SELFIES: Costa Rica – Monteverde

Vandaag, dinsdag 17 maart, de rit van Tenorio naar Monteverde, een afstand van zo’n 110 kilometer. We rijden eerst een eindje noordelijk naar Upala en steken dan de Guanacaste Cordillera over tussen twee vulkanen door, de Tenorio en de Miravalles, in zuidelijke richting.


De streek Guanacaste westelijk van de bergketen is zeer droog – geen regen sinds september – en er vindt veel extensieve veeteelt plaats op grote oppervlaktes, bewaakt door cowboys op paarden. De vegetatie is deels bladverliezend, maar straks in april vindt er een groene explosie plaats bij de eerste regens.  


Iets over de helft komen we terecht op Autoroute No. 1, onderdeel van de Pan-Amerikaanse weg (Carretera Panamericana), die Noord- en Zuid-Amerika met elkaar verbindt. Delen zijn vierbaans, driebaans of gewoon tweebaans.


Bij de enige rotonde die we tot nu toe in het land zijn tegengekomen, pauzeren we bij een wegrestaurant, omgeven door enorme mangobomen, die boordevol onrijpe vruchten hangen. Die vruchten zijn ongetwijfeld de reden dat enkele geelvleugelara’s (Ara macao) hier veelvuldig bivakkeren. Een toeristische attractie voor mooie plaatjes. Op de parkeerplaats maak ik ook nog een foto van de veracruzwinterkoning (Campylorhynchus rufinucha) en van een kalebasboom (Crescentia cujete) vol vruchten. Marita vindt vóór de souvenirwinkel een prachtig versierde ossenkar in felle kleuren en ingenieuze patronen, ooit traditioneel gebruikt voor het transport van de koffie oogst


Vervolgens verlaten we de snelweg en rijden in noordoostelijke richting de hellingen op van de Tilarán Cordillera naar Monteverde. Een klim van formaat naar 1700 meter hoogte. Onderweg passeren we een oud goudzoekersdorpje La Colina, met een voormalige goudmijn. De uitzichten zijn hier adembenemend mooi.


Monteverde heeft veel van zijn ontwikkeling te danken aan Amerikaanse quakers. Om in de vijftiger jaren van de vorige eeuw de dienst in het leger te ontlopen – quakers zijn dienstweigeraars – trokken een aantal naar Costa Rica, nadat daar in 1948 het leger was afgeschaft in de nieuwe grondwet.


We zijn nog te vroeg voor het hotel en maken eerst een wandeling in het Treetopia Park over een zestal hangbruggen in het regenwoud. De hangbruggen variëren in lengte van 60 tot 260 meter, en één heeft een glazen vloer.


We kijken neer op de kruinen van imposante boomvarens en hangen bijna zelf als epifyten aan de takken van woudreuzen. Mooie bloeiende plantjes zoals een oranje Besleria (Besleria triflora) en bomen vol lianen, bromelia’s, mossen en varens. Vruchtjes die ruiken naar limoen. Af en toe spitsen we de oren omdat we de schreeuw van een brulaap denken te horen, maar dat blijken zipliners te zijn bij de buren.


Het mammoetblad (Gunnera insignis), dat we op de eerste dag aan de westkant van de Central Cordillera veel tegenkwamen langs de weg, duikt ook hier weer op aan de westkant van de Tilarán bergketen. Ook een geel-bloeiende plant, die doet denken aan onze kruiskruiden.


We betrekken onze kamers in Hotel de Montaña Monteverde in een mooi park met weids uitzicht. Op het gazon voor de galerij met onze kamers foerageert een roodkraaggors (Zonotrichia capensis). Tegen de avondschemering een ontzettend gekrijs vanuit het bamboebos bij de ingang van het hotel. Enorme aantallen van de vrij algemene langstaarttroepiaal (Quiscalus mexicanus) hokken ’s nacht bij elkaar op een gezamenlijke roestplek, en maken een oorverdovend lawaai tot ieder zijn plekje heeft gevonden en het helemaal donker is. Enigszins vergelijkbaar met onze spreeuwen en kauwen, maar dan erger!


Wij maken veel minder kabaal, hoewel we gezamenlijk eten bij ‘Thomas & Thigo’, althans bij hun ouders die het restaurant naar hun kinderen hebben vernoemd.     


