WANDELEN: Tien++Gemeten

Mijn eerste en enige bezoek aan het eiland Tiengemeten in het Haringvliet iets meer dan tien jaar geleden (5 november 2015) staat in mijn geheugen gegrift (‘Tiengemeten’. In: It giet oan!, 2016). Hoogtepunt was het van nabij gadeslaan en volgen van twee vliegende deuren, mijn eerste zeearenden!


Tiengemeten kwam rond 1600 tevoorschijn als een kleine zandplaat in het Haringvliet. Eén gemet was ongeveer 0,4 hectare, dus Tiengemeten was vier hectare groot. In de loop der eeuwen is het eiland door aanslibbing 250 keer zo groot gegroeid, tegenwoordig iets meer dan duizend hectare. Dus met recht ‘Tien++Gemeten’.


De oudste ‘Oude polder’ aan de oostkant van het eiland dateert van 1750 en later werden ook andere delen ingepolderd en gebruikt voor akker- en weidebouw: Middenpolder, Benedenpolder, Mariapolder en Brienenswaard. Het einde van de landbouwactiviteiten werd vooral veroorzaakt door logistieke problemen. Sinds 1997 is het hele eiland in beheer bij Natuurmonumenten, is de zuidelijke ringdijk doorgestoken en speelt water weer een hoofdrol op het eiland. 


Ik besluit om op dinsdag, 10 februari 2026, nog eens terug te gaan. In de wintermaanden zijn alle faciliteiten gesloten (Bezoekerscentrum, Rien Poortvliet Museum, horeca De Gezusters), behalve de toiletten. Bezoekers zijn dan op één hand te tellen en dat maakt de kans op bijzondere ontmoetingen in de natuur groter. En het hele jaar door vaart de veerpont je overdag op het hele uur naar het eiland, en om tien over het hele uur kun je het eiland weer verlaten.


Ik sta met twee andere wandelaars om tien voor tien naar Tien++Gemeten te kijken op de veerkade in Nieuwendijk en te wachten op de veerman, die ons met de grote St. Antonius over zal varen. “Behoefte aan een praatje?” vraagt hij wanneer hij mij een kaartje verkoopt. “Kom dan maar mee naar boven.” Ik mee naar de stuurhut, waar hij heel wat praats heeft over zijn levensloop. Overal in de wereld is hij geweest op de grote vaart, maar daar kan ik best wat tegenover stellen. In tien minuten zijn we aan de overkant van het Vuile Gat, het water tussen de Hoeksche Waard en het eiland. Het is een beetje mistig en af en toe valt er wat motregen.


De drie uitgezette wandelingen hebben inmiddels andere namen gekregen. Ik start met de blauwe ‘Wildernis’ route (10 km), gevolgd door de gele ‘Bever’ route (4 km) en de rode ‘Wintertaling’ route (6 km).


De ‘Wildernis’ route brengt me naar de westpunt van het eiland, waar de kans op het spotten van de zeearend het grootst is. Ooit kon je helemaal het eiland rond lopen, maar dat kan niet meer sinds de ringdijk aan de zuidkant is doorgestoken. Heen- en terugweg overlappen dus voor een groot gedeelte.


Vanaf de ringdijk mooi zicht op het Vuile Gat en de binnendijkse ruigtes met moeras en stukken open water. De ringdijk is zeer geliefd bij mollen; daar houden ze tenminste droge poten. Op de dijk een hoge paal met bovenin een rieten mand (zonder bodem), waarschijnlijk een voormalige stormbal, die bewoners en scheepvaart waarschuwde voor de komst van ruig weer.


Kuifeenden, tafeleenden en slobeenden dobberen in het water. Af en toe struiken en bomen langs de waterkant met bevervraat. Een torenvalk rust uit in de top van een es. Een schare puttertjes vliegt rond in de ruigtes met riet en vooral uitgebloeide guldenroede.


Schotse hooglanders kom je overal en nergens tegen op het eiland, maar bij vakantieboerderij Laurettehoeve huist een grote kudde, die bijgevoerd wordt in een kraal. Op de website van Natuurmonumenten staat dat gedurende de maand februari de ‘Wildernis’ route vanaf hier is afgesloten vanwege werkzaamheden. Ik vermoed dat het te maken heeft met deze nieuwe Schotse gastarbeiders, die nog moeten wennen aan hun nieuwe leefomgeving. Er wordt me overigens geen strobreed in de weg gelegd, al moet ik wel de drukke kraal oversteken.


