Wandelen, Fietsen, Selfies
WANDELEN: West van Brummen
Deze hele week is het zonnig herfstweer met aangename temperaturen. Daar moet van geprofiteerd worden. Vandaag, donderdag 6 november 2025, voor de tweede keer deze week op stap.
West van Brummen liggen enkele landgoederen op de overgang van de Veluwe naar de IJsselvallei, tussen het Apeldoorns Kanaal en de IJssel. In dit gebied stromen een drietal beken naar de IJssel, onderling verbonden door koppelleidingen: Brummense Beek, Leuvenheimse Beek en Soerense Beek. De Soerense Beek is een sprengenbeek, ontspringt ten westen van het Apeldoorns Kanaal en wordt onder het kanaal doorgeleid. Dit complex wordt gedetailleerd weergegeven in de Beken Atlas Veluwe (BAV) van de Bekenstichting.
Ik start bij Station Brummen op de IJssellijn Arnhem–Zutphen. In de berm bij de spoorlijn een mooi exemplaar van de gekroesde melkdistel. Iets verderop staat bij een huis een prachtige ‘vergeelde’ Japanse notenboom (Ginkgo biloba), de laatste vertegenwoordiger van een bijna uitgestorven geslacht. Een levend fossiel dus! Gelukkig een mannelijke boom zonder stinkende rijpe ‘vruchten’ (‘Steyl’. In: Volgend jaar Pasen…, 2025).
Ik loop een klein stukje langs de Leuvenheimse Beek en dan door Landgoed Den Bosch met een monumentaal landhuis, dat aan mijn zicht wordt onttrokken door drie meter hoge rietpluimen. Het gebouw dateert uit begin zeventiende eeuw, maar is later vergroot en gerestyled.
Aangrenzend het Landgoed De Wildbaan met enkele oude en nieuwere witte gebouwen. Oorspronkelijk in 1535 aangelegd door Hertog Karel van Gelre (1467–1538) als jachtdomein. Schuur en koetshuis bestaan nog. Het huidige hoofdgebouw dateert uit begin twintigste eeuw en heeft een woonbestemming.
Het is de bronsttijd van de schapen. In een weiland laat ooi No.25 zich ogenschijnlijk onbewogen (misschien een geval van ‘bevriezing’) een keer of vijfentwintig bespringen door een ram met stempelkussen op de borst. Ik snap werkelijk niet dat de ram na twee keer nog iets te rammen heeft.
Dan volgt een flink eind langs de Oostelijke Koppelleiding, die de Soerense Beek verbindt met de Leuvenheimse Beek, een ecologische verbinding om het leefgebied van specifieke flora en fauna robuuster te maken. Iets westelijker ligt evenwijdig de Westelijke Koppelleiding.
Af en toe een plant die het nog aandurft om te bloeien, zoals een beemdooievaarsbek. Een kleine inktzwam met mooi uitgespreide grijswitte hoed (met restanten van het omhulsel, vergelijkbaar met de witte stippen bij de rode vliegenzwam) blijkt zijn naam gemeen te hebben met een klaver: hazenpootje! Bij de paddenstoel verwijst de naam naar het zachte, behaarde uiterlijk als hij uit de grond opduikt. Bij het plantje geldt dat voor de donzige bloeiwijze.
Ik kruis tweemaal de Soerense Beek. Een ratelpopulier (esp) valt op door zijn wiegende blaadjes aan lange stelen. Mooi, al die weides tussen houtwallen en bosjes. Af en toe een jagershut in de bosrand, want de landgoederen hier waren immers bedoeld voor de jacht. Hazelaars zitten inmiddels weer vol met jonge mannelijke katjes, een voorschot op een vroege lente over een maand of vier.
Het bos op Landgoed De Kievit staat regelmatig op rabatten voor een goede ontwatering. Er komt hier ongetwijfeld kwel naar boven. Her en der grote populaties van de salomonszegel.
Ik bereik het fietspad (jaagpad) langs het Apeldoorns Kanaal (traject Dieren–Apeldoorn) en wandel onder imposante Amerikaanse eiken en zomereiken (‘Apeldoorns Kanaal’. In: Tureluren, 2015). Aan de opslag onder de bomen is te zien hoe makkelijk de Amerikaanse eik en de Amerikaanse vogelkers zich vermeerderen. De jonge boompjes van de Amerikaanse eik krijgen in de herfst prachtige dieprood verkleurde bladeren.
