Wandelen, Fietsen, Selfies
WANDELEN: Giethoorn
Giethoorn vormt samen met Nationaal Park Weerribben-Wieden de ‘natte parels’ van de Kop van Overijssel, alias Steenwijkerland, alias WaterReijk. De ‘glinsterende kralen’ zijn Vollenhove, Blokzijl en Kuinre. Een prachtig gebied.
Meer dan tien jaar geleden fietste ik op een doordeweekse dag over het smalle pad en de bruggetjes door de toeristische Middenbuurt van Giethoorn zonder af te stappen (‘Sur le pont’. In: Tjiftjaffen, 2014). Op de vraag hoeveel Chinezen ik toen heb overreden kan ik antwoorden dat in februari Giethoorn net zo uitgestorven is als alle andere piepkleine dorpen.
Overigens is Giethoorn vandaag niet mijn hoofddoel, maar buurtschap Dwarsgracht langs de Dwarsgracht, drie kilometer ten westen van Giethoorn. Op 1 augustus dit jaar bracht broertje Johan het resterende deel van ons grote ouderlijk gezin met aanhang naar restaurant ‘De Otterskooi’ in deze kleine kern om zijn 75ste verjaardag te vieren. Met de ‘Grietje 1964’ maakten we een prachtige boottocht door de Dwarsgracht en over de Beulakerwijde om met een boog via het Giethoornsche Meer terug te keren naar De Otterskooi.
Ik zoek eerst op Wikipedia enige informatie over de ontginningsgeschiedenis van Giethoorn en omstreken. De vervening van het gebied startte in de late middeleeuwen vanaf de oostelijke oever van het in het westen gelegen Giethoornsche Meer. Naar het oosten gerichte ontginningen werden gescheiden door grachten die de naam kregen van de eigenaar (Cornelisgracht, Thijssengracht). De Dwarsgracht vormde een achterkade van zo’n ontginning. Naarmate de ontginning vorderde werd het dorp grotendeels oostwaarts verplaatst van de ene achterkade naar de volgende. De laatste keer was dat in de zeventiende eeuw. Het dorp werd van de Beukersweg (nu Beulakerweg) verplaatst naar de huidige Dorpsgracht. Inmiddels is de Beulakerweg een doorgaande provinciale weg (N334) geworden van Steenwijk naar Zwartsluis, en die wordt ook nog eens geflankeerd door het Kanaal Beukers–Steenwijk vanaf Steenwijk naar buurtschap Beukers aan het Meppelerdiep.
Deze kant van de Wieden wil ik nog wel eens te voet ervaren. Ik start op woensdag, 12 november 2025, aan de rand van Giethoorn bij de supermarkt aan de provinciale weg en steek meteen het Kanaal Beukers–Steenwijk over via een ophaalbrug, in de routebeschrijving plastisch ‘klapbrug’ genoemd. Van de fietstocht herinner ik me het bord ‘Uitvaart jachten’ op de oever van het kanaal. Het is verdwenen. Blijkbaar kun je in Giethoorn niet meer met een begrafenisboot naar het crematorium.
De lucht boven de Wieden is vergeven van de vluchten ganzen. Bij een boerderij staat een compleet roze geschilderde caravan met het opschrift: ‘Het leven = geen ponykampf’. Hier moet een diepe frustratie achter schuilgaan. Ik vermoed: ‘Was het leven wel een ponykampf, dan zat ik continu op een roze wolk in mijn roze caravan’.
Ik betreed De Wieden (Wijden) via een pad tussen de Beulakerpolder en het grote open water van de Beulakerwijde. Het grensbord van Natuurmonumenten maakt duidelijk dat de otter de mascotte is van het Nationaal Park.
Een elektrische fietsbrug overspant de toegang tot Waterresort Bodelaeke, een luxe vakantiepark met bungalows aan het water. Dit is het recreatieve deel van de Beulakerpolder, de rest bestaat uit rietvelden en nieuw uitgegraven petgaten.
De polder grenst aan de Beulakerwijde, vernoemd net als de polder en het vakantiepark naar het dorp Beulake (verbastering van Bodelaeke). In dit voormalige verveningsgebied maakte men de petgaten te breed en de legakkers te smal. Bij de stormen van 1775, 1776 en 1825(!) (‘Blankenham’. In: Volgend jaar Pasen…, 2025) werden de legakkers weggeslagen, ontstond dit grote open water en verdronk het dorp Beulake in de golven. In de noordelijker gelegen Weerribben heeft men van deze ervaring geleerd, zodat het regelmatige patroon van petgaten (weren) en legakkers (ribben) behouden is gebleven.
Over het water van de Beulakerwijde zicht op de watertoren van Sint Jansklooster. De rietkragen worden onderbroken voor een ‘Plankzeiloever’.
Ik loop even langs bosschages van grauwe wilg naar uitkijkplatform ‘Wiedekiek’ en moet constateren dat een villa in vakantiepark Bodelaeke een veel beter uitzicht heeft op het wiedenriet dan de ‘Wiedekiek’. Het heeft een veel hogere aangebouwde privé uitkijktoren.
Langs een soortgelijke achterkade als de Dwarsgracht is Natuurmonumenten druk in de weer om petgaten die volledig zijn dichtgegroeid weer uit te graven, zodat het hele langdurige proces van verlanding met de bijbehorende bijzondere flora en fauna zich kan herhalen. Door dit gegraaf is het momenteel wel een beetje een rommeltje. De zwarte els voelt zich thuis in dit milieu.
Ik volg de Jonenweg langs de Cornelisgracht. Hier liggen een aantal luxe en minder luxe woonarken langs de oever. Sommige zijn zelfs te huur. Een bijzonder bootje met op de steven een onderwater vorklift is de gracht voorzichtig aan het uitdiepen. Er komen grote hoeveelheden wortelstokken van waterlelies en gele plomp naar boven.
Na een brug over de Cornelisgracht wandel ik in buurtschap Dwarsgracht langs de Dwarsgracht. Sla je niet af, maar loop je de Jonenweg nog anderhalve kilometer door, dan kom je bij het bijzondere fietspontje in buurtschap Jonen over de verbindingssloot tussen de Beulakerwijde en het Giethoornsche Meer.
Hier op de hoek van Cornelisgracht en Dwarsgracht staat het beeld van de ‘baggeraar’. Maar die moest het uitdiepen nog met de hand doen, dat wil zeggen met een baggerbeugel – een net aan het uiteinde van een lange stok – waarmee diep onderwater het veen kon worden opgeschept.
Dwarsgracht is een idyllische plek met slechts een wandelpad langs de gracht en vlonders of ophaalbruggetjes om van het ene perceel op het andere te komen. Er wonen niet meer dan een honderdvijftigtal mensen. Emmertjes met strooizout liggen om de vijftig meter klaar langs het pad voor de komende winter. Dit om een dwarslaesie door een duik in de Dwarsgracht te voorkomen.
Nog een bronzen beeld van een zittende dame op de oever van de gracht, die van het water geniet: ‘La mer, ce grand sculpteur’. In bruikleen van Museum Beelden aan Zee.
Veel boerderijtjes zijn van het kenmerkende Giethoornse type: de bultrugboerderij, met de deel hoger dan het voorhuis. Horeca ‘De Otterskooi’ is gesloten, maar ‘Grietje 1964’ ligt startklaar afgemeerd aan de kade. Het was destijds koddig om te zien dat een hulpje van de schipper op zijn fiets een eindje vooruit moest rijden om enkele bruggetjes voor ‘Grietje’ te openen.
Ik verlaat Dwarsgracht via de Oude Kerkweg met erlangs een grote bosschage van wilde gagel. Een buurtinitiatief om via een smal schelpenpaadje wandelaars een blik te gunnen op enkele petgaten behoeft nog enige aandacht van de buurt; het eerste deel staat volledig onderwater.
Aansluitend ligt de Polder Giethoorn, die als werkverschaffingsproject volledig voor landbouw is ontgonnen. Het is voornamelijk weiland met ertussen een enorm perceel afrikaantjes (Tagetes), waarschijnlijk als vangplant van wortelaaltjes in de vruchtwisseling met aardappel. Mogelijk onderdeel van ‘Centraal Proefveld Giethoorn, sinds 1938’, dat met een groot bord langs de weg wordt vernoemd.
Via een pad langs de Thijssengracht passeer ik weer het Kanaal Beukers–Steenwijk naar het Noordeinde van Giethoorn. Bij het Molengat staat een zeldzame paaltjasker, een kleine poldermolen.
Bij de rietgedekte romp van de ‘Gieterse Koornmeule’ – door enkele raampjes lijkt het net of de molen boos voor zich uitkijkt vanwege het ontbreken van ledematen – bereik ik de toeristische Middenbuurt. In vroegere tijden konden de punters onder de molen doorvaren om te laden en te lossen. Tegenover de molen ligt de waterverbinding met de Bovenwijde, oostelijk van de Middenbuurt. Hier snorren de fluisterbootjes en rondvaartboten me tegemoet in de Dorpsgracht (eenrichtingsverkeer). Vandaag zou ik niet zonder afstappen door de Middenbuurt kunnen fietsen. Er lopen toch heel wat toeristen over het smalle paadje.
De meeste huizen staan op eilandjes. Hoge bruggen overspannen de Dorpsgracht, want de punteraars stonden rechtop in hun punters te bomen. Overigens staan er heel veel huisjes te koop. Het is ook geen lolletje, al die toeristen die naar binnen gluren en file varen voor je deur.
Een enkele bewoner weet van zijn erf nog iets ludieks te maken; vóór een boerderijtje staat de halve carrosserie van een Volkswagen Kever met erop geschilderd de tekst: ‘I’m divorced. She took the other half’.
De snackbar met de naam ‘Geythorn’ is een aanwijzing voor de oorsprong van de naam Giethoorn. De eerste pioniers in de dertiende eeuw zouden heel veel geitenhoorns hebben gevonden, van slachtoffers van de stormvloed van 1170. Geitenhoorns figureren ook in het Wapen van Giethoorn.
Bij de Vermaning kerk staat een beeld van Albert Mol (1917–2004) vanwege zijn hoofdrol in de film Fanfare (1958) van Bert Haanstra, die grotendeels in Giethoorn werd opgenomen.
Ik loop even door tot de overgang naar het Zuideinde, om vervolgens weer om te draaien naar het centrum met de Vermaning kerk en Museum Giethoorn.
Het is goed dat het toerisme zo veel mogelijk in de Middenbuurt van Giethoorn geconcentreerd wordt, want dan blijft tenminste Dwarsgracht hiervan verschoond.
Gepost: 1 December 2025
WandelZoekpagina: Wiedenpad (17 km)