Op woensdag, 18 maart, zijn er twee excursies in wisselende samenstelling, hoewel enkelen meedoen aan beide. Eerst een ochtendwandeling door het Reserva Bosque Nuboso Santa Elena. Monteverde staat bekend om zijn nevelwouden, tropische bossen op grote hoogte, waar een mystieke sfeer hangt door permanente mist. Maar nu even niet! We zitten op het einde van de droge tijd en zelfs hier is de nevel verjaagd door de droogte. De vegetatie is overweldigend, met veel bloeiende planten en boomvarens, maar we zien weinig vogels. Ik zie als achterblijver wel een bijzondere duizendpoot.


Bij gebrek aan beschikbaarheid van plaatselijke gidsen, is Susan onze leidsvrouwe. We lopen per abuis een iets andere route dan vooraf bedacht en daardoor missen we het hoge uitzichtpunt. We komen wel een jong Nederlands stel tegen in het bos.


Toevallig komen Marita en ik hen weer tegen tussen de middag, wanneer we een broodje eten in een cafetería. “En hebben jullie de quetzal gezien?”, vragen ze ons. Nee dus, waar dan? “Bij het uitzichtpunt!”  En ze laten ons een foto zien van een quetzal, half verscholen achter een boomstam, maar wel duidelijk herkenbaar. Uit frustratie maak ik dan maar een foto van het koppeltje quetzals op het schilderij in onze kamer.


Tot nu toe hebben we het nog helemaal niet gehad over de quetzal (Pharomachrus mocinno), bijzonder vanwege zijn extreem lange groene staartveren (wel een meter lang bij mannetjes) en opvallende iridiserende kleuren. De vogel had een heilige status bij de Maya’s en Azteken. Tegenwoordig het symbool voor natuurbescherming in de bedreigde nevelwouden. Susan reageerde zeer opgetogen dat er sowieso een quetzal was gesignaleerd.


Enkele reisgenoten die niet mee waren op deze excursie (Marita, Jan & Astrid, Hans & Wilma) brengen ondertussen een bezoekje aan een nabije vlindertuin. Ik weet niet wat Hans over zijn bijna kale bol smeert, maar het is een geliefde landingsplaats van de roestig getipte page (Siproeta epaphus).


’s Middags ziplinen door het tropisch regenwoud voor de Tarzans en Janes onder ons. De ecotoerist kan het blijkbaar niet laten om zelf even een vreemde vogel te worden met helm en tuigje. De foto’s getuigen van een spannende activiteit, waarbij iemand opmerkte dat Marita zich wel helemaal in haar element voelde omdat ze op alle foto’s lachend de camera inkijkt. Alleen Astrid durft de ‘Tarzan Swing’, een soort bungy jump.


Voor Jacques & Ria, Jan & Alie en mijzelf is het nu de gelegenheid om de vlindertuin te bezoeken. Een lange inleiding van een Canadese vrijwilliger (student aan de Universiteit van Guelph, Ontario) over schorpioenen, tarantula’s, wandelende takken, kakkerlakken en andere kevers vóór we de vlinderkassen in mogen. Vele foto’s worden gemaakt, waarbij de grote blauwe morpho (Morpho helenor) en de reuzenuil (Caligo memnon) favoriet zijn. In een land als Costa Rica, waar je omringd bent door wilde flora en fauna, voelt het bezoeken van een vlindertuin toch een beetje als valsspelen.      


Marita weet dat de Universiteit van Guelph en Wageningen University & Research een uitwisselingsovereenkomst hebben. Als ik de Canadese student herinner aan een gesprek vanmorgen met Marita over een eventueel studieverblijf in Nederland, zit hij me glazig aan te kijken. Uiteindelijk blijkt dat het groepje met Marita vanmorgen een andere gids had dan wij nu, in plaats van deze heer een Canadese jongedame, die wel interesse had in een verblijf in Nederland.


Vanuit onze kamer een prachtige zonsondergang in het westen. Deze avond eten we niet met de groep, maar zoeken zelf een eettent uit in het dorp, Mexicaans deze keer. Bij een souvenirwinkeltje is uit een autoband kunstig een levensgrote kleurrijke toekan gefabriceerd, te groot om mee te nemen.


Het is donderdagochtend, 19 maart. We zien vanaf onze kamer in het westen het water van de Golf van Nicoya liggen en het schiereiland Nicoya daarachter. En daar gaan we vandaag naartoe!    

 

 

[Link naar Foto's


Gepost: 17 April 2026