WANDELEN: Nijenhuis
Net ten zuiden van het Twentekanaal (Zutphen–Enschede), tussen Goor en Diepenheim en tussen de Poelsbeek en de Diepenheimse Molenbeek liggen twee kastelen met grote omringende landgoederen, Weldam en Nijenhuis. Dit Nijenhuis dus niet verwarren met het Nijenhuis in Wijhe, onderdeel van Museum De Fundatie in Zwolle.
In oorsprong waren Weldam en Nijenhuis havezates (ridderhofstad, stins, borg) uit de veertiende eeuw, maar ze zijn in de loop der eeuwen lieflijke kastelen geworden in particulier bezit.
Op vrijdag, 22 mei 2026, start ik bij Kasteel Weldam, eerst langs de hoge berceau aan de westkant van het kasteel, met af en toe een doorkijkje naar de zijkanten van het gebouw.
Het kasteel wordt particulier bewoond en is niet toegankelijk. De tuinen zijn tegen geringe vergoeding te bezichtigen, maar ik beperk me tot de wandelpaden van het omringende landgoed.
Ik zit meteen tussen de rododendrons. Bij loof- en naaldbomen staan enkele naambordjes. Het is een enorm en aangenaam gekwetter van vogeltjes op deze zonnige dag, al vormt de tjiftjaf een dissonant. Een holenduif mag ik wel graag horen.
Een andere dissonant is een weelderige populatie van een duizendknoop in een hoek van de slotgracht, deze keer niet de Japanse duizendknoop, maar de Sachalinse duizendknoop met veel grotere hartvormige bladeren. Verdroogde bloeistengels van vorig jaar steken nog boven de planten uit. Zeker een mooie plant, maar ‘hij’ kan aardig uit de hand lopen.
Ik passeer een oude bunker met een muurtje (scherfvanger) voor de deuropening. Tijdens de oorlog stond er op Weldam een Duitse radaropstelling. De bunker diende als schuilkelder voor de Duitse bewakers.
Een aantal bekende bloeiende planten in het bodemdek passeren de revue: kruipend zenegroen, hondsdraf, uitgebloeide bosanemoon, dagkoekoeksbloem, robertskruid en heel veel dalkruid. De witte klaverzuring bloeit nog niet. Ooit is het hier veel natter geweest dan tegenwoordig, want een groot deel van het bos staat op rabatten.
Het landgoed Weldam bezit ook meerdere boerderijen. Raamluiken in de kleuren (van buiten naar binnen) zwart, wit, geel kenmerken deze bezittingen.
Ik kruis voor de eerste keer de Poelsbeek. De Poelsbeek is zo’n dertien kilometer lang, ontspringt bij Haaksbergen en stroomt bij Goor uit op het Twentekanaal. Watereppe groeit volop in het water.
De bladverliezende blauwe bosbes zit vol nieuwe jonge scheuten. Het varenbestand op de bosbodem bestaat vooral uit de brede stekelvaren. Zevenblad is een woekeraar, maar in bloei is het een schoonheid. Dotterbloemen bloeien nog steeds langs boerensloten.
Twee bijzondere objecten staan bij een historische boerderij in de bosrand. Een steil puntdakje, twee meter hoog, met overlappende houten dakpannen is een soort etalage van talloze speelgoed vogeltjes. Hier wordt het bos niet interessanter door. Een gigantische liggende hamer in een perkje van lelietjes-van-dalen laat over de naam van deze boerderij geen misverstand bestaan: De Hamer. Er staat hier ook een donkere ooievaarsbek, een typische stinzenplant.
Ik steek voor de tweede keer de Poelsbeek over. Hier kom ik er achter dat ik mijn gps niet correct heb geactiveerd. De eerste vijf kilometer van de route zijn daarom handmatig aan het routekaartje toegevoegd.
Een bijzondere veelvormige kudde schapen – zwart, wit, rechte horens, kromme horens – met bijpassende lammeren, houdt enkele weilanden in toom. Je kunt deze mooie kudde inhuren bij ‘Bannink Natuurbegrazing’.
Ik bereik het tweede kasteel op deze wandeling, Kasteel Nijenhuis. Eerst zicht op de achterzijde van het kasteel en dan passage van een mooie rustieke boerderij met hooiberg. Raamluiken zwart-wit met zandlopermotief. In de berm gewoon nagelkruid (en niet het invasieve groot nagelkruid) en enkele struiken van de Gelderse roos in vol ornaat.
