SELFIES: Costa Rica – Boca Tapada
Boca Tapada ligt vrij geïsoleerd in het vruchtbare noorden van Costa Rica, in een golvend landschap met akkerland, weides, plantages en regenwoud. Er is vrij veel veeteelt. Gistermiddag zijn we dus in één ruk van de grens met Panama naar de grens met Nicaragua gereden, zo’n 250 kilometer.
Ons huisje in de prachtige Boca Tapada Lodge is voorzien van een buitendouche – we hebben het gevoel dat apen en vogels ons vanuit de omringende bomen bespieden – en een veranda met hangmat. Voor de deur een zuurzakboom (Annona muricata) met een bijna rijpe vrucht.
Bij het restaurantgedeelte van het hotel hangt een voederplank tussen de bomen, ruim voorzien van bananen. Mooiere foto’s van de bezoekers kun je niet maken. Eerst komt een witsnuitneusbeer (Nasua narica) zijn ontbijt halen.
Een geel zomertangare wijfje (Piranga rubra) is de eerste vogel die komt snoepen. Het mannetje (niet gezien) is inderdaad ‘rubra’ (rood), maar het wijfje is geel.
We beginnen donderdag, 12 maart, met een boottocht op de Rio San Carlos, stroomafwaarts tot op de grens met Nicaragua. Verdeeld over twee boten met lokale gidsen. Vanuit de boot zien we veel dieren op de oevers. Groene leguanen (Iguana iguana) liggen op boomtakken te zonnen. Een grijsgestreepte buizerd (Buteo nitidus) houdt zijn territorium in de gaten. De voorplecht van de boot vormt regelmatig even een rustplek voor een blauw-witte zwaluw (Pygochelidon cyanoleuca). Mantelbrulapen (Alouatta palliata) verstoren met hun gebrul het monotone geluid van de bootmotor. We zien voor het eerst de geelvleugelara (Ara macao), die naast het gele deel van de vleugels alle kleuren van de regenboog in huis heeft. De Amerikaanse slangenhalsvogel (Anhinga anhinga) steekt zijn nek uit. Een scala aan reigers loert op de oevers naar prooi, zoals de kleine blauwe reiger (Egretta caerulea) en de zilverreigers, zowel de grote (Ardea alba) als de kleine (Egretta thula). De laatste is makkelijk te herkennen aan de zwarte snavel. Zilverreigers komen ook in Nederland steeds frequenter voor, al is onze kleine zilverreiger (Egretta garzetta) een verwante soort. De schuitbekreiger (Cochlearius cochlearius) houdt zich overdag schuil in de rietkragen langs het water. We zien een groene ibis (Mesembrinibis cayennensis). De koereiger (Bubulcus ibis) houdt zich meestal op in de buurt van vee, waarmee ze een verbond hebben gesloten. Ze doen zich tegoed aan de huidparasieten van de dieren, die hier maar al te blij van worden. Het meest voorkomende rund is de witte zeboe van Indiase origine (Brahman), hoewel er ook wel ‘fatsoenlijke’ melk- en vleeskoeien worden gehouden, zelfs buffels.
Na even illegaal de grens met Nicaragua te zijn overgestoken, stappen we uit voor een korte wandeling en pauzedrankje in het dorp Boca del San Carlos. De Indiase amandel (Terminalia catappa) komt veel voor; de boom wordt van overheidswege gepropageerd, want het is de redding voor de bedreigde ara’s. Opvallende bloeiers in het dorp zijn rode gember (Alpinia purpurata) en een Clerodrendon (Clerodendrum quadriloculare). Ik ben verbaasd een Aziatische blimbing boom (Averrhoa bilimbi) tegen te komen op een erf. Blimbing is de zure tegenhanger van de zoete stervrucht (Averrhoa carambola). In het cafeetje liggen twee kleine kinderen tegenover elkaar op een bankje naar het schermpje van een telefoon te kijken. Een aandoenlijk tafereeltje.
Op de terugtocht met de boot zien we nog een Amazone-ijsvogel (Chloroceryle amazona), een keurig rijtje langneusvleermuisjes (Rhynchonycteris naso) op een boomstam, Amerikaanse krokodillen (Crocodylus acutus) en op een eilandje vlak bij mekaar de valkachtige noordelijke kuifcaracara (Caracara cheriway) en een kalkoengier (Cathartes aura).
Tijdens de lunch in het hotel vertonen zich op de voederplank twee prachtige halsbandarassari’s (Pteroglossus torquatus) met toekan-achtige snavels. Ook Gray’s lijster (Turdus grayi) laat zich zien en daar wil ik wel wat meer over kwijt. Deze lijster is de nationale vogel van Costa Rica, niet vanwege zijn verenpracht, maar vanwege het bijzondere deuntje dat hij zingt. Dat deuntje vond ik aanvankelijk ook mooi, maar omdat het dier niet ophoudt, krijg ik er het heen-en-weer van. Mijn omgeving weet inmiddels dat ik in Nederland een grote hekel heb aan de tjiftjaf, die me tijdens mijn wandelingen en fietstochten stalkt met zijn gemekker. Inmiddels heb ik Gray’s lijster tot Costaricaanse tjiftjaf bevorderd.
