Monastica’ zit, een oud pelgrimspad van de Sint-Jan in ’s-Hertogenbosch langs enkele gastvrije abdijen naar Noord-Frankrijk. De tekst gaat gepaard met de Jacobsschelp, het symbool van de pelgrimage naar Santiago de Compostela. Kortom, de Via Monastica leidt, net als alle andere wegen, uiteindelijk naar Santiago.
Ik steek de Kleine Beerze over, die hier wel erg klein wordt. Midden in een gegraven waterpoel staat het beeld van een dubbele hakbijl, ten teken dat bij de aanleg in 2008 een tiental bronzen bijlen zijn gevonden uit de Bronstijd, zo’n 3500 jaar geleden.
Op de oever bloeien vogelwikke, grasmuur en kleine klaver. In het water groeit veel grote waterweegbree. Na het Hoogeloons Bos mooi zicht op de twee kerktorens van Hoogeloon, de één met spitse toren, de ander met een koepel.
Ik steek een doorgaande weg over en dan wordt het volgen van de Kleine Beerze echt een uitdaging. Een praktisch onzichtbaar paadje, overwoekerd door manshoog rietgras, vermengd met kropaar, en dit langs een uitgestrekt veld tarwe, dat ook niet vertrapt wil worden. Maar ik heb geen keus.
Rietgras is makkelijk te onderscheiden van riet door het mooie cilindrische tongetje op de grens van bladschede en bladschijf en het ontbreken van de duivelsbeet halverwege de bladschijf.
Bij een aantal plukken gele waterkers verlaat ik de Kleine Beerze en maak een lange oversteek door de weilanden. Enkele glimmende pikzwarte runderen zitten me boos aan te staren: Black Angus. Wil je weten wat ik met ‘boos’ bedoel, kijk dan naar de foto op de kaft van mijn boekje Dreamgirls (2018) en lees het titelverhaal/gedicht.
Stoeterij Duyselshof is een gigantisch complex, waar paarden worden gefokt en opgeleid tot hoog- en verspringer. Hier kun je niet leren paardrijden, daarvoor moet je zijn bij Manege De Lemelvelden.
Ik word onderweg een klein bosje ingeleid vanwege de aanwezigheid van twee kleine grafheuvels. Daar is weinig bijzonders aan. Wat wel bijzonder is dat het bosje geleidelijk door iemand lijkt te worden omgeturnd tot een lusthof. Langzaam maar zeker nemen bijzondere sierplanten het bos over. Zo sta ik verbaasd te kijken naar de Japanse kornoelje met zijn vier spierwitte schutbladeren onder de eigenlijke bloeiwijze. En er groeit moederkruid, pas één keer eerder tegengekomen in Nederland (‘Boven-Slinge’. In: Zafira, 2024) en een keer in het Moezeldal (‘Mont Royal’. In: Volgend jaar Pasen…, 2025).
Na de vier kilometer langs de Kleine Beerze loop ik aan het eind van de wandeling zo’n drie kilometer langs het Wagenbroeks Loopje, een beek ooit gegraven tussen Hapert en Casteren voor de ontwatering van landbouwgronden en nu ingericht als Ecologische Verbindingszone naar het Dal van de Groote Beerze, waarin het Loopje uitmondt.
Libellen vliegen hier volop. De blauwe verschijning op mijn foto lijkt alle kenmerken te hebben van de vrij zeldzame bruine korenbout.
De beek kronkelt langs velden goudgele gerst en witbloeiende erwt. Op de oevers veel knoopkruid, margriet, glad walstro en een pluk gele ganzenbloem.
Er schijnt hier bewerkte vuursteen te zijn gevonden uit de Steentijd. Dat heeft er dus meer dan zevenduizend jaar gelegen!
Gepost: 14 Juni 2026
WandelZoekpagina: Groeten uit Casteren (15 km)