Tot mijn verbazing passeer ik even later een ‘Oranjemuseum’ in deze afgelegen contreien van Diepenheim, officieel geheten ‘Oranjemuseum Nieuwe Haghuis’. De oorsprong van dit museum ligt in de Tachtigjarige Oorlog. In 1597 ondernam Prins Maurits een veldtocht door de Achterhoek en Twente om Spaansgezinde steden te heroveren. Op verschillende tochten kwam ik daar al tastbare sporen van tegen. Zo ligt er over de Dinkel een houten ‘Mauritsbrug’, geflankeerd door een houten kanon. Hier zou Maurits met zijn troepen de Dinkel zijn overgestoken om Twente te bevrijden (‘Lutterzand’. In: Volgend jaar Pasen…, 2025). Overigens waren drie kogels uit de kanonnen van Maurits voldoende om het Spaanse garnizoen van Ootmarsum tot overgave te bewegen. Eén van ‘die’ kogels is ingemetseld in de zuidelijke muur van de Simon en Judaskerk op het Marktplein van Ootmarsum (‘Dinkelland’. In: It giet oan!, 2016). Een ludieke en acceptabele vorm van geschiedsvervalsing.
Tijdens deze veldtocht werden eerst Groenlo en Bredevoort in de Achterhoek ingenomen. Op weg naar Twente (Enschede, Ootmarsum, Oldenzaal) kregen de manschappen enkele dagen rust bij het (Oude) Haghuis in Diepenheim. Een ‘Haghuis’ is een oude benaming voor een huis omgeven door een haag.
Bij de bewoners en nazaten van het Oude Haghuis heeft dat eeuwenlang geleid tot verzamelwoede van Oranjehuis curiosa. De straat kreeg ook nog eens de naam ‘Prinsendijk’. De bewoners van het Nieuwe Haghuis is het gelukt om de verzameling onder te brengen in een Oranjemuseum, geopend in 2006. Gelukkig vandaag gesloten.
Even verderop bereik ik de Diepenheimse Molenbeek en het beschermd dorpsgezicht Den Haller met de op één na oudste watermolen van Nederland (1169), wat zeg ik: het is de oudste watermolen van Nederland van boven de grote rivieren. Alleen de Bisschopsmolen in Maastricht is ouder (elfde eeuw). Over de geschiedenis van de molen zijn vele pagina’s volgeschreven, en dat ga ik dus niet overdoen.
De Diepenheimse Molenbeek is een aftakking van de Buurserbeek/Schipbeek bij de Nieuwe Sluis. Na slechts vijf kilometer fuseert de beek vlak bij het Twentekanaal met de Boven-Regge. De molen heeft een wijer (molenvijver) en een steile zigzag vistrap, waar het iedere vis zal duizelen.
Rond de meanderende beek is in landgoed Nijenhuis begin negentiende eeuw een wandelbos aangelegd. Onderweg mooi zicht op de statige entree van het kasteel. Komende maandag (Tweede Pinksterdag) is de Dag van het Kasteel en worden delen van tuin en gebouw opengesteld voor het publiek. Je kunt dan meer te weten komen over de heldendaden van de eigenaren, de familie Schimmelpenninck. Het voormalige sigarenmerk Schimmelpenninck met fabriek in Wageningen blijkt te zijn vernoemd naar Rutger Jan Schimmelpenninck (1761–1825), raadpensionaris tijdens de Bataafse Republiek (‘President van Nederland’ in 1805–1806 namens Napoleon).
Onder de eiken langs een doorgaande weg groeit en bloeit hengel, een half-parasiet die profiteert van de voedingsstoffen in het wortelstelsel van de bomen. Inmiddels bloeit ook helmkruid en kan ik aan de vorm van het staminodium zien dat het knopig helmkruid betreft.
Ik bereik de voorzijde van Kasteel Weldam. Helaas staat het kasteel volledig in de steigers. Geen speciale activiteiten hier dit jaar op de Dag van het Kasteel.
Hoewel de focus van de routemakers lag op de ‘Weelde van Weldam’ heb ik besloten mijn verhaaltje ‘Nijenhuis’ te noemen, omdat daar meer te beleven viel.
Gepost: 1 Juni 2026
Mooisteroutes.nl: Weelde van Weldam (15 km)