Wandelen, Fietsen, Selfies
WANDELEN: Mont Royal
Onze verblijfplaats tijdens de korte Moezelvakantie (7–14 juli 2025) ligt op de Mont Royal. Deze ‘Franse berg’ ligt in een nauwe meander van de Moezel net ten noorden van de stad Traben-Trarbach. De berg verhindert dat de Moezel hier doorbreekt en een stukje afsnijdt.
Op deze berg, tweehonderd meter boven de Moezel, liggen de minimale restanten van een enorme Franse vesting, die in de periode 1687–1698 een integraal onderdeel was van de noordelijke vestinggordel, die de grens van Frankrijk moest bewaken, van het Kanaal via Luxemburg en Straatsburg tot aan Bazel. Het was echter de droom van Lodewijk XIV (1638–1715) om in het oosten de Rijn als natuurlijke grens van zijn Rijk te hebben. Vijandelijke burchten in de buurt, zoals de Rijksburcht in Cochem (zie: ‘Moezel Varia’) werden dan ook door zijn Rijnleger verwoest (1689). Toen de droom van de Zonnekoning strandde in vrede werd de vesting overbodig en raakte in verval.
Voor ons is de Mont Royal een mooi overzichtelijk wandelgebied. Op woensdag, 9 juli 2025, blijven we binnen de meander en maken een wandeling van vijftien kilometer op de linkeroever van de Moezel stroomopwaarts.
Vanuit ons verblijf hebben we uitzicht (tegen extra betaling!) op Enkirch (op de rechteroever). We kunnen door de begroeiing net de Moezel en Kövenig aan de voet van de Mont Royal niet zien. Bij de centrale faciliteiten van het vakantiepark, een halve kilometer van ons huisje, hebben we juist uitzicht op de andere kant van de meander, met dorp Wolf op de rechteroever en dorp Kröv aan onze kant aan de voet van de koninklijke berg. Overigens is al dit betere bochtenwerk van de rivier zeer verwarrend voor je richtingsgevoel.
Voor het volgen van gemarkeerde wandeling T9 (‘Wanderung um einen königlichen Berg’) moeten we vanuit ons vakantiehuisje eerst afdalen door het bos naar Kövenig. Nog maar net op pad ziet Marita in een vochtige greppel langs de doorgaande weg enkele plukken van een kruipend geel-bloeiend plantje, dat penningkruid blijkt te zijn. Slechts eenmaal deze kruipende wederik eerder bewust gezien, toevallig ook samen met Marita (‘Hunzedal’. In: Siem Sing a Song, 2020).
Tijdens de afdaling door het bos zien we bekende en minder bekende bloeiende planten: valse salie, boswalstro, cipreswolfsmelk, lelietje-van-dalen, trosvlier en brunel.
De rotswanden tonen de karakteristieke gelaagdheid van leisteen en losse stukken liggen verspreid op de paden. In een rotswand een sculptuur van de H. Petrus, patroon van het vissersdorp Kövenig. Het gedenkt de gruwelijke dood door een roedel wolven in 1750 van een handelaar met zijn paard, die op weg was van Kövenig naar Kröv over de Mont Royal.
In dorp Kövenig uitzicht op het fietspontje over de Moezel naar Enkirch en ietsje stroomopwaarts de Stuw & Sluis Enkirch, één van de dertien stuwen tussen Trier en Koblenz, die de rivier te allen tijde bevaarbaar houden voor de hotelboten met resistente ‘onderstammen’ (klinkt positiever dan ‘dor hout’).
Marita is blij dat ze de afdaling heeft overleefd, want haar knieën kunnen goed klimmen, maar willen bij het dalen wel eens haperen.
Nog meer leuke planten langs de oever: bosrank, rood guichelheil, ruige anjer, zeepkruid, grote centaurie, zwarte toorts, wilde marjolein, koninginnenkruid en hertsmunt. Twee planten maken me extra enthousiast. Spaanse zuring heb ik nooit eerder gezien; hij is in Nederland dan ook zeldzaam. En peperkers heb ik slechts eenmaal eerder gezien (‘Grensmaas’. In: Eigen land laatst!, 2021).
Vanuit een dichtbegroeide tuin kijkt een slangachtig gedrocht van dinosaurus afmetingen ons aan. Dat moet het Monster van de Moezel zijn.
Aan een iepenboompje hangen grote ballongallen. Nooit eerder gezien. Het blijkt de opgeblazen behuizing te zijn van de perenbloedluis. Gallen alleen op iep, maar de vrijgekomen gevleugelde bladluizen kunnen schade veroorzaken aan de wortels van perenbomen, vandaar de naam.
We bereiken stadsdeel Traben van de stad Traben–Trarbach. Een boemeltje van de ‘Moselweinbahn’ passeert ons van Traben op weg naar Bullay, waar het aansluit op een grotere spoorlijn tussen Trier en Koblenz.
