WANDELEN: Kraaijenbergse Plassen
Aan de Maas, tussen Grave en Cuijk, liggen de Kraaijenbergse Plassen (450 hectare), ontstaan door zandwinning in de Beerse Maas, alias Traverse Beerse Maas. Het zijn acht onderling verbonden plassen, al zijn ze genummerd van 1 tot en met 9. Plas 6 ten westen van Plas 5 is nooit gerealiseerd uit landschappelijke overwegingen. De afgravingen hebben vele miljoenen tonnen rivierzand, grind en klei opgeleverd.
Al in de late middeleeuwen verschafte men noodgedwongen ‘ruimte aan de rivier’. Ten noorden van Beers lag de Beersche Overlaat, een bewuste verlaging van de zuidelijke Maasdijk. Bij hoogwater stroomde Maaswater naar het dal van de Raam met zand-, klei- en grindafzettingen tot gevolg. De Raam trad op zijn beurt buiten de oevers en vormde de Beerse Maas, parallel aan de ‘echte’ Maas. In uiterste gevallen was de Beerse Maas enkele kilometers breed en zo’n veertig kilometer lang tot aan de noordkant van ’s-Hertogenbosch, ongetwijfeld een nuttig onderdeel van de Zuiderwaterlinie tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
De drie dorpen het dichtst bij de Kraaijenbergse Plassen zijn Gassel ten westen, Beers ten zuiden, terwijl Linden zo goed als omgeven wordt door het water, maar wel het dichtst ligt bij de A73, die het gebied doorkruist.
Op dinsdag, 12 mei 2026, heb ik een flinke wandeling uitgezet langs al deze acht plassen. Start in Linden bij het bijzondere Dakota Crash monument. Op 17 september 1994 moest een Amerikaanse Dakota parachutisten droppen in de buurt van Groesbeek. Het vliegtuig werd beschoten, maar alle parachutisten op één na konden het toestel verlaten. De laatste parachutist en de complete bemanning kwamen op deze plek bij de crash om het leven.
In het dorp passeer ik de Lambertuskerk. Het eerste kerkje op deze plek zou gesticht zijn rond 1300 door Jan I van Cuijk, volgens de overlevering als boetedoening voor zijn betrokkenheid bij de moord op Floris V bij Muiderberg in 1296 (‘Muiden’. In: Zafira, 2024).
Het eerste deel is een prachtige route op het schiereiland rond Linden, deels moerassig. Eerst langs de noordoever van Plas 7 en vervolgens de zuidoever van Plas 3. Over het water zicht op de kerk van Beers.
Echte koekoeksbloem bloeit en dan kan de koekoek niet achterblijven. Je zou er de klok op gelijk zetten. Ook zanglijsters hebben er zin in vandaag. Ik krijg van dichtbij een sopraan op de foto. Klaproos, margriet, gele lis en gewone raket bloeien in de berm. Exmoor pony’s met hun karakteristieke meelsnuit grazen in de ruigtes tussen de meidoorns in volle bloei en vlier en rode kornoelje veelal nog in knop. Eén enkel boompje langs het pad heeft nachtelijk bezoek gehad van een bever.
Ik passeer vakantiepark ’t Loo en vervolgens de fietsbrug tussen Plassen 2 en 3, met zicht op twee jachthaventjes en in de verte het viaduct in de A73 over het verbindingskanaal tussen Plassen 1 en 2.
De noordoevers van Plassen 3 en 4 zijn wat ruiger begroeid met bomen en struiken – heel veel Spaanse aak, maar ook dooie en zieke essen – en in de berm bloeien fluitenkruid, gewone berenklauw, smeerwortel, knoopkruid en valeriaan tussen een massa kleefkruid. Ik denk een verdwaalde Judaspenning te zien, maar de zittende bladeren wijzen op een andere tuinplant: damastbloem. Steeds mooie doorkijkjes door de begroeiing heen met bankjes en picknicktafels. Rechts, op enkele tientallen meters afstand, de winterdijk van de Maas.
Op een tak boven het water van Plas 4 zit een groepje boerenzwaluwen te pauzeren en op een meerpaal een visdiefje.
Een stukje bekend terrein is het struinpad tussen Plassen 4 en 5 (zie W356: ‘Graafsche Raam’). Aan het begin ligt nog een kleine kleiput, gegraven ten behoeve van dijkverzwaring. Dit ‘Gat van Geluk’ ligt vlakbij het enige naaktstrandje aan de Kraaijenbergse Plassen.
