WANDELEN: Rozendaalse Veld
Eind februari vorig jaar (geen vlokje sneeuw te bekennen!) wilde ik een wandeling maken op de Terletse Heide, Worth-Rhederheide en Rozendaalse Veld, onderdelen van Nationaal Park (NP) Veluwezoom. Door een verkeerde afslag dwaalde ik echter enorm af en kwam ik veel noordelijker terecht, rakend aan de Loenermark en de Zilvense Heide (‘Terletse Heide’. In: Volgend jaar Pasen…, 2025).
Vandaag, dinsdag, 6 januari 2026, ga ik beter voorbereid op pad en hoop te genieten van het witte landschap met twintig centimeter sneeuw, kou en mist trotserend.
Eerst een half uur de auto ‘ontijzen’ (Schiphol heeft toch nog wat glycol overgelaten) en dan voorzichtig op weg naar Nationaal Zweefvliegcentrum Terlet. Vooral het laatste deel van de Apeldoornseweg is ongezouten – niemand heeft nu iets te zoeken op Terlet – en ik besluit de auto te parkeren in de sneeuwvrije tunnel ‘Wolfsdel’ onder de A50. Iets noordelijker ligt Wildwissel Terlet over de snelweg, die het Deelerwoud verbindt met NP Veluwezoom, zodat de wolven in het najaar veilig kunnen oversteken naar de Worth-Rhederheide aan de voet van de Elsberg, om een beetje mee te huilen met de burlende edelherten tijdens de bronst.
De Terletse Heide ligt er maagdelijk wit bij, maar het zicht is beperkt door de mist. De mystieke foto’s zeggen meer dan woorden. Enkele vliegdennen staan als bakens op de vlakte, maar waarschijnlijk onzichtbaar voor de groepen gakkende ganzen die ik hoor overvliegen. Op de ‘heide’ heerst het pijpenstrootje. Platgewalst door de banden van de 4WD van de boswachter, zijn de meeste paden redelijk begaanbaar. Ze worden gekruist door ontelbare sprong- en sleepsporen van het wild.
Op de Veluwezoom bouwden de Duitsers in de oorlog enkele radiopeilstations om met hun nachtjagers geallieerde bommenwerpers te onderscheppen. Op vliegveld Terlet lag Teerose I. Er is slechts een administratiegebouwtje van over.
Op bovengenoemde ‘mislukte’ wandeling miste ik de afslag naar de restanten van Teerose III, waarop nu een zendmast van C2000 is gebouwd, het slecht functionerende communicatiesysteem van politie en hulpdiensten. Ik waag een nieuwe poging om Teerose III te bereiken, maar deze keer zijn het twee Schotse hooglanders die me de weg versperren. Ze lopen traag voor me uit op het smalle pad en duiken af en toe even de berm in voor een groen blaadje. Het schiet niet op, ik durf er niet langs en besluit Teerose III te laten voor wat het is, en een stukje terug te wandelen.
Terwijl ik me concentreerde op de Schotten, moet er vlak achter mijn rug een edelhert het pad zijn overgestoken, getuige de keutels in het bandenspoor van de boswachter, die me net in zijn terreinwagen tegemoet kwam. Die keutels lagen er net nog niet, want dan zouden ze door de boswachter geplet zijn geweest. Aldus spoorzoeker Salomon P. Snuffel!
Ik schrik van een enorme knal in het bos. Het moet een boom zijn, die bezwijkt onder zijn sneeuwlast. De bosbodem is hier dicht bedekt met een mengsel van blauwe en rode bosbes.
Af en toe moet ik op een kruising van paden even een routebordje schoonvegen of een ANWB paddenstoel van een sneeuwpop bevrijden.
Langs de Tunnekesweg, die dwars over de Worth-Rhederheide loopt, staat het kunstwerk ‘Highlander’, een ode aan de wildernis, van ene Jantien Mook. De stapeling van hoorns steekt prachtig af tegen de mistige achtergrond.
Tussen de jonge en oude dennen staan hier veel struiken gaspeldoorn met hun geniepige doorns. Onder een vliegden zitten twee langlaufers te picknicken. Verder krijg ik weinig levende have te zien, maar hoor wel enkele keren een raaf krassen met zijn diepe basstem.
Dan wordt het even ploeteren over een nogal onbetreden pad in de bosrand. Gelukkig zijn er wel de glijsporen van langlaufers, maar ik zak met mijn onverdeeld gewicht toch nog steeds zeker vijf centimeter dieper in de sneeuw dan de skilatten.
In het bos liggen een aantal betonnen blokken, eentje met een trappetje. Het zijn de resten van de fundering van Teerose II, een exacte kopie van Teerose I, maar dan zo ongeveer op het hoogste punt van de Veluwe (109 meter boven NAP).
Ik maak tussen deze blokken een ‘bankje’ sneeuwvrij om de lunch te gebruiken, maar er komt een tekst tevoorschijn: ‘Lager kan een mens niet zakken’. Er schijnt in de uiterwaarden langs de IJssel bij Dieren (6 meter boven NAP) een vergelijkbaar granieten bankje te staan, maar dan met de tekst: ‘Hoger kan een mens niet stijgen’.
Dit klinkt tegenstrijdig, maar het verwijst subtiel naar het oorlogsverleden van het hoogste punt en naar de hulp van boeren om in de uiterwaarden te wandelen (opstapjes over prikkeldraad, enz.) op het laagste punt.
De vierendertig meter hoge brandtoren uit 1949 op het Rozendaalse Veld duikt op in de mist. Niet meer in gebruik, maar gered van de ondergang door een stichting. Sinds 1978 houden Terletse vliegtuigjes bos en heide in de gaten (‘Rosendael’. In: Zafira, 2024).
Ik volg dan kilometers een historische Koningsweg dwars over het Rozendaalse Veld. Deze stamt uit de tijd van koning-stadhouder Willem III (1650–1702), die grote jachtgebieden had op de Veluwezoom, met het Hof te Dieren als favoriete uitvalsbasis (‘Veluwezoom 1’. In: Zafira, 2024). Koningswegen verbonden deze jachtgebieden met elkaar.
Ook hier weer veel struiken gaspeldoorn. Ik zit me net te bedenken dat de bloei van deze vroege voorjaarsbloeier soms al in de winter begint, of ik passeer een besneeuwde struik die al vol gele bloemen en bloemknoppen zit.
Op de Eerbeekseweg, die de Terletse Heide begrenst, kom ik weer een aantal Schotse hooglanders tegen. Maar hier is de weg breed genoeg om ze op gepaste afstand te passeren.
Hier staat ook een oorlogsmonument. ‘Sta een ogenblik stil bij deze plek’, waar in juni 1943 een Lancaster bommenwerper crashte en zeven jonge militairen omkwamen. Dankzij Teerose. ‘Lager kun je niet zakken’.
Gepost: 22 Januari 2026
Natuurmonumenten: Oorlogsgeschiedenis Veluwezoom (15 km)