FIETSEN: Moselradweg

We hebben onze fietsen toch zeker niet voor niets meegenomen naar het Moezeldal? De ‘Moselradweg’ is bijna net zo vlak als de Moezel zelf; die heeft een verval van nog geen honderd meter tussen Trier en Koblenz (250 kilometer). Probleem is alleen dat ons verblijf op de Mont Royal ligt, met een steile afdaling naar de Moezel, dus ook een steile klim op de terugweg. Om deze onneembare hindernis te omzeilen dalen we met de auto af naar het Moezeldal met de fietsen achterop.


Op zondag, 13 juli 2025, maken Marita en ik een fietstocht over deze oeverweg van Kröv naar Bernkastel-Kues op de linkeroever (via dorpjes Kinheim, Ürzig en Wehlen) en terug op de rechteroever (via dorpjes Graach, Zeltingen-Rachtig, Erden, Lösnich en Kindel).


Vrij snel komen we aan de overkant van Erden langs een wijngoed dat ‘Erdener Treppchen’ is genaamd. Een kruisbeeld moet de druiven beschermen tegen onheil. Tussen de keitjes op de sokkel een zwerfsteentje met de belangrijke levensvraag ‘Wohin?’. Deze verdwijnt in mijn rugzak voor mijn kleine verzameling zwerfsteentjes.


Bij dit wijngoed ligt een archeologische opgraving van een Romeins wijnpershuis. Het waren de Romeinen die de wijnbouw in het Moezeldal hebben geïntroduceerd. Achter de hekken hebben de opgravers een modern beeld van Sucellus neergezet, de Gallische god van de alcoholische dranken (… en van de landbouw, …. en van de bossen). Naast de overdekte opgraving een kruidentuintje om aan te geven dat de Romeinen vaak kruiderijen toevoegden aan hun wijn.


Ondanks het feit dat de druiventeelt door de steile hellingen zeer arbeidsintensief is, zijn er wel enige vormen van mechanisatie. Vele wijngaarden hebben gemotoriseerde karretjes die over een enkelvoudige rail de geplukte druiven van boven naar beneden kunnen transporteren. In de wijngaarden is de bodem vaak bedekt met losse leistenen, een belangrijke component van het unieke ‘terroir’ van de Moezelwijnen. Of de wilde plantjes zoals bingelkruid en klein glaskruid (primeur!) daar ook aan bijdragen, is de vraag. Klein glaskruid bedekt karakteristiek hier de rotswanden.


Bij Ürzig passeren we onderlangs de indrukwekkende ‘Hochmoselbrücke’ uit 2019, die bijna honderdzestig meter boven het wateroppervlak zweeft op betonnen pilaren.


Wijngaarden plaatsen vaak een zonnewijzer op de hellingen tussen de wijnstokken, soms verwijst de naam van het wijngoed zelfs naar de zonnewijzer, zoals ‘Wehlener Sonnenuhr’.

  

We bereiken het stadsdeel Kues van Bernkastel-Kues. Een bordje verwijst naar het geboortehuis van ‘Nikolaus von Kues’, alias Nicolaas van Cusa, alias Cusanus (1401–1464). Hij was een theoloog en filosoof die belangwekkende geschriften heeft geproduceerd, in dezelfde periode als onze Thomas à Kempis (1380–1471).


Net nu ik dit neerpen (19 juli) wandelt Marita met een vriendin in Deventer toevallig op de Nicolaas de Cusastraat. En even later op de Bursestraat. Cusanus bepaalde bij testament dat een deel van zijn nalatenschap besteed moest worden aan de opleiding van minderbedeelde studenten (Bursa Cusana). De bekende Latijnse school in Deventer heeft hiervan geprofiteerd, misschien Erasmus wel (c. 1466–1536). 


We steken de brug over van stadsdeel Kues naar stadsdeel Bernkastel. Op het Centrale Marktplein sta je wel even met je ogen te knipperen door de prachtige vakwerkhuizen die het knusse plein omringen. Het eerste huisje in een zijstraatje is dan ook nog het ‘Spitzhäuschen’, een huisje dat per verdieping breder wordt, omdat de belasting afhing van het bezette grondoppervlak.


Midden op het plein de Sint-Michaël fontein uit 1606. Aartsengel Michaël is de schutspatroon van de stad.


De beer is het wapendier van Bernkastel – de naam zou afgeleid zijn van ‘Bärenkessel’ (berenkookpot) – en twee beren zijn speels bezig met het water van een tweede moderne fontein op een ander pleintje, zich niet bewust van enig onheil.


We lunchen op de ‘Karlsbader Platz’ met een derde fontein, een geschenk van de Tsjechische partnerstad Karlsbad. Op de muur van een huis aan dit plein staan waterstanden genoteerd van overstromingen.


Ik vroeg me al af hoe de situatie was in het Moezeldal in januari 1995, toen de Betuwe grotendeels moest worden geëvacueerd. Het water kan hier tussen de steile oevers maar één kant op. Omhoog! Hier blijkt dan dat dit pleintje in 1995 ook anderhalve meter onderwater heeft gestaan. Maar Kerst 1993 was het nog veel erger (twee en halve meter), terwijl wij toen vooral last hadden in het stroomgebied van de Maas.


De terugweg op de rechteroever is een beetje van hetzelfde laken en pak. Een ruïne van de ‘Rozenburg’ tussen de wijngaarden in Zeltingen-Rachtig, evenals één van de dertien stuwen. Weer onderlangs de ‘Hochmoselbrücke’. Tot slot een aanplant die onmiddellijk opvalt tussen de wijngaarden: aalbessen. De bessen zijn overrijp. Het lijkt erop dat men niet eens de moeite neemt om ze te oogsten.


We zijn terug in Kröv en zetten de fietsen weer op de auto. We stoppen onderweg naar Mont Royal bij een kerkje op de helling met de laatste mooie vergezichten op de Moezel.


Morgen weer naar huis. De fietsen zijn al ingepakt.  


En hoe was het weer? Prima, afgezien van de buien op de heenweg. En de Duitsers hebben grote potten bier die goed passen bij warm weer.


En hoe was het eten? Grote Duitse porties met een minimum aan finesse, zodat wij regelmatig onze toevlucht hebben genomen tot andere buitenlandse keukens (Vietnamees, Italiaans).


En hoe was de wijn? De (half)droge Riesling is goed te drinken, maar ik ben meer van de rode wijn en grote potten bier.


Algemene indruk? Prachtig. Ik krijg flashbacks van de Dourovallei in Portugal, hoewel die rivier volumineuzer is en de vallei breder (‘Noord-Portugal – Lamego’. In: Zafira, 2024). Bovendien was daar wat meer variatie met andere zuidvruchten (olijf, citrus, vijg, kers, amandel). Een opvallend verschil is ook dat daar de rijen wijnstokken bijna altijd de hoogtelijnen volgen. De hellingen zijn wel wat minder steil en hebben een andere bodemgesteldheid. Ook in de Dourovallei hebben de kleine wijnboeren het moeilijk.

 

 

[Beeldverhaal]


Gepost: 5 Augustus 2025

 

Fietsroute Kröv – Bernkastel-Kues – Kröv (35 km)