Ik bereik op het verste punt de ‘Blanke Slikken’, waar het buitendijkse wandelpad omzoomd wordt door guldenroede en rietpluimen. Midden in de lus ligt de Rietheuvel, een verhoging waar voorheen de rietsnijders het geoogste riet in veiligheid brachten. Een weggegooid klokhuis heeft ter herinnering een markante knoestige appelboom opgeleverd op de kale heuvel.


Bij het zijpad, dat vijf kilometer verderop doodloopt op de doorgestoken dijk, hangt een bordje dat de weg nu al na anderhalve kilometer is afgesloten vanwege het rustgebied van een visarend. Het was langs dit pad, dat ik in 2015 genoemde zeearenden kon observeren.


Ik wandel een eindje dit pad op en – verdomd – ik zie bijna meteen een grote roofvogel in een verre boom zitten,  vergezeld van een kraai voor een mooi contrast in afmetingen op mijn foto’s. Na een tijdje vliegt de roofvogel weg en wordt duidelijk dat het een zeearend is. Een medewerker van Natuurmonumenten, die met zijn hooiwagen op gezette plekken langs het pad dwalende Schotse hooglanders bijvoert, bevestigt mijn observatie.   


Op de terugweg naar de ringdijk kom ik langs het uiteinde van de ‘levensader’ van het eiland, een vijf kilometer lange kreek, die begint bij de doorgebroken dijk en bijna het hele eiland voorziet van wisselende waterhoogtes, afhankelijk van de toevoer door Merwede (verlengde Waal) en Amer (verlengde Maas) en van het (geringe) getij via de Haringvlietsluizen in de Haringvlietdam.


Nog een grote roofvogel houdt zich op in een heel verre boom. Gezien de witte borst zou het wel eens een visarend kunnen zijn.


Ik had vanwege het licht brakke water verwacht kleine zilverreigers te zien met hun zwarte snavel en gele voeten onder zwarte poten, maar alleen grote zilverreigers kruisen mijn pad.


Van de blauwe route stap ik over op de gele ‘Bever’ route. De grote beverburcht langs een waterpartij bij het Schafthuisje wordt door de begroeiing aan mijn zicht onttrokken. Schaften wordt in dit huisje wel een uitdaging, want het staat binnen onderwater. Overal vlaaien van de Schotse hooglanders. Zijn de vlaaien een paar dagen over de datum, dan zitten ze vol piepkleine kiemplantjes.


Bij de restanten van de aardappelloods zijn de beversporen legio, zowel aan staand als aan liggend hout van vooral wilgen en populieren. Het hele eiland telt inmiddels een tiental beverburchten. In de ‘levensader’ heeft zich op een eilandje een grote groep bergeenden verzameld.


Op de overgang van de gele route naar de rode ‘Wintertaling’ route staat een schilderijlijst met erbovenop de tekst: ‘Groeten vanaf TienGemeten’. Graag gedaan!


Hier ligt ook de Vliedberg, een kunstmatige verhoging als vluchtplaats voor het vee. Vanaf de verhoging een prachtig uitzicht over de moerassen. Ik zie geen wintertalingen, maar hoor smienten fluiten.     


De doorgebroken dijk voedt niet alleen de ‘levensader’ over de lengte van het eiland, maar kan ook hier via een overloop noordelijk stromen naar de grote moerassen van het eiland.


In de noordoostelijke punt van het eiland ligt de Oude Polder uit ca. 1750. Het wandelpad is inmiddels verhard en vlakbij zorgboerderij Idahoeve steken twee reeën voor mijn neus de weg over.  


Om tien over drie pak ik de pont weer terug naar de Hoeksche Waard. Er zijn wat meer passagiers, waaronder mensen die hun werk op het eiland erop hebben zitten, zoals personeel van de zorgboerderij.


Toch wel bijzonder dat ik onze grootste roofvogels ook nu weer ben tegengekomen!

 

 

[Beeldverhaal]


Gepost: 26 Februari 2026

 

Wildernisroute, Beverroute, Zomertalingroute  (21 km).