SELFIES: Costa Rica – Dominical

De voorlaatste stop van onze reis ligt in Dominical, waar we drie nachten zullen verblijven met een heftig programma voor de boeg.


Op zaterdag, 21 maart, stappen we in Playa Naranja met bus en al om half acht op de veerboot, die ons in anderhalf uur naar de overkant in Puntarenas zal brengen. Enkele witvleugeltreurduiven (Zenaida asiatica) reizen als verstekeling met ons mee. Enkele leden van ons gezelschap hebben zich op de boot genesteld in de ‘Area de mascotas’, zich waarschijnlijk niet bewust van het feit dat ‘mascotas’ in het Spaans geen mascottes, maar huisdieren zijn. 

   

Op de pier van Puntarenas staat een klein zielig vuurtorentje. Ik stel me zo voor dat de vuurtorenwachter bij donkerte daar bovenin met een zaklantaarn de hele nacht zit te knipperen. Puntarenas heeft zijn boulevard opgeknapt in de hoop dat de toeristen nu wel hier blijven hangen.


Vanaf Puntarenas is het nog een busrit van ongeveer 200 kilometer. We komen langs Puerto Caldera. Terwijl Puerto Limón aan de Caribische kust vooral gericht is op export, is deze haven meer gericht op import.


We rijden eerst een stuk in de richting van San José. Ik zie langs de weg tussen een aantal huizen een vrij geïsoleerde boom staan met tientallen lange gevlochten nesten van de oropendola (Psarocolius montezuma), de eerste en – naar later blijkt – ook de enige keer. Maar we kunnen langs de drukke weg helaas niet stoppen voor een foto.


Bij Coyotar slaan we af naar de kustweg langs de Golf van Nicoya. Nogal wat oponthoud wegens wegwerkzaamheden; steile hellingen worden voorzien van netten om losgeraakte rotsblokken te keren voor ze de autoweg bereiken. Kustplaats Jaco staat bekend om goede surfmogelijkheden.


We komen terecht tussen oneindige oliepalmplantages. Toen de bananenplantages hier mislukten door een ziekte is men overgestapt op oliepalm. De meeste palmen zijn redelijk op leeftijd en hoog, maar ik neem aan dat bij herbeplanting gekozen zal worden voor dwergpalmen, die veel minder snel de hoogte in schieten. De oogst van oliepalm is regelmatig een hachelijke onderneming omdat slangen zich thuis voelen in de kruinen. Na de economische levensduur worden de palmen vergiftigd zodat ze uniform afsterven en een perceel kan worden herbeplant. Enkele oliepalmfabrieken langs de weg draaien op volle toeren. We zien een reclame voor Corona-olie, een mengsel van palmolie en soja-olie.


Hoe verder zuidelijk, des te meer ‘puentes angustos’ (smalle bruggetjes) en zelfs een ‘Puente en mal estado’.


Voor we naar het hotel rijden even buiten Dominical, lunchen we in het stadje. Bordjes aan de muur verkondigen ‘Se prohíbe el hostigamiento sexual’ (Seksuele intimidatie verboden) volgens Wet No. 7476. Blijkbaar wil men elkaar nog wel eens lastiggevallen. Susan vertelt dat ze een keer in de rij stond bij het loket van de bank en dat de oudere man die aan de beurt was de loketjuffrouw aansprak met “Hallo kuikentje”.


We installeren ons in Hotel Villas Rio Mar, losstaande huisjes waar witzwarte grondleguanen (Ctenosaura similis) en groene boomleguanen (Iguana iguana) ons af en toe laten schrikken in de tuin en bij het zwembad.


We komen even op adem in Restaurant Crocodile Bar & Grill en maken dan een wandelingetje terug naar het levendige dorp, langs de Rio Mar die vlakbij in zee uitkomt. Er wordt gewaarschuwd voor krokodillen, maar dat zal wel meevallen, want de lokale bevolking maakt er probleemloos gebruik van om te zwemmen en te baden.


Op het weilandje naast het hotel zien we twee Chileense kieviten (Vanellus chilensis). Op 5 maart j.l. is in Ravenstein het eerste Nederlandse kievitsei gevonden. Op 14 maart in de gemeente Wageningen. Ik krijg bijna de neiging om het weilandje te doorzoeken voor het eerste Costaricaanse kievitsei. 