Plas 5 is volledig gereserveerd voor natuur zonder recreatieve voorzieningen. Struiken kardinaalsmuts zijn deels ingepakt in spinsel van de kardinaalsmutsstippelmot. Een clubje staartmezen fladdert door de bomen. Over het water zicht op de kerk van Gassel. Langs het water bloeit gewoon barbarakruid tussen de schuimkoppen. Een berk hangt op ooghoogte vol met vruchtkatjes, een foto waard. De zwarte keutels met een enigszins gedraaide punt zijn waarschijnlijk van een vos.
Ik voel me niet helemaal op mijn gemak bij de kudde stoere Heckrunderen met kalfjes. In bovenstaand verhaaltje schreef ik al dat Heckrunderen niet zo van recreanten houden, maar toch staan ze hier niet achter een hek!
Ik zit inmiddels ten zuiden van Plassen 4 en 7, iets verder verwijderd van de waterkant. Na de gewone vogelkers is het nu de beurt aan de Amerikaanse vogelkers om uitbundig te bloeien. Een akker is dun ingezaaid met gerst met zijn lange kafnaalden. Een plantje dat ik nog niet vaak ben tegengekomen en dus niet meteen herken, blijkt de gewone duivenkervel te zijn uit de papaverfamilie.
Ik denk een fazant te zien lopen op enige afstand. Het blijkt echter een demo van de relativiteitstheorie. Omdat ik beweeg lijkt de ‘fazant’ ook te bewegen. Het is echter een pluk groen die in het prikkeldraad hangt.
Een verwilderde akker staat vol jonge planten kaardenbol. Vlindertjes als koolwitje en zandoogje fladderen langs bloeiende planten. Twee reeën huppelen door het veld naar de beschutting van een klein bosje. In een weiland met gras van twee kontjes hoog steken alleen de koppen van twee Canadese ganzen boven het gras uit.
Langs Natuurpoort De Bungelaar bereik ik Beers, waar een kunstwerk in het water van Plas 7 is geplaatst: een kameleon als een windvaan op een hoge paal. De provinciale weg van Beers naar Cuijk wordt geflankeerd door indrukwekkende grauwe abelen. De vele kiemplanten onder deze bomen hebben een zilverachtige onderkant van het blad, die doet denken aan de witte abeel (zilverpopulier), maar dat is hier niet logisch. De bladvorm van de kiemplanten is echter duidelijk hetzelfde als van de volwassen grauwe abelen, namelijk intermediair tussen het hoekige blad van de witte abeel en het bijna ronde blad van de ratelpopulier. De grauwe abeel is een hybride tussen deze twee soorten.
Ik wandel eerst tussen Plassen 7 en 8 door met een mooie ophaalbrug over het verbindingskanaal. Brem in volle bloei, evenals de witbloemige avondkoekoeksbloem en veel margriet.
Dan zuidwaarts aan de oostkant van Plas 8, parallel aan de A73. Hier grazen Schotse hooglanders, die veel minder intimiderend overkomen dan de Heckrunderen. Op deze oever ligt ook een vakantiepark van EuroParcs.
Onder de A73 door bij Hotel Cuijk (met het bekende symbool van de ‘Costaricaanse’ toekan) kom ik in de indrukwekkende nieuwbouwwijken van Cuijk terecht (Heeswijk).
In het Heeswijkse parkje een houten voetgangersbrug in de kleuren blauw-geel van de Oekraïense vlag. Een andere verklaring voor de kleurcombinatie kan ik niet vinden, hoewel enkele steunpalen lijken te eindigen in de puntige muts van Prins Carnaval.
In het zuiden van Plas 9 zijn een aantal kunstmatige eilanden volgebouwd met luxe villa’s. Op de oever groeien en bloeien tussen het gras enkele interessante planten zoals de grote centaurie, wede, smalbladige wikke en de dichtersnarcis.
De westzijde van deze plas lijkt wel ingericht als een soort arboretum. Eerst een groot veld met geknotte platanen en dan een strook met vele verschillende loof- en naaldbomen, waaronder imposante schijncipressen (Chamaecyparis). De rijbaan wordt geflankeerd door moeraseiken.
Ik ben weer terug bij de gecrashte Dakota. Een prachtige wandeling van dik twintig kilometer langs de negen, pardon… acht Kraaijenbergse Plassen.
Gepost: 25 Mei 2026
Wandelknooppunten: 71, 72, 96, 95, 93, 92, 27, 33, 72, 31, 32, 30, 79, 73, 71 (22 km)