SELFIES: Costa Rica – Tenorio
Het is vandaag zondag, 15 maart 2026. We zijn inmiddels een week van huis en mogen uitslapen, rustig ontbijten en de koffers pakken.
Iedereen heeft inmiddels wel de onfortuinlijke heenreis verwerkt. Er wordt niet gezeurd, rekening met elkaar gehouden, regelmatig in de bus van plek gewisseld, allemaal mensen van de klok. Kortom, niet eerder zo’n prettig reisgezelschap ervaren! Afkloppen, we hebben nog een dag of tien te gaan.
Rond 11 uur vertrek naar Tenorio, een rit van ongeveer 75 kilometer in noordelijke richting, via Guatuso richting Upala. Even een stop in La Fortuna bij een ATM om te pinnen en een snelle (te vroege) lunch in het Rainforest Café.
Een twintigtal kilometers vóór Upala verlaten we de hoofdweg naar rechts, om na een vijftal kilometers over een smal weggetje het afgelegen Hotel l’Etoile Celeste te bereiken.
Het hotel ziet er oppervlakkig wat simpel uit, golfplaten dak, wanden van pallets, netten van jute zakken aan het plafond om de golfplaten aan het oog te onttrekken, maar de huisjes zijn van binnen prachtig afgewerkt met dezelfde eenvoudige materialen. Een deur van een golfplaat in een houten frame, versierd met spijlen van glanzende bamboe. Een betonnen vloer met een ingenieus ingelegd patroon van keitjes, hout en kunstgras. Heel gezellig allemaal. Onze huisje heet ‘Vision’ en aan de muur hangt een schilderij van een almachtig oog. Het oog is gericht op een spreuk aan de muur ertegenover: ‘Tu punto de vista crea tu realidad. Si lo cambias, cambias tu realidad’ (Jouw visie is jouw werkelijkheid. Verander je van visie, dan verander je jouw werkelijkheid).
We hebben de rest van de dag vrij om wat te zwemmen in het kleine zwembad en te wandelen op het landgoed. Mooie foto’s van planten. De veelkleurige stam van de regenboogeucalyptus (Eucalyptus deglupta), de bijzondere bloeiwijze van de gember-achtige Zingiber spectabile, een prachtig orchideetje (Trichocentrum), een vlotvaren (Salvinia) drijvend in de vijvers, een snavelbies (Rhynchospora nervosa) tussen het gras, waarvan de bovenste bladeren half groen half wit zijn, alsof ze door iemand slordig zijn geverfd, en zowel hangende als rechtopstaande bloeiwijzen van de verschillende soorten Heliconia, de uitgelezen plek voor de kolibrie om zijn kunsten te vertonen. Sommige reisgenoten vertonen ondertussen hun kunsten in het kleine zwembad.
We hebben bij aankomst onze keuze voor de avondmaaltijd moeten bepalen en we genieten daarvan ’s avonds gezellig samen (zonder last te hebben van Studio Sport of andere ongein). De borden zijn fantasievol opgemaakt met bloemetjes als garnering en worden door ons dan ook helemaal opgemaakt. Het personeel is reuze vriendelijk en behulpzaam.
Het wordt maandag, 16 maart, en vandaag staat er een flinke klimwandeling op het programma in het Parque Nacional Volcán Tenorio. Hiervoor rijden we een eindje terug naar Guatuso, om dan door te steken naar de hellingen van de vulkaan. Het park heeft de tapir als mascotte, dus wie weet.
Drie kilometer heen en omhoog en drie kilometer terug. Sommige stukken zijn aardig pittig voor ons gezelschap op leeftijd, maar onze Belgische reisgenoten Johan en Micheline zetten de toon door voorop te lopen. Dat doen ze graag; die Hollanders te kijk zetten. De wandeling volgt ruwweg de Rio Celeste tot het punt Teñidero, waar deze rivier ontstaat uit de samenvloeiing van twee kleinere riviertjes.
Onderweg in de struiken een dun tussenstuk van de lange bruine spitsneusslang (Oxybelis aeneus); de twee uiteinden met kop en staart zijn niet te zien. Enkele bijzondere bloemen langs het pad, waaronder een mooie Begonia.
Halverwege stort de Rio Celeste zich met een waterval in een klein blauw meertje. Allemaal even naar het uitzichtpunt voor eenzelfde foto met de waterval op de achtergrond. Gelukkig heb ik één foto waar niemand op de voorgrond staat. Op enkele plekken langs de route borrelen zwaveldampen op uit het water, ten teken dat de vulkaan Tenorio niet ver weg is.
Het punt Teñidoro, waar de Rio Celeste (Hemelse Rivier) ontstaat uit twee heldere riviertjes – de Rio Buenavista en de Quebrada Agria – is bijzonder vanwege de plotseling optredende hemelsblauwe kleur van het water. De mooiste verklaring is dat de schepper klaar was met het schilderen van de lucht en zijn penseel schoonmaakte in de rivier. In werkelijkheid betreft het een optisch fenomeen. Aluminium-silicaten van beperkte korrelgrootte in het ene riviertje groeien bij de samenvloeiing plots veel groter door een andere zuurgraad (pH) van het andere riviertje. Een deel van de silicaten slaat neer op de bodem, maar het deel dat in oplossing blijft heeft precies de juiste afmetingen om alleen blauw licht te weerkaatsen. Zonlicht is dus nodig om het fenomeen goed te laten uitkomen.
Op de terugweg komen we nog twee gevaarlijke slangen tegen, de lanspuntslang (Bothrops asper) en opnieuw de wimpergroefkopadder (Bothriechis schlegelii), maar nu een andere kleurvariant dan de gele. Een kuifsjakohoen (Penelope purpurascens) vertoont zich op een tak en verse drollen van de tapir (Tapirus bairdii) geven aan dat we de mascotte van het park net gemist hebben. Tot slot de kapucijnluiaard (Bradypus variegatus), die duidelijk laat zien dat hij drie tenen aan de voorpoten heeft in tegenstelling tot de al eerder waargenomen Hoffmannluiaard (Choloepus hoffmanni), die er twee heeft.
Opnieuw even zwemmen, notities bijwerken, foto’s sorteren en genieten van de omgeving van het hotel. Bij de Receptie roept een Swainson toekan (Ramphastos swainsonii) in de top van een vrij kale boom. Kleine vleermuisjes hangen aan de jute zakken onder het plafond van de veranda, hoogstwaarschijnlijk de tweestrepige zakvleermuis (Saccopteryx bilineata), met zakjes op de vleugelrand en twee zigzag strepen op de rug zoals de wetenschappelijk naam al aangeeft.
In de tuinen rond de huisjes en het zwembad verschillende soorten orchideeën (Trimezia, Myrmecophila, Papilionanthe). Bij de bosschage van Heliconia toont een kolibrie zijn vliegkunst, tussen het gebladerte een bontkeelsaltator (Saltator maximus) en op één en dezelfde foto een koppeltje van de Costaricaanse tangare (Ramphocelus costaricensis), hij zwart-rood, zij geel-oranje op de borst.
Tegen plafonds en muren van ons huisje plakt de kleine Garnot’s halfvingergecko (Hemidactylus garnotii), bij ons beter bekend als de ‘tjitjak’ uit Indonesië.
We gaan morgen op weg naar de volgende stopplaats, Monteverde in de Tilarán Cordillera.
Gepost: 17 April 2026