Het kruisteken bij de kerk is gedrapeerd met een paars kleed ter voorbereiding op Pasen. Veel surfscholen in Dominical en zeker een goede branding. Er ligt wel veel (vooral plantaardige) rotzooi op het strand.


Tijdens een drankje in een bar met bakkerij vertoont zich in de bomen het oranje-gele vrouwtje van de Baltimoretroepiaal (Icterus galbula). We zitten hier met nog een reden. Ik heb William beloofd twee papieren zakken te kopen om op de laatste dag de fooien van Susan en Jimmy in te verzamelen, maar we kunnen niets vinden. Hier in de bakkerij zien we mooie papieren zakken. We proberen uit te leggen in het Engels dat de zakken bedoeld zijn voor een cadeautje voor vrienden. Het personeel snapt er niets van. “Dos bolsas de papel”, zeg ik dan. En ja hoor, geen probleem!


In een biologische winkel ligt de grote Jackfruit of nangka (Artocarpus heterophyllus) in het schap, maar de boom heb ik hier nog niet gezien. Wel de verwante broodboom (Artocarpus altilis), maar daarvan weer niet de vrucht. Op de terugweg zien we voor het eerst in Costa Rica een mooie kleurrijke zonsondergang.


Na het avondeten op tijd naar bed, want we moeten morgen om vijf uur op. Marita heeft op haar pols een heftige allergiereactie op de kwallensteek, allemaal kleine blaasjes. Tot overmaat van ramp krijgt ze een darmstoornis en loopt ’s nachts helemaal leeg.


Op zondag, 22 maart, is ons een bustocht voorspeld van een dik uur naar Sierpe, vervolgens anderhalf uur varen op de Rio Sierpe, dan anderhalf uur varen op open zee naar ingang La Sirena van het Parque Nacional Corcovado, een wandeling in het tropisch regenwoud, en dan dezelfde (vaar)weg weer terug. Geen prettig vooruitzicht voor Marita; de darmstoornis is nog niet over en ze besluit noodgedwongen om thuis te blijven. Om vijf uur opstaan, om half zes een ontbijtdoosje ophalen en om zes uur vertrek met de bus.


In Sierpe schepen we in om half acht, fotocamera’s om de nek, want we verwachten mooie dingen te zien langs de oevers van de Rio Sierpe. We komen bedrogen uit. Het is niet anderhalf uur rustig varen op de rivier, maar anderhalf uur speedboot, aangedreven door een 250 PK Suzuki motor. Ik kan nog net enkele foto’s maken van de drijvende waterhyacint (Eichhornia crassipes), een inheemse plant, maar die wel wereldwijd verstoppingen kan veroorzaken in waterwegen.


Op volle zee gaat het ook anderhalf uur met volle kracht vooruit. Ik moet wel zeggen dat de boot goed ontworpen is met een hoge boeg, zodat er geen spatje buiswater in de boot belandt.      


Als je Costa Rica bezoekt, moet je kunnen zeggen dat je in Corcovado bent geweest. Het park is 47.000 hectare groot (20 x 20 kilometer) met ook nog een deel van de kustzee. Tot 1960 was het ongerept. Van 1960–1975 waren er problemen met goudzoekers en stropers. Sinds 1975 is het Nationaal Park en alleen toegankelijk onder strikte voorwaarden.


Na een natte landing met zeewaardig schoeisel, trekken we onze dichte schoenen aan en worden onze rugzakken door parkwachters gecontroleerd op plastic en etenswaren. Met een armbandje met de onbegrijpelijke tekst ‘laperladelsur’ beginnen we aan de wandeling in het regenwoud met een enorme biodiversiteit, dankzij 550 centimeter regenval per jaar.


We zien – ongeveer in volgorde van opkomst – een witsnuitneusbeer (Nasua narica), drie van de vier soorten apen (mantelbrulaap, zwarthandslingeraap, geel doodshoofdaapje), waarvan de laatste (Saimiri oerstedii) voor de eerste keer, een bruinrugmiervogel (Poliocrania exsul), een glimp van de tapir (Tapirus braidii) en later nog één, uitrustend in de modder langs beekjes, uitwerpselen van de poema, een kleine vleermuis tegen een blad aangeplakt, zeer harige uitwerpselen van de jaguar (volgens Hans 4-deurs), een nestje met twee jonge Midden-Amerikaanse agouti’s (Dasyprocta punctata), de Swainson toekan (Ramphastos swainsonii), een jonge noordelijke boommiereneter (Tamandua mexicana), die een nest boomtermieten aanvalt, een tinamoe hoen (maar welke?), en tot slot een bruine hokko (Crax rubra) met gele knobbel op de snavel (mannetje).