Een deel van ons reisgezelschap gaat in de middag mee op een regenwoudwandeling (Jungletocht), in geleende laarzen. Een modderige tocht met klimmetjes en dalen. Nestor Johan heeft het op deze tocht wel even moeilijk, maar het is een doorzetter. Wel een wonder dat niemand van ons ongewild door de modder is gehaald.
We komen opnieuw een wandelpalm tegen (“Hallo, wandelpalm”), een kerosine boom, waarvan de takjes na aansteken fel branden, kolonies van een langpootspin, de aan een stammetje hangende vervelling van een cicade, een mooie iets gedraaide liaan met de naam ‘apenladder’, termietennesten, kenmerkende pootsporen van de oneven-hoevige tapir (Tapirus bairdii), en een ‘rasta’ vrucht van een palm, die doet denken aan dreadlocks.
In het bodemdek veel Selaginella, een primitieve sporendragende plant, verwant aan de varens. In de prehistorie vormde het dominante grote bomen, nu slechts kleine plantjes op schaduwrijke plekken in het bos. De gids mag het met recht een ‘prehistorische plant’ noemen.
We komen ook een felgekleurd rood-blauw giftig aardbeikikkertje (Oophaga pumilio) tegen, één van de pijlgifkikkers.
Een dag met veel nieuwe indrukken en de koek is hier nog niet op, want na een verdiend hoteldiner en nachtrust volgt op vrijdag, 13 maart, in alle vroegte nog een vogelexcursie voor de vroege vogels onder ons. Vogels zijn beweeglijk en planten blijven lekker zitten. De gids heeft dan ook meer te vertellen over nuttige planten (avocado, zuurzak, palmhart, citrus) dan over vogels. Maar we zien de zwart-rode Costaricaanse tangare (Ramphocelus costaricensis), de grote Swainson toekan (Ramphastos swainsonii) en de zwarte gier (Coragyps atratus). Een Mexicaanse tijgerroerdomp (Tigrisoma mexicanum) staat roerloos te loeren in een vijver. Aan een huisje hangt het lange gevlochten nest van de oropendola (Psarocolius montezuma), een opvallende grote vogel met deels gele staartveren, die in kolonies nestelt. Er hangen dan tientallen van deze lange nesten bij elkaar in een boom.
Op een telefoonlijn zitten twee exemplaren van de veelvoorkomende grote kiskadie (Pitangus sulphuratus). Een roodstaartboomeekhoorn (Sciurus granatensis) wil over dezelfde telefoonlijn passeren, maar wordt voor die brutaliteit venijnig aangevallen door de kiskadie’s. Hij hangt even ondersteboven aan de telefoondraad en springt dan snel in de struiken.
Susan wordt helemaal enthousiast van een bloeiende ylang-ylang boom (Cananga odorata), die een heerlijke geur verspreidt. Ze heeft zelf een boom in haar tuin, maar die wil maar niet bloeien.
We eindigen de vogel c.q. nuttige planten excursie in Cafetería Araras. Ook hier een voederplank met fruit tussen de bomen en dan komen we toch nog aan onze ‘vogel’trekken. Twee kuifsjakohoenderen (Penelope purpurascens) met rode halskwab laten zich van dichtbij zien, evenals de zwart-rode Costaricaanse tangare (Ramphocelus costaricensis), de prachtig blauwe bisschopstangare (Thraupis episcopus), de Baltimoretroepiaal (Icterus galbula) met oranje-rode borst, en de zwartwangspecht (Malanerpes pucherani). Ondertussen wordt in een kokospalm een vrucht vakkundig gemolesteerd door een roodstaartboomeekhoorn.
De koek is nu wel op in dit prachtige, geïsoleerd liggende Boca Tapada. Midden op de vrijdagochtend vertrekken we naar onze volgende stopplaats, La Fortuna.
Tot nu toe staan op de kamers altijd een dubbelbed en een enkel bed. Houwen zo. Daar maken we gretig gebruik van. Lekker apart slapen. Het is tenslotte vakantie!
Tussen de bedrijven door krijgen we ook wat meer te weten over reisleidster Susan. Zij is ook alumna van Wageningen University & Research, heeft tijdens de studie stage gedaan in Costa Rica, is na afstuderen teruggegaan en is nooit meer weggeweest. Een van haar zonen studeert momenteel in Wageningen, en Marita blijkt, in haar functie als uitwisselingscoördinator, hem een paar jaar geleden aan een verblijf bij een Chileense universiteit te hebben geholpen. Wat een toeval!
Gepost: 9 April 2026