Wandelen, Fietsen, Selfies
WANDELEN: Meinerswijk
Ik vraag me af waarom ik in al die jaren nooit op het idee ben gekomen om te wandelen in Meinerswijk, de uiterwaarden op de zuidelijke oever van de Rijn, ingeklemd tussen Arnhem-Centrum en Arnhem-Zuid? Zo dichtbij (bij Wageningen) en historisch interessant! Met sporen van Romeinen en Batavieren, Noormannen, Maarten van Rossum en van de uiterst geheime naoorlogse IJssellinie.
Meinerswijk ligt ruwweg tussen de Oosterbeekse spoorbrug en de Nelson Mandelabrug. Het ligt vol met plassen die een gevolg zijn van de afgravingen door een drietal steenfabrieken tussen 1874 en 1980.
Het gebied is alleen per fiets, boot of lopend toegankelijk voor niet-bewoners. Op donderdag, 16 oktober 2025, start ik het klompenpad ‘Eldensche Veldpad’ binnendijks bij boerderij De Steenen Camer (1848), sinds de negentiger jaren in gebruik als pannenkoekenrestaurant. De naam ‘Steenen Camer’ zou aangeven dat hier een boerderij (of een aanbouw) opgetrokken was in baksteen, in plaats van het gebruikelijke vakwerk.
Op het omringende terrein is een Biologische Tuinbouwvereniging actief. Er is een hoogstamboomgaard aangelegd en een Romeinse tuin (Hortus Romanus) met kruiden en groenten. Tussen de wilde wingerd aan de pergola van de Hortus hangt een A4-tje met Romeinse legercommando’s: Ad signa (Opstellen!), State (Geef acht!), Laxate (Op de plaats rust!), Salutate (Salueer!). De vruchtbomen van de boomgaard zijn inmiddels afgeoogst behalve een kwee, die nog vol ‘peren’ hangt.
Langs de woonwijk Elderveld een mooi wandelpad langs een watergang, waar de Canadese kornoelje vol witte bessen hangt, evenals de sneeuwbes. Tweemaal onder de drukke spoorbrug door naar de Drielsedijk langs de Rijn. De eerste onderdoorgang is trouwens mooi betegeld met bijzondere fietsende ‘aliens’.
Op de Drielsedijk staat het Gelders Dijkmagazijn Elden. Hier werden de hulpmiddelen opgeslagen, die nodig waren om een dijkdoorbraak te verhelpen: juffers, draagburriën, horden, sleggen en pikkransen (‘Rijnstrangen’. In: It giet oan!, 2016).
Na de mislukte Operatie Market Garden bliezen de Duitsers hier vlakbij op 2 december 1944 bij hoogwater in de Rijn de Drielsedijk op om de Betuwe onder water te zetten. Dit om de verdere opmars van de geallieerden vanaf de frontlinie aan de Linge te frustreren.
Na een graspad langs een nevengeul van de Rijn – een ijsvogeltje slaat voor me op de vlucht – ga ik de uiterwaarden echt in over de Doorlaatbrug, een lange brug met schuiven eronder om naar behoefte water tegen te houden of door te laten. Aan de oostzijde van Meinerswijk ligt ook zo’n Doorlaatbrug. De bedoeling was om Meinerswijk zo lang mogelijk droog te houden om de economische activiteiten van de steenfabrieken doorgang te laten vinden. Alleen bij zeer gevaarlijke waterstanden werden de schuiven opgetrokken.
De Doorlaatbrug aan deze westzijde lijkt nogal overbodig, maar was bedoeld om de terugstroom van Rijnwater via de ‘achterdeur’ te voorkomen. Nu de economische activiteiten zijn vervangen door natuur en recreatie, zijn de Doorlaatbruggen niet meer operationeel en staan de schuiven permanent open.
Galloway’s en koniks zorgen voor de begrazing. Aalscholvers wapperen de vleugels droog in een dooie boom.
De Meginhardweg is een verwijzing naar de oorspronkelijke nederzetting in Meinerswijk (dorp van Meginhard), die in 847 A.D. door de Noormannen werd verwoest op hun strooptochten langs de Rijn vanuit Dorestad (Wijk bij Duurstede).
Drie steenfabrieken (Elden, Gallantijnse Waard, Meijnerswijk) hebben langs deze weg vlakbij de zuidelijke Rijnoever gestaan. Steenfabriek Elden is omgebouwd tot LEEFFabriek, een prachtige locatie voor zakelijke bijeenkomsten en retraites, operationeel sinds begin 2025.
Ik bereik een Uitzichtpunt over de Rijn en kijk uit op de restanten – een betonnen of metalen kadewand op de noordelijke Rijnoever – van de waterwerken, die nodig waren om de uiterst geheime IJssellinie uit de tijd van de Koude Oorlog (1950–1968) in werking te stellen. Naast die wand ligt een Defensiehaven, waar de afzinkbare stuw lag opgeslagen. Op de zuidelijke oever kazematten om de stuw te verdedigen. Een tweedimensionaal beeld langs het wandelpad laat zien hoe oude tanks uit de Tweede Wereldoorlog werden ‘ingemetseld’ tot kazemat.
Door op dit punt de Nederrijn en bij Bemmel de Waal af te dammen, stroomde al het Duitse Rijnwater de IJssel in. Bij Olst kon de IJssel afgedamd worden om het water zodanig op te stuwen dat een zone ten oosten van de IJssel zou onderlopen als barrière voor Russische tanks.
Een kadewand zoals hier is ook nog zichtbaar langs de IJssel bij Olst (‘De Haere’. In: No.10, 2023) en overblijfselen zijn ook te vinden langs de Waal bij Bemmel (‘Land van Ooij’. In: No.10, 2023).
In deze buurt moet in de late middeleeuwen ’t Huys Meinerswijk hebben gelegen als centrum van een Heerlijkheid. Het staat ook bekend als het Kasteel van Arnhem, met krijgsheer Maarten van Rossum als één van de illustere bewoners begin zestiende eeuw. Het kasteel werd medio negentiende eeuw gesloopt.
Net als vorige week in de Beerze (zie: 'Baest'), kom ik hier in de plassen kajakkers en autootjes tegen van het Muskusrattenbeheer.
Via het oude buurtschap De Praets – in vroege tijden de plaats van een veerdienst en een schipbrug over de Rijn – passeer ik onderlangs de Nelson Mandelabrug en kom in stadsdeel Stadsblokken. Op een verhoging langs de zuidelijke Rijnoever liggen twee haventjes en de boothelling van de voormalige ASM (Arnhemse Stoomsleephelling Maatschappij). Door deze verhoging en de uitbreidende bebouwing van Arnhem-Zuid kwam de rivier in het nauw. Een Groene Rivier werd uitgegraven vanaf de John Frostbrug richting Meinerswijk om in noodgevallen mee te stromen parallel aan de Rijn. Ik steek zonder natte voeten de Groene Rivier over.
De Groene Rivier werd onderbroken door de Eldense Doorlaatbrug met schuiven, want Meinerswijk moest zo lang mogelijk van wateroverlast verschoond blijven vanwege de steenfabrieken. Ook deze Doorlaatbrug is niet meer operationeel; de schuiven staan permanent omhoog.
Ik ben weer terug tussen de plassen van Meinerswijk. Bordjes waarschuwen voor de aanwezigheid van Blauwalg. Een Vogelkijkhut lijkt onbereikbaar (“Kijk, een vogelhut”), maar door even van de routebeschrijving af te wijken kan ik de drijvende hut toch bezoeken. Onderweg laat ik twee vogels op de bosbodem schrikken. Ik heb nooit eerder vogels met zo’n grote wendbaarheid tussen de struiken en bomen op de vlucht zien slaan. Het doet roofvogels vermoeden (sperwer?, havik?, smelleken?). Op het water geen bijzondere watervogels, wel kleurrijke graffiti in en op de hut.
Vlakbij zijn de fundamenten gevonden van een Romeins Castellum uit het begin van onze jaartelling. Een zeer strategische plek, want toentertijd stroomde de (Oude) IJssel nog zuidwaarts van Doesburg naar Arnhem om hier uit te monden in de Rijn. Tijdens de Bataafse opstand (69 A.D.) werd het houten Castellum vernietigd, maar later weer in steen herbouwd om de Limes te verdedigen. De contouren van het hoofdgebouw zijn met keienmuurtjes gemarkeerd.
Ik maak nog een lus om twee kolken heen, de kleine Kolk van Schouten en de Westerveldse Kolk. Huis Westerveld (1740) kwam in de negentiende eeuw in handen van de familie Van Voorst tot Voorst. Het gebouw heeft de oorlog niet overleefd. Mijn gedachten gaan even terug naar een telg uit deze bekende familie, Pater Felix van Voorst tot Voorst SJ (1920–2009). Van hem kreeg ik Franse les op de middelbare school in Haren (Gr.). In het bos in Park Westerveld heel veel populaties van een honingzwam.
Het laatste stuk van de route loopt in Elderveld langs een uitgestrekt volkstuinencomplex. Er staan in de beschutting zelfs enkele uit de kluiten gewassen bananen’bomen’.
Gepost: 31 Oktober 2025
Klompenpad: Eldensche Veldpad (14 km)