We passeren het wrak van een klein vliegtuigje. Er zouden meerdere in het gebied liggen, enkele met afzender Pablo Escobar, de voormalige Colombiaanse drugsbaron.


Tonny raakt even door de hitte bevangen en moet overgeven, maar is snel weer opgeknapt. En ze hadden nog zo gezegd: “Geen eten meenemen in het park!


Tussendoor in het veldrestaurant (schoenen uit) een buffet van rats, kuch en bonen (rijst, yuca en bonen) uit de gaarkeuken, waar een ‘sergeant’ ons met militaire precisie in rijen opstelt voor het buffet. Een glas limonade uit een grote regenton met een kraantje. Maar wat wil je? We zijn in Corcovado, ‘la perla del sur’, de parel van het zuiden!


Terugreis: zie heenreis! Alleen stoppen we op zee even bij een waterval die in de oceaan stort (dat noemen we water naar de zee dragen!) en grote erosiepoorten in de rotsen. Op de Rio Sierpe parkeren we even in een mangrove inhammetje voor een schijf ananas en watermeloen.


Marita heeft zich in hotel en dorp vermaakt en is aan de beterende hand. Ze heeft bij de kamer een Cayennebosral (Aramides cajaneus) langs zien huppelen en op de foto gekregen. In de nok van ons terras hangen elke avond drie vleermuisjes. Tegen de avondschemering beginnen ze met hun ochtendgymnastiek, rekken en strekken. Even later na enkele proefvluchten rond de draaiende plafond ventilator, zijn ze verdwenen. Morgenvroeg zitten ze weer op hun plek en hebben dan het terras volgepoept.


En zo wordt het maandag, 23 maart. Ongeveer de helft van de groep wil een rustige dag in hotel en dorp, maar de andere helft (waaronder Marita en ik) gaan nog op excursie naar het Parque Marino Ballena, een nationaal park op zee dat walvissen belooft, maar dolfijnen levert. Het is net buiten het seizoen dat zowel noordelijke als zuidelijke walvissen hier komen bevallen.


Een halfuurtje met de bus naar Uvita, vervolgens een natte instap in de boot, hoewel de zee heel rustig is. Deze keer een 300 PK Suzuki motor achter de boot. We volgen de kust. Een strook bos van 300 meter hoort ook bij het park als bufferzone. Na enkele uitgesleten poorten in de rotsen, gaan we met een rotvaart verder de zee op. De Borobudur pet van Jan (van Alie) waait af, maar wordt vakkundig weer uit zee opgevist. Er zijn door andere boten dolfijnen gesignaleerd en dat geven ze aan elkaar door. We filmen en fotograferen vervolgens een half uur lang dolfijnenruggen, vinnen en staarten, die net boven het water uitsteken, maar iedereen mist de salto mortale van de alfaman, die helemaal vrij komt uit het water. Een open sollicitatie voor het Dolfinarium in Harderwijk.       


Een passagier die niet bij onze groep hoort toont even later in de boot toch een foto van de salto mortale. Snel even met AI gemaakt!


We komen langs een vogelrots met fregatvogels (Fregata magnificens). Rond de rots zwemt een school melkvissen (Chanos chanos), flinke jongens die in ondiep water vaak jagen met de rugvin of staartvin net boven water. Susan gaat even snorkelen om de vissen te observeren, maar het water is te troebel. We zien nog het silhouet van een zeeschildpad en een rog voor we weer een natte landing maken.


Op de terugweg lunchen we in restaurant La Parcela op een rots aan twee kanten omgeven door water van de Grote Stille Oceaan. Marita en ik eten ‘Arroz con pollo’ (rijst met kip), die sterk lijkt op nasi goreng met ‘sambal bij’.   


De laatste avond eten we met z’n tweeën in het dorp bij de bar met bakkerij als dank voor de ‘dos bolsas de papel’.


De terugweg in het donker is minder aangenaam. Hans en Wilma worden iets later dezelfde avond toch een beetje lastiggevallen door een onguur type.

 

 

[Beeldverhaal]


Gepost: 22 April 2026