Aan het uiteinde van de Elzenweg – geen els te bekennen; alleen maar eiken – loop ik tegen de poort aan van gemeentelijk monument ‘De Knoevenoord Anno 1681’. Achter de poort enkele boerderijen/woningen, schijnbaar omgeven door mooie tuinen. Maar ik kan er weinig informatie over vinden en de monumentale status betreft waarschijnlijk alleen een oude boerderij en misschien de toegangspoort.
De stijve zonnebloem is hier nog de dominante component in de bijna uitgebloeide bloemrijke akkerranden.
Langs de doorgaande Knoevenoordstraat een groot informatiebord van het ‘LIFE CO2sand’ project. Eerder maakte ik al eens kennis met een ander project in dit Europese LIFE programma: ‘LIFE Resilias’, om invasieve exoten te bestrijden via het vergroten van de weerbaarheid van de inheemse flora (zie: ‘Graafsche Raam’).
Het ‘CO2sand’ project heeft tot doel de arme Veluwse zandgronden vruchtbaarder te maken door klei toe te voegen. Klei komt vaak overvloedig vrij bij de aanleg van infrastructuur. Het project wil vraag en aanbod bij elkaar brengen. Klei vergroot de veerkracht van zandbodems: grotere vruchtbaarheid, meer organische stof, beter bestand tegen extreme omstandigheden. Hier ligt één van de demonstratievelden.
Dan volgt een flinke noordelijke lus over Landgoed Leusveld. In het bos speelt zich het volgende blijspel voor mijn ogen af. Een chique dame komt me tegemoet met een jonge jachthond. De jonge hond wordt blij van mij en wil me bespringen, maar daar ben ik niet van gediend. Bij het strakker aanlijnen komt de lijn echter klem te zitten in een krakkemikkig paaltje van een afsluithek. Terwijl de dame die probeert los te peuteren heeft de jonge hond ondertussen in het struikgewas toiletpapier met uitwerpselen gevonden en begint heerlijk te smullen. “Nee, nee!” Het lukt de dame met grote moeite om het vervuilde papier uit de hondenbek te verwijderen. Dan moet nog steeds de lijn losgepeuterd worden uit het paaltje. ‘L’histoire se répète’. De hond heeft opnieuw het ‘buffet’ gevonden. “Kom, we gaan terug naar huis”, is de wijze slotconclusie van mevrouw. Ze is er zelf ook niet frisser op geworden. Ik stond erbij en keek ernaar. Ze verontschuldigt zich voor deze ruwe onderbreking van mijn wandeling.
Het Jachtslot Leusveld heeft een flinke klokkentoren en is prachtig langs de bosrand gelegen. Het is gebouwd begin twintigste eeuw. Waarom komt het me bekend voor? Ik blijk hier eerder langs te zijn gekomen op een landgoedwandeling iets noordelijker (‘Voorstonden’. In: 1000110, 2019).
Langs de wandelpaden her en der mooie rietkragen, die glinsteren in de zon. Een bloeiende wikke in de berm valt op door zijn tweekleurige vlinderbloemen met witte zwaarden en paarse vlag: bonte wikke.
Een volgend landgoed kondigt zich aan middels een Golf & Country Club. Eens kijken of ik op de omringende wandelpaden nog een afgezwaaid golfballetje kan scoren, net als bij golfclub De Hoge Kleij (‘Oude Kamp’. In: Volgend jaar Pasen…, 2025). Het is de Brummense Beek die de waterpartijen van de golfbaan en van Kasteel Groot Engelenburg voedt. Vlakbij Brummen voegt de Brummense Beek zich bij de Leuvenheimse Beek.
Kasteel Groot Engelenburg is een imposant geheel met een lange oprijlaan, die reikt richting het centrum van Brummen. Eind zeventiende eeuw schijnt het kasteel model te hebben gestaan voor de bouw van Paleis Het Loo.
Mooie tocht. Zo’n aaneenschakeling van landgoederen leent zich goed voor een benoeming tot ‘Icoonlandschap’ (zie: ‘Graafsche Raam’), maar daar ga ik niet over.
Gepost: 25 November 2025
WandelZoekpagina: Leuvenheim en Brummen (18 km)