In Traben staan op de oever van de Moezel enkele gedenkstenen van bijzonderheden. De één gaat over een gedurfde kidnapping op de Moezel in het jaar 1327, een tweede staat bij het diepste punt van de Moezel (16,64 meter) en een derde verwijst naar de Hongersteen, een rots die boven water kwam in droge jaren. In de rots zat een wijnkelder verstopt, die op zulke momenten feestelijk werd aangesproken. Sinds 1963 komt de rots niet meer tevoorschijn door de aangelegde stuwen. Zonde van de wijn!
Een koppeltje Nijlganzen houdt al blazend naar voorbijgangers hun kuikens in de gaten. We steken de brug niet over naar stadsdeel Trarbach, maar lunchen aan deze kant met uitzicht op de gevel van het Buddha-Museum, waar tweeduizend Buddhabeelden in alle standjes te bewonderen zijn. Hoog boven Trarbach de ruïne van de ‘Grevenburg’, vaak toneel van machtsstrijd, waaronder bovengenoemde kidnapping.
Wat omlaag gaat, moet ook weer omhoog. Het is flink klimmen tussen de wijngaarden door, waar ijzerhard in de berm in bloei staat. Een beeld van een druivenplukker en echte werklui die tussen de rijen aan het snoeien zijn staan symbool voor de arbeidsintensiviteit van de teelt op deze steile hellingen, waardoor vele wijnboeren het moeilijk hebben.
Uitzicht op de moderne verkeersbrug naar dorp Wolf aan de overkant. En boven op de Mont Royal enkele informatiepanelen over de Franse vesting, waar weinig meer van over is. Op het vlakke deel is nu een vliegveldje aangelegd voor sportvliegers.
Op zaterdag, 10 juli 2025, maken we een wandeling van tien kilometer aan beide zijden van de Moezel, te beginnen in Traben-Trarbach. Uitgezette wandeling T10 heeft de ondertitel ‘Goetheweg’. We zijn benieuwd.
We verlaten Traben iets hoger op de helling dan eergister. We herkennen onder de bermplanten tussen de wijngaarden bingelkruid, papegaaienkruid, pastinaak, wilde venkel en beemdooievaarsbek. Een primeurtje is de Amerikaanse kruidkers. En de braamparelmoervlinder op wilde marjolein.
Via de moderne verkeersbrug steken we over naar de andere oever. Er volgt een vrij lange lus door het dorp Wolf. We laten ons niet verleiden door een spandoek ‘Feine Leckereien, Tolle Weine, 850 m’. Staan wel even stil bij een bulldozer met een bijzondere machinerie aan het uiteinde van de grijparm: de arm schept eerst een hoeveelheid grote brokken puin op, die terplekke compleet vergruisd de onderzijde van het uiteinde verlaten.
Aan de overzijde – dus op de helling van onze koninklijke berg – een reclame voor ‘Wolfer Goldgrube’, vergezeld van een zonnewijzer. Geen echte goudmijn of het moet de Riesling met die naam zijn.
Een gedenksteen markeert de laatste afvaart in 1962 van de veerpont Wolf. Slachtoffer van de nieuwe verkeersbrug.
We volgen een prachtig wandelpad laag op de helling richting Trarbach. De azijnboom staat in bloei, Spaanse zuring groeit op de rotswanden. En we komen een pluk moederkruid tegen, voor mij pas de tweede keer (‘Boven-Slinge’. In: Zafira, 2024).
Langs het pad een plaquette, die herinnert aan de plek waar Goethe op 1 november 1792 op zijn boot in een levensbedreigende storm terecht kwam, maar het overleefde door de nabijheid van Traben: “…. und so wurden wir im stockfinstern lange hin und her geworfen, bis sich endlich in der ferne ein licht und damit auch hoffnung auftat”.
We bereiken Trarbach. Onderweg hebben we op de hellingen vele zonnewijzers gezien, maar hier heeft een huis een wijzerplaat zonder wijzers op de muur aangebracht met de toevoeging ‘Zeitlos’.
We slaan het Buddha-Museum over, maar brengen een kort bezoekje aan het Mittelmosel-Museum in Huize Böcking met een Goethe-kamer, want in deze villa werden Goethe en zijn metgezellen gastvrij onthaald na hun barre boottocht. Tenslotte heet deze wandeling ‘Goetheweg’.
We komen op de oever van de Moezel in een drukbezocht wijnfeest terecht met allerlei wijnbars en eettentjes en de plaatselijke blaaskapel. Wij lunchen echter heerlijk in de winkelstraat bij een aantrekkelijk Vietnamees restaurant.
Via de karakteristieke Brugpoort in Jugendstil steken we de brug over naar Traben en zoeken de auto weer op voor de koninklijke klim naar huis.
Gepost: 1 Augustus 2025
Wandelingen T9 en T10 (15